Publicatie

Schatting aantal verkeersdoden door afleiding

Een actualisatie

Auteur(s)

Stelling, A.; Hagenzieker, M.P.

Jaar

2015

Downloaden

PDF-pictogram pdf (499.98 KB)

Naar aanleiding van een nieuwe campagne over aandacht in het verkeer die in september 2015 start, heeft SWOV de omvang van het probleem van afleiding opnieuw geschat. De campagne heeft als insteek dat sociale media en deelnemen aan het verkeer niet samengaan. Daarom is bij de schatting van het aantal verkeersdoden door afleiding specifiek aandacht besteed aan de mogelijke effecten van het sturen en ontvangen van tekstberichten en het gebruik van sociale media.

Dit rapport is een bewerking van het rapport Schatting aantal verkeersdoden door afleiding van Hagenzieker & Stelling uit 2013.

De enige cijfers over veiligheidseffecten van afleiding die beschikbaar zijn, betreffen het aandeel ongevallen waarbij afleiding een rol heeft gespeeld. Deze gegevens komen uit overwegend buitenlandse studies, die veel methodologische beperkingen kennen. Ook is er niets bekend over de prevalentie van afleiding, dat wil zeggen hoe vaak en hoe lang verschillende vormen van afleiding in het verkeer voorkomen. Het aantal verkeersdoden door afleiding in Nederland is daarom lastig te schatten. Wel is duidelijk dat afleiding leidt tot een slechtere uitoefening van de verkeerstaak en dat afleiding een aanzienlijke rol speelt bij het ontstaan van ongevallen. Op basis van het bestaande onderzoek is slechts een bandbreedte aan te geven van het aantal verkeersdoden in Nederland bij ongevallen waarbij afleiding een rol heeft gespeeld. Aangezien er sinds 2013 geen nieuwe studies naar het aandeel verkeersongevallen door afleiding bekend zijn, wordt geschat dat het jaarlijks nog steeds gaat om ten minste enige tientallen verkeersdoden, met een bovengrens van ruim honderd. Hoeveel daarvan het gevolg zijn van het sturen en ontvangen van tekstberichten of van het gebruik van andere functies van smartphones is niet aan te geven. Wel is duidelijk dat juist deze activiteiten behoren tot de gevaarlijkste vormen van afleiding.

Aangezien in algemene zin het smartphonegebruik toeneemt, zou je verwachten dat ook het verkeersveiligheidsprobleem door smartphone­gebruik toeneemt. Dit is echter om verschillende redenen onbekend.
Het feit dat meer mensen een smartphone bezitten en gebruiken, betekent nog niet dat de smartphone meer in het verkeer gebruikt wordt; daarover is nog onvoldoende informatie.  Daarnaast zou je het type gebruik in het verkeer moeten weten (bijvoorbeeld bellen, appen, navigatie) en door welk type verkeersdeelnemer (bijvoorbeeld ervaring, leeftijd, vervoermiddel) om de consequenties voor de verkeersveiligheid te schatten. Ten slotte is ook nog onduidelijk hoe het gebruik en het risico zich de komende jaren zullen ontwikkelen. Nu gebruiken ouderen bijvoorbeeld nog nauwelijks een smartphone in het verkeer. In komende jaren zal vermoedelijk een verschuiving optreden als de jongeren die nu gewend zijn de smartphone veel te gebruiken, ouder worden en dat mogelijk ook in het verkeer gaan doen. Ook daarover is nog onvoldoende informatie.

Estimated number of road fatalities due to distraction; An update

In reaction to a new campaign on attention in traffic that will begin in September 2015, SWOV has re-estimated the extent of the problem of distraction. The message of the campaign is that social media and driving or cycling do not go together. Therefore, in estimating the number of deaths due to distraction, specific attention has been paid to the possible effects of sending and reading text messages and to the use of social networking sites.

This report is an update of the SWOV report Estimated number of road fatalities due to distraction by Hagenzieker & Stelling (2013).

The only available figures on the safety effects of distraction, concern the share of crashes in which distraction has played a role. These figures are mostly provided by international studies, which have many methodological limitations. Furthermore, no knowledge is available about the prevalence of distraction, that is how often and for how long road users are engaged in different types of distraction when on the road. It is therefore difficult to estimate the number of road deaths in the Netherlands due to distraction. On the other hand, it is clear that distraction leads to a worse performance of the traffic task and that distraction contributes significantly to the occurrence of crashes. On the basis of the existing research it is only possible to indicate a bandwidth of the number of road deaths in the Netherlands with respect to crashes in which distraction played a part. Since, to our knowledge, no new studies on the share of crashes due to distraction have been carried out since 2013, the annual number of road fatalities can still be estimated to be at least several dozens, with an upper limit of more than one hundred. How many of these fatalities are the result of sending or reading text messages or of using other functions of the smartphone cannot be said with certainty. It is clear, however, that these activities are among the most dangerous forms of distraction.

Since in general smartphone use is increasing, one would also expect the road safety problems due to smartphone use to increase. However, for various reasons this is unknown. The fact that more people own and use a smartphone, does not necessarily mean that the smartphone is also used more in traffic; there is still insufficient information on this issue. In addition, one would need to know the type of use in traffic (e.g. phone calls, texting, navigation) and by what type of road user (e.g. experience, age, mode of transport) to be able to estimate the consequences for road safety. Finally, it is also still unclear how the use and the risk will develop in the coming years. For example, at present the elderly still hardly use a smartphone in traffic. A shift is likely to occur in years to come when the younger drivers who are presently engaged in frequent smartphone use, get older and will possibly also use the smartphone in traffic. On this issue there is also insufficient information.

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-2015-13

Pagina's

16

Gepubliceerd door

SWOV, Den Haag