|
Op basis van diverse buitenlands
onderzoekresultaten verwacht de SWOV dat radardetectoren een negatieve
invloed hebben op de verkeersveiligheid.
Algemeen
Regelmatig schermen voorstanders van radardetectoren met onderzoeken
waaruit zou blijken dat het gebruik van radardetectoren de verkeersveiligheid
bevordert. Dit zijn onveranderlijk studies waarin aan bezitters en niet-bezitters
van radardetectoren is gevraagd bij hoeveel ongevallen ze betrokken zijn
geweest en hoeveel kilometer ze hebben afgelegd. Uit dergelijk onderzoek
kan noch de conclusie getrokken worden dat radardetectoren gunstig voor
de verkeersveiligheid zijn, noch dat het effect ongunstig is. Dit komt
hoofdzakelijk door het verschijnsel van zelfselectie. Bestuurders die
radardetectoren aanschaffen, zijn niet representatief voor de gehele populatie
automobilisten. Aangenomen mag o.a. worden dat zakelijke rijders die jaarlijks
veel kilometers afleggen vaker een radardetector zullen hebben dan automobilisten
die niet tot deze categorie horen. Bekend is dat een hoog jaarkilometrage
(het aantal afgelegde kilometers) gepaard gaat met een relatief laag ongevalsrisico
(de kans op een ongeval per afgelegde kilometer - Elvik & Wesemann,
2002). Een lager ongevalrisico van bestuurders met een radardetector
hoeft
dus geen verband te houden met de radardetector, maar kan mogelijk zijn
veroorzaakt door het feit dat men jaarlijks veel kilometers rijdt.
Detector - snelheid - verkeersveiligheid
Er bestaan echter studies waaruit beter blijkt wat het verband is
tussen het bezit van een radardetector en de verkeersveiligheid. Door
een hogere rijsnelheid neemt de kans op een ongeval toe en neemt bovendien
de ernst van de afloop van een ongeval toe (Nilsson, 1981; Finch et al,
1994; Kloeden et al, 1997; Quimby et al, 1999; Taylor et al, 2000).
Freedman,
Williams, Teed & Lund (1990) hebben
met behulp van een zogenaamde 'radardetector detector' (RDD) vastgesteld
of er in een voertuig al dan niet een radardetector aanwezig was en vervolgens
de rijsnelheid gemeten. Het bleek dat bezitters van radardetectoren vaker
en meer te hard reden daar waar geen snelheidscontrole was dan door automobilisten
zonder radardetector. De gevonden verschillen waren statistisch significant.
Ook hier kan echter weer zelfselectie een rol hebben gespeeld. Het verschil
zou niet zozeer kunnen zijn ontstaan door de aanwezigheid
van de radardetector, maar door de algemene rijstijl van
personen die zich een radardetector aanschaffen. Door de genoemde onderzoekers
is echter ook aangetoond dat vrachtauto's met radardetector significant
vaker en meer te hard reden dan vrachtwagens zonder radardetectoren.
Bijna
de helft van de vrachtautochauffeurs in het onderzoek hadden een radardetector
en zowel vrachtwagenchauffeurs mét als zonder radardetector hebben een
hoog jaarkilometrage en zijn voor hun beroep op de weg. Dit maakt de
kans
klein dat de gevonden verschillen geen verband houden met de al dan niet
aanwezigheid van een radardetector.
Politietoezicht - snelheid
Uit divers onderzoek (o.a. Rooijers 1997) blijkt dat voor automobilisten
de kans een boete op te lopen bij het bewust overschrijden van de snelheidslimiet
een reden is de snelheid te matigen. In de onderzoeken van Rooijers werd
de vraag gesteld of men harder zou gaan rijden indien men zeker zou
weten
dat de pakkans 0 is. Hier antwoordde ongeveer 33% op dat ze zeker of zeer
waarschijnlijk harder zouden gaan rijden. De zakelijke rijders (de groep
met relatief veel radardetectoren) gaven dit antwoord vaker dan de woonwerk-rijders
en de privé-rijders. Aangezien bij gebruik van een radardetector de
pakkans feitelijk nul is, kan geconcludeerd worden dat het gebruik van
radardetectoren
er bij een niet onaanzienlijk deel van rijdend Nederland toe zal leiden
harder te rijden dan is toegestaan daar waar niet op snelheid gecontroleerd
wordt.
Voorts blijkt uit Australisch onderzoek naar de effecten van mobiele
snelheidscontrole (Diamantopoulou & Cameron, 2002) dat het aantal
ongevallen het sterkst afneemt, wanneer een deel van de snelheidcontroles
zichtbaar is voor de weggebruiker en een deel niet. Blijkbaar is het
effect
van radarcontroles het grootst, wanneer automobilisten zien dat er
controles zijn, maar tegelijkertijd weten dat een deel van de controleposten
niet
zichtbaar is.
Bij een mix van zichtbare en niet-zichtbare controles in
combinatie met
publiciteit over deze snelheidscontroles was de afname van de ongevallen
significant het grootst en nog waarneembaar tot vier dagen na de controle.
Uitsluitend zichtbare controles gaven de kleinste ongevalsreducties.
Voor
bezitters van radardetectoren zijn alle snelheidscontroles (zowel statisch
als mobiel) zichtbaar en zullen daardoor voor hen vermoedelijk minder
effectief zijn. Zij zullen hun snelheid alleen in de buurt van een controle
matige
Conclusie
Op basis van deze bevindingen concludeert de SWOV dat radardetectoren
een negatieve invloed zullen hebben op de verkeersveiligheid.
Literatuur
Diamantopoulou, K & Cameron, M (2002) An evaluation of the effectiveness
of overt and covert speed enforcement achieved through mobile radar operations,
Report No. 187, Monash University, Australië, 2002
Elvik, K & Wesemann, P. (2002) A framework for cost-benefit analysis
of policy options designed to control impaired driving. Draft Report,
Deliverable P1 for the IMMORTAL-project, University of Leeds
Finch, D. J., Kompfner, P., Lockwood,
C. R. & Maycock, G. (1994). Speed, speed limits and accidents.
Project Record S211G/RB /Project Report PR 58. Transport Research Laboratory
TRL, Crowthorne, Berkshire.
Freedman, M, Williams, A.F, Teed, N & Lund (1990) Radar detector
use and speeds in Maryland and Virginia, Insurance Institute for Highway
Safety, VS, 1990
Kloeden, C. N., McLean, A. J., Moore, V. M. & Ponte, G. (1997).
Travelling speed and the risk of crash involvement. Volume
1: findings. Report No. CR 172 . Federal Office of Road Safety FORS, Canberra.
Nilsson, G. (1982). The effects of speed limits on traffic accidents
in Sweden. Proceedings of the international symposium on the effects
of speed limits on traffic accidents and fuel consumption, Dublin. Organisation
for Economie Co-operatien and Development OECD, Paris.
Quimby, A., Maycock, G., Palmer, C. & Buttress, S. (1999). The
factors that influence a driver's choice of speed: a questionnaire study.
TRL Report No. 325. Transport Research Laboratory TRL, Crowthorne, Berkshire.
Rooijers,T. (1997) Rijsnelheden en attitudes jegens overschrijding
van de Limiet van Verschillend groepen autogebruikers. Proefschrift
Rijksuniversiteit Groningen
Taylor,
M. C., Lynam, D. A. & Baruya, A. (2000). The effects of drivers'
speed on the frequency of road accidents. TRL Report, No. 421. Transport
Research Laboratory TRL, Crowthorne, Berkshire
|