Publicatie

Evaluatie buurtacties in 30km/uur-straten

Verkeersveiligheidsgevoelens, motivatie en gereden snelheden onderzocht in vijf gemeenten

Auteur(s)

Bax, C.; Goldenbeld, C.; Petegem, J.W.H. van; Mons, C.; Commandeur, J.J.F.; Hoekstra, T.; Tuijp, I.

Jaar

2019

Downloaden

PDF icon pdf (7.5 MB)

In 30km/uur-zones vielen in 2015 40 verkeersdoden (ANWB, 2017). Ook rijden automobilisten in 30km/uur-zones regelmatig te hard (SWOV, 2018). Bovendien voelen mensen zich onveiliger wanneer verkeerssoorten niet gescheiden zijn en er meer gemotoriseerd verkeer rijdt (SWOV, 2012). Er is dus alle reden om 30km/uur-zones veiliger te maken.

In het huidige project heeft SWOV in opdracht van CROW vijf gemeenten (Groningen, Houten, Leeuwarden, Nijkerk, Rotterdam) onderzoek laten doen naar het effect van buurtacties in 30km/uur-zones, zoals bijvoorbeeld Veilig Verkeer Nederland regelmatig uitvoert en ondersteunt. Onderzocht zijn het effect op de gereden snelheid, op de verkeersveiligheids­gevoelens en op de motivatie om niet meer dan 30 km/uur te rijden. Dit is de hoofdvraag van het onderzoek.

De opzet van de studie om het effect van de buurtacties te meten is een quasi-experimenteel ontwerp: voorafgaand aan de buurtactie, kort na de buurtactie en een half jaar na de buurtactie worden volgens dit ontwerp de subjectieve veiligheid, de motivatie en de gereden snelheid gemeten voor elke locatie. Bovendien is de opzet om voor elke locatie op elk meetmoment ook op een controlelocatie in dezelfde gemeente te meten, zodat kan worden gecontroleerd voor eventuele effecten van externe factoren zoals weersomstandigheden.

Gemeenten verzamelden zelf de data. Zij gebruikten daarvoor een online-enquête en een protocol voor snelheidsmetingen die allebei door SWOV waren ontwikkeld. In de enquête werd gevraagd hoe veilig men zich in de straat voelde en hoe gemotiveerd men was om zich aan de limiet van 30 km/uur te houden. Bij de snelheidsmetingen zijn de gemiddelde snelheid en de V85 bepaald; de laatstgenoemde is de snelheid die door 85% van de automobilisten niet wordt overschreden. Voor beide onderdelen van de vragenlijst en voor de gereden snelheden zijn statistische toetsen uitgevoerd om te bepalen of eventuele verschillen tussen de voor- en nameting al dan niet aan toeval te wijten zijn.

Niet alle vijf gemeenten konden alle benodigde data beschikbaar stellen voor dit onderzoek: de gereden snelheden zijn alleen adequaat gemeten in Groningen, Houten en Nijkerk, dat wil zeggen zowel in de voor- als nameting met een controlegroep. De verkeersveiligheidsgevoelens en de motivatie zijn alleen in Groningen en Houten gemeten met zowel een voor- als nameting. In totaal telde de enquête 352 responsen, deels door dezelfde mensen in voor- en nameting (een statistische vereiste). Onbekend is hoeveel mensen de vragenlijst hebben ontvangen. Daarom kan geen responspercentage worden berekend.

In de drie gemeenten zijn buurtacties uitgevoerd die varieerden van remwegdemonstraties, lasergunmetingen met bewoners en kleine infrastructurele aanpassingen tot verkeersborden gemaakt door/met kinderen uit de buurt of plaatselijke kunstenaars.

Er is in dit onderzoek geen statistisch significant bewijs gevonden voor een effect van buurtacties op de verkeersveiligheidsgevoelens en de motivatie om maximaal 30 km/uur te rijden, noch op de werkelijk gereden snelheden:

  • Voor en na de buurtactie is er nauwelijks verschil in verkeersveiligheidsgevoelens en motivatie in de betreffende straat in vergelijking met die in de controlestraat. Een statistische toets levert geen bewijs voor een effect van de buurtactie.
  • In twee van de drie gemeenten is er een kleine afname van de gereden snelheden in de straat met de buurtactie ten opzichte van die in de controlestraat, maar een statistische toets laat geen bewijs zien dat dit het effect is van de buurtactie.

Het ontbreken van statistisch significante effecten kan te maken hebben met onvolkomenheden in de dataverzameling (weinig beschikbare data, slechte vergelijkbaarheid tussen casussen). Echter, ook los van de statistische toets zijn er geen of slechts kleine verschillen in verkeersveiligheidsgevoelens, motivatie en gereden snelheden en blijven de gereden snelheden boven de gewenste 30 km/uur liggen.

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-2019-4

Pagina's

42 + 42

Gepubliceerd door

SWOV, Den Haag