Publicatie

Advies herziening kader toelating bijzondere bromfietsen

Verkeersveiligheidsbeoordeling van nieuwe aanvragen

Auteur(s)

Goede, M. de; Christoph, M.W.T.; Stelling-Kończak, A; Aarts, L.T.

Jaar

2019

Downloaden

PDF-pictogram pdf (1.81 MB)

Nieuwe typen licht gemotoriseerde voertuigen, zoals elektrische steps of sta-driewielers, passen vaak niet binnen de Europese regelgeving die bepaalt of ze mogen worden toegelaten op de openbare weg. Om ruimte te maken voor dit soort innovaties, kan de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) deze voertuigen aanwijzen als ‘bijzondere bromfiets’. Ze mogen dan onder bepaalde voorwaarden, die sterk overeenkomen met die voor de snorfiets, rijden op de openbare weg. In Nederland is de RDW de instantie die de technische eisen van het voertuig voor toelating toetst, terwijl een hiervoor aangewezen onderzoeksinstituut adviseert over de verkeersveiligheid ervan.

Het ministerie van IenW heeft aan SWOV en de RDW gevraagd om het huidige kader voor toelating en veilig gebruik van deze voertuigen te onderzoeken en een advies te formuleren over een mogelijke herziening. Aanleiding voor dit verzoek was het tragische ongeval met een Stint, op 20 september 2018 in Oss. Het onderzoek van de RDW is gericht op de technische aspecten, SWOV heeft vooral gekeken naar de veiligheid van toelating op de openbare weg en hoe dat getoetst kan worden.

Het advies van SWOV is opgesteld op basis van de principes van Duurzaam Veilig, een internationaal erkende aanpak om de verkeersveiligheid te verbeteren. Vanuit die Duurzaam Veilig-visie, die in 2018 is geactualiseerd, adviseert SWOV om bij de verkeersveiligheidsbeoordeling van bijzondere bromfietsen de volgende drie procedures toe te passen:

1. Toetsing aan Duurzaam Veilig-principes

Om te beoordelen of nieuwe voertuigen als bijzondere bromfietsen kunnen worden toegelaten op de weg, moeten ze worden getoetst aan twee van de drie ‘ontwerpprincipes’ van Duurzaam Veilig: psychologica en (bio)mechanica.

Het psychologica-principe houdt in dat het ontwerp van het nieuwe voertuig optimaal moet zijn afgestemd op zowel de gebruiker als het verkeerssysteem. Dat betekent onder andere dat de bestuurder beschikt over de juiste rijvaardigheid en dat de bediening van het voertuig logisch en intuïtief is. Ook moeten andere weggebruikers het nieuwe voertuig als zodanig herkennen, weten hoe het zich gedraagt en welke gedrags- en verkeersregels daarbij horen.

Het (bio)mechanica-principe betekent dat de massa, snelheid, richting en de mate van bescherming van het nieuwe voertuig aansluiten bij die van andere weggebruikers. Als dat niet het geval is, dan moeten ze van elkaar worden gescheiden of moet de snelheid beperkt worden.

2. Toetsing bestuurbaarheid en interactie tussen voertuig, gebruiker en wegomgeving via praktijktesten

Als onderdeel van de toetsing aan de Duurzaam Veilig-principes is het van belang om inzicht te krijgen in de manier waarop het nieuwe voertuig zich laat besturen, bij normaal gebruik en in kritische situaties. In een praktijkproef moeten potentiële moeilijkheden en risico’s bij het berijden en besturen van het testvoertuig in verschillende scenario’s worden onderzocht.

3. Monitoring en evaluatie

Na toelating is een fase van monitoring en evaluatie van belang. Alle toelatingen zouden daarom in eerste instantie tijdelijk moeten zijn. Dat geldt ook voor eventuele aanpassingen aan het oorspronkelijke voertuigontwerp en voor aanpassingen aan het verkeerssysteem of de regelgeving. Als die aanpassingen invloed hebben op de rijeigenschappen van het nieuwe voertuig, dan moeten deze eigenschappen opnieuw worden getoetst.

Overigens meent SWOV dat de reguliere Europese typegoedkeuring voor nieuwe typen voertuigen veel voordelen heeft en daarom altijd de voorkeur verdient.

Advice on revision of regulatory framework for approval of special mopeds

New types of light motorized vehicles, such as electric scooters or stand-up tricycles, often do not fall within the scope of European regulations authorizing their access to public roads. To accommodate these kinds of innovations, the minster of Infrastructure and Water Management may designate these vehicles as ‘special mopeds’. They will then, subject to certain conditions very similar to those applying to light mopeds, have access to public roads. In the Netherlands, RDW Vehicle Technology and Information Centre is the authority that tests vehicles against the technical approval requirements, whilst a designated research institute advises about the road safety of the vehicles concerned.

The Ministry of Infrastructure and Water Management has asked SWOV Institute for Road Safety Research and RDW Vehicle Technology and Information Centre - to study the current framework for road access and safe usage of these vehicles and to express an advisory opinion on a possible framework revision. The reason for this request was the tragic crash of a Stint electric child cart on 20 September 2018 in the Dutch town of Oss. The RDW study has focused on the technical aspects, while SWOV has mainly focused on the safety of road access of this vehicle and how this safety may be tested.

SWOV’s advice has been based on Sustainable Safety principles, an internationally recognized approach for road safety improvement. The Sustainable Safety vision, updated in 2018, advises to apply the following three procedures when assessing the road safety of special mopeds:

1. Assessment according to the principles of Sustainable Safety

To assess whether new vehicles may be allowed access to the road as special mopeds, they should be tested against two of the three ‘design principles’ of Sustainable Safety: psychologics and (bio)mechanics.   

The psychologics principle implies that the design of the new vehicle should be optimized for both its user and  for the traffic system. This means, among other things, that the user should have the appropriate operational skills and that operation of the vehicle is both logical and intuitive. Other road users should also be able to recognize the new vehicle as such, to know how it will behave and which behavioural and traffic rules apply to it.

The (bio)mechanics principle implies that mass, speed, direction and degree of protection of the new vehicle are compatible with those of other road users. If this is not the case, their traffic flows should be separated or the vehicle speed should be limited.

2. Assessment of vehicle control and interaction between vehicle, road user and road environment by means of field tests

As part of the assessment in accordance with Sustainable Safety principles, it is important to find out how easy or hard it is to control the new vehicle in ordinary conditions and in critical situations. In a field test, potential problems and risks in riding and controlling the test vehicle should be studied using different scenarios.

3. Monitoring and evaluation

After approval, a monitoring and evaluation phase should be planned. All approvals should therefore initially be provisional. This also applies to possible alterations of the original vehicle design and for alterations of the traffic system or traffic rules. If these alterations affect the operational response of the new vehicle, this should once more be tested.

Moreover, SWOV recognizes the many benefits of regular European type approval for new vehicles and will always prefer this European approach.

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-2019-9

Pagina's

19

Gepubliceerd door

SWOV, Den Haag