Publicatie

Veiligheidsniveau van bestaande geleiderailconstructies

Simulatieonderzoek op H2-niveau met een gevalideerd VEDYAC-model

Auteur(s)

Pol, Ing. W.H.M. van de

Jaar

2001

In de nieuwe CROW-richtlijnen voor bermbeveiligingsvoorzieningen uit 2000 wordt aangegeven dat het veiligheidsniveau van de Nederlandse afschermvoorzieningen, indien mogelijk, H2 zou moeten zijn. De bestaande geleiderailconstructies zijn echter niet op H2-niveau op ware schaal beproefd. In opdracht van de Bouwdienst van Rijkswaterstaat te Apeldoorn zijn in dit onderzoek simulaties uitgevoerd om meer inzicht te verkrijgen in het veiligheidsniveau van de belangrijkste bestaande geleiderailconstructies. De volgende constructies zijn voor deze simulaties geselecteerd: M constructies in ‘aarden banen' (bermen): F 2M 400-80 VLP 2ZC 133-80 M constructies op kunstwerken: F 2DL 400-80 VLP 1DL 133-60R met 3-regelige leuning langs inspectiepad VLP 1LV 133-60R VLP 1DL 133-60R met verzwaarde leuning langs inspectiepad (H4-niveau). De simulaties zijn gedaan voor aanrijdingen met een personenauto en een bus (H2-niveau) en in een enkel geval voor een aanrijding met een trekker met oplegger (H4-niveau). Ze geven een goed inzicht in de mogelijkheden van de geselecteerde geleiderailconstructies. Voor de personenauto werkt alleen de F 2M 400 constructie echt als een flexibele constructie. De ASI-waarde voldoet aan niveau A (# 1). De andere constructies werken voor de personenauto als verstijfd tot sterk verstijfd; de ASI-waarden hiervan voldoen aan niveau B (# 1,4). Ook de als flexibel aangegeven F 2DL 400 constructie werkt voor de personenauto als verstijfd. Dit komt doordat de lassen van de DL-lascode in de loop der tijd verzwaard zijn van 3 mm naar 4 mm. De beide als flexibel aangegeven geleiderailconstructies voldoen volgens de simulaties niet op H2-niveau; ze weerstaan een aanrijding met een bus niet. De andere vier constructies werken wel goed op H2-niveau. De VLP 1DL 133 met verzwaarde leuning zou aan het H4-niveau kunnen voldoen, op voorwaarde dat de voetplaat van de leuning sterk genoeg aan het kunstwerk verankerd kan worden. Deze verankeringen zijn niet in dit simulatieonderzoek meegenomen. Simulaties van een aanrijding met een bus op de twee ‘flexibele' geleiderailconstructies zijn nogmaals uitgevoerd met nieuwe invoerparameters. Deze parameters zijn berekend uit aanvullende metingen van de torsiestijfheid en de buigstijfheid van de betreffende liggers. Volgens deze nieuwe simulaties weerstaat de F 2M 400 constructie wel een aanrijding met een bus. De bus kantelt echter tijdens de aanrijding. Bij de F 2DL 400 constructie rijdt de bus nog steeds door de constructie heen. Simulatie met een diagonaal in het middenveld van het liggerelement heeft wel het gewenste resultaat bij de flexibele constructies. De constructies voldoen dan wel aan de NEN-EN-norm. In werkelijkheid bestaan flexibele constructies met een diagonaal echter niet.

Print this page