Publicatie

Detectie van drugsgebruik in het verkeer op basis van uiterlijke kenmerken en kenmerken van gedrag

Aanbevelingen voor politietoezicht

Auteur(s)

Houwing, S.

Jaar

2014

Het is bewezen dat het gebruik van drugs de rijvaardigheid beïnvloedt en dat dit vaak leidt tot een verhoogd ongevalsrisico. Uit recent ziekenhuisonderzoek blijkt bovendien dat bij ongeveer 10% van de ernstig gewonde autobestuurders in Nederland drugs in het spel zijn.

Op dit moment zijn er nog geen wettelijke limieten voor drugs en zijn er ook geen wettelijke voorselectiemiddelen om recent drugsgebruik aan te tonen. Om de aanpak van drugs in het verkeer te verbeteren is er een wetsvoorstel ingediend met wettelijke limieten voor verschillende psychoactieve stoffen. Hierin krijgt de politie de mogelijkheid om op willekeurige basis speekseltesten en een test op uiterlijke kenmerken uit te voeren als voorselectiemiddel.

Een test op uiterlijke kenmerken en op kenmerken van gedrag kan ten eerste gebruikt worden als voorselectie voor de speekseltest voor drugs. De speekseltest is namelijk nog te duur en te tijdrovend om – net als een alcoholtest – bij willekeurige bestuurders in te zetten. Ten tweede kan de test op uiterlijke kenmerken en kenmerken van gedrag ook gebruikt worden om kenmerken van mogelijke verminderde rijvaardigheid vast te stellen door stoffen die niet door de speekseltester kunnen worden gedetecteerd. Hieronder valt op dit moment bijvoorbeeld de stof GHB, maar er komen ook continu nieuwe designerdrugs op de markt.

Voor de voorselectie wordt aanbevolen om gebruik te maken van een gestandaardiseerde ‘checklist’ met uiterlijke kenmerken en kenmerken van gedrag die aan recent drugsgebruik gerelateerd kunnen worden. Dergelijke lijsten worden al in verschillende andere landen gehanteerd. Bij het gebruik van deze checklist zou in het geval van drie verschillende tekenen of in het geval van een positieve speekseltest een bloedproef gevorderd moeten worden.

Om politieagenten goed in staat te stellen om tekenen van recent drugsgebruik te herkennen, dienen ze getraind te worden volgens een trainingsprogramma waarin ervaringen uit zowel binnen- als buitenland zijn opgenomen.

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-2014-28A

Pagina's

36 + 4

Gepubliceerd door

SWOV, Den Haag