Publicatie

Alcoholgebruik door beroepschauffeurs

Een inventariserend onderzoek

Auteur(s)

Heidstra, Drs. J. ; Mathijssen, M.P.M

Jaar

1999

De maatschappelijke schade als gevolg van alcoholongevallen in het wegverkeer in Nederland bedraagt jaarlijks naar schatting circa ƒ 2 miljard. Alcoholgebruik binnen de sector van het beroepsvervoer vormt, vanwege de verstrekkende gevolgen die ongevallen met zwaar verkeer kunnen hebben, een ernstig te nemen onderwerp. De sectie Alcon van Trindeborch Consult heeft daarom in het kader van een breder project met betrekking tot dit onderwerp een literatuurstudie laten uitvoeren met het doel inzicht te krijgen in de volgende zaken: - Wat is de omvang van de alcoholproblematiek in het beroepsverkeer? - Welke kosten brengt het alcoholgebruik in het beroepsverkeer met zich mee? - Welke preventieprogramma's zijn er bekend en worden toegepast? Om een idee te krijgen van de omvang van het probleem zijn vier indicatoren van alcoholgebruik onder beroepsbestuurders in binnen- en buitenland geïnventariseerd. Dit zijn ongevalsgegevens, gedragsgegevens, resultaten van politiecontroles en zelfgerapporteerd gedrag. De gevonden gegevens wijzen er op dat het gebruik van alcohol tijdens werkuren onder beroepschauffeurs in het algemeen en onder Nederlandse chauffeurs in het bijzonder, geen veelvoorkomend en wijdverbreid verschijnsel is. Bij alcoholcontroles worden slechts kleine percentages beroepsbestuurders positief bevonden. In Nederland liggen de gevonden percentages daarbij aanzienlijk lager dan die in het personenverkeer. Hoewel de indicatoren gezamenlijk een redelijke indruk van de situatie in het Nederlandse beroepsverkeer geven, hebben zij elk hun beperkingen wat betreft betrouwbaarheid en representativiteit. Zij moeten daarom met de nodige voorzichtigheid worden bekeken. De kosten van alcoholgebruik in het beroepsverkeer zijn op basis van de gevonden, beperkte gegevens, tamelijk moeilijk in te schatten. Duidelijk is dat de risico's van alcoholgebruik in het zwaar verkeer vele malen groter zijn dan in het privé personenverkeer. De kosten en dus ook mogelijke besparingen met betrekking tot alcoholgebruik zijn dan ook vele malen groter dan die in het personenverkeer. Preventieve programma's zijn onder te verdelen in wettelijke, collectieve en individuele bedrijfsmaatregelen. In collectieve arbeidsovereenkomsten wordt in de vervoerssectoren het gebruik van alcohol aan de orde gesteld. Op zowel wettelijk als individueel niveau lijkt het echter aan interesse voor en geloof in het bestaan van een probleem te ontbreken. Vooralsnog lijken de cijfers dit idee te rechtvaardigen. Ook de cijfers geven op dit moment echter geen representatief en betrouwbaar beeld. Om onterecht optimisme over alcoholgebruik onder Nederlandse beroepschauffeurs bij de relevante partijen te voorkomen, wordt aanbevolen om met aselecte steekproeven nauwkeurig (ook onder de wettelijke limiet) onderzoek te doen naar de verdelingen van het bloedalcoholgehalte (BAG) van bestuurders in het beroepsverkeer. Aan de hand van dergelijke resultaten is het mogelijk om, gebaseerd op feiten, met betrokken partijen een discussie te voeren over de wijze waarop het probleem moet worden aangepakt.

Alcohol consumption by professional drivers The social cost of so-called alcohol accidents in the Netherlands road traffic is estimated at about 2 billion guilders (c.$1 billion) a year. Alcohol consumption by professional drivers is a subject to be taken seriously because of the far-reaching effects of accident involving heavy vehicles. Within the framework of a wider project concerning this subject, the Alcon section of Trindeborch Consult therefore carried out a literature study. Its purpose was to gain insight in the following matters: - How large is the alcohol problem among professional drivers? - How large are the costs this involves? - Which prevention programmes are known and applied? To get an idea of the size of the problem, an inventory was made of four indicators of professional drivers' alcohol consumption in the Netherlands and abroad. These were: accident data, observed behaviour, results of police control, and self-reported behaviour. The data found indicates that; in general, and among Dutch drivers in particular, alcohol consumption during working hours is not a common and widespread phenomenon. During alcohol controls, only small percentages of professional drivers are above the limit. In the Netherlands they are considerably lower than in non-professional traffic. Although the indicators together give a reasonable impression of professional drivers in the Netherlands, they each have their limitations as far as validity and representivity are concerned. They therefore need to be examined with the necessary care. Based on the limited data found, the costs of alcohol consumption by professional drivers is difficult to estimate. It is clear that the danger of drinking and driving is many times greater for heavy vehicles than for private ones. The costs, and therefore the possible savings, as far as drunk-driving is concerned, are therefore, many times higher. Preventative programmes can be divided into laws, and collective and individual company measures. Collective labour agreements/contracts in the transport sector take alcohol consumption into account. However, there seems to be little interest for and belief in the existence of a problem. For the time being, the data seems to justify such an attitude. Neither does the data provide a representative or valid picture. In order to prevent false optimism about alcohol consumption by Dutch professional drivers, among the relevant parties, the following is recommended: study accurately the distributions of the blood alcohol content (also those below the limit) of professional drivers, using random samples. Using such factual results, it is possible to discuss the way in which the problem must be tackled, with the parties concerned.

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-99-24

Pagina's

34

Gepubliceerd door

SWOV, Leidschendam