Publicatie

Verkeersveiligheidsconsequenties van nieuwe, bijzondere voertuigsoorten

Veiligheid van de scootermobiel, open drie- en vierwielers en motorvoertuigen met beperkte snelheid

Auteur(s)

Schoon, Ing. C.C. ; Hendriksen, H.

Jaar

2000

Downloaden

PDF icon pdf (192.76 KB)

Indien een (nieuw) voertuigtype in een van de Europese lidstaten een typegoedkeuring verkrijgt, zijn de andere lidstaten verplicht dit type op de openbare weg toe te laten. De enige vrijheid die lidstaten hebben is om gedragsregels voor de gebruikers op te stellen en om te bepalen op welke wegtypen het nieuwe voertuig wel en niet is toegestaan. Een dergelijke nadere reglementering is bovendien aan een aantal randvoorwaarden gebonden. Dit rapport gaat nader in op de huidige status van een drietal categorieën ‘bijzondere voertuigen'. Van deze voertuigen zijn de verkeersveiligheidsaspecten beschouwd, en is ingegaan op wenselijke gedragsregels voor de bestuurders van de voertuigen. Het gaat hierbij om de volgende drie categorieën ‘bijzondere voertuigen': - het invalidenvoertuig, in het bijzonder de scootermobiel (een elektrisch aangedreven scooter met drie wielen); - de drie- en vierwielige motorvoertuigen met een open carrosserie en een snelheid boven de 25 km/uur (Quad, Trike, Fun-tech); - langzame zware motorvoertuigen (max. 25 km/uur), in het bijzonder de categorie ‘motorvoertuigen met beperkte snelheid'. Ook vallen hieronder de reguliere landbouwvoertuigen en de motorvoertuigen die tot een ‘landbouwvoertuig' zijn omgebouwd. Van deze voertuigtypen is de aard en omvang van het verkeersveiligheidsprobleem ingeschat. Van de nieuwe type voertuigen konden deze uiteraard niet gebaseerd worden op ongevallencijfers; daarom zijn onder meer parkcijfers en gegevens van gebruikers benut. Deze gegevens werden verkregen van importeurs. De verkeersveiligheidsconsequenties van het gebruik van ‘bijzondere voertuigen' zijn tevens ingeschat aan de hand van de theorievorming over een veilig verkeerssysteem zoals vastgelegd in de beginselen van ‘duurzaam-veilig'. Aan de hand van deze veiligheidsanalyses zijn aanbevelingen opgesteld om tot nadere regelgeving te komen. De scootermobiel wordt niet afzonderlijk in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) uit 1990 beschreven. Aanbevolen wordt om in het RVV voor berijders van de scootermobiel dezelfde gedragsregels als voor voetgangers op te nemen. Wel is het gewenst eerst de consequenties hiervan te onderzoeken. In het Voertuigreglement (VTR) is de scootermobiel wel opgenomen (als open invalidenvoertuig), maar als maximum voertuigsnelheid geldt de hoge snelheid van 45km/uur. In dit rapport wordt een snelheid van maximaal 6 à 7 km/uur geadviseerd. Verder wordt aanbevolen een opleiding of training voor de gebruikers van scootermobielen verplicht te stellen. Wat betreft de open lichte drie- en vierwielige voertuigen is het wenselijk dat Nederland in het Europese overleg een duidelijk signaal afgeeft om strenger te zijn in de toelating van dergelijke ‘bijzondere voertuigen'. Ook zouden in de Europese richtlijnen extra veiligheidseisen opgenomen moeten worden om gevaarlijk gebruik te voorkomen. Eisen die hiervoor in aanmerking komen zijn de voertuigstabiliteit en de verplichte aanwezigheid van een solide rolbeugel (roll bar) in combinatie met gordels. Voor de typen die in Nederland reeds zijn toegelaten zou het dragen van een helm voorgeschreven kunnen worden. De conclusie over de motorvoertuigen met beperkte snelheid luidt dat er sprake is van oneigenlijk gebruik. Gezien de globale inventarisatie is over de omvang van het probleem niets bekend. Wel worden in het rapport aanbevelingen gedaan om de gesignaleerde problemen in te dammen. Zo zou in het VTR de begripsbepaling van ‘motorvoertuig met beperkte snelheid' aangepast kunnen worden en zouden de gedragsregels in het RVV 1990 bijgesteld kunnen worden. Daarnaast zijn de invoering van vergunningen (c.q.ontheffingen) en de verplichting tot het voeren van een kenteken mogelijkheden om de handhaving te vereenvoudigen. Over landbouwtrekkers wordt verder geconcludeerd dat het gebruik hiervan de openbare weg tot een uiterste moet worden beperkt.

Road safety consequences of new, special vehicle types; Safety of the scooter mobile, open 3- and 4-wheeled motor vehicles, and motor vehicles with limited speed If, in one of the countries of the European Union, a new vehicle type obtains a type approval, the other member countries are obliged to permit this vehicle type on their public roads. The only freedom that member countries have is to establish rules of use and determine on what road types the new vehicle type may be driven, and which not. Such a further regulation must, furthermore, satisfy a number of preconditions. This report deals in more detail the present traffic status of three categories of 'special vehicles'. Their road safety aspects are considered, and the desired behavioural rules for the drivers of these vehicles are looked at. The three categories of 'special vehicles' are: 1. the invalid vehicle, in particular the scooter mobile (an electrically powered scooter with 3 wheels); 2. the 3 and 4-wheeled motor vehicles with an open body, and a maximum, possible speed of more than 25 km/h (quad, trike, fun-tech""); 3. slow, heavy motor vehicles (max. 25 km/h), in particular the category 'motor vehicles with limited speed (limit)'. These also include the regular agricultural vehicles and those motor vehicles that have been rebuilt to an 'agricultural vehicle'. The nature and extent of the road safety problems of these vehicle types has been estimated. Accident data could, of course, not be used for these new vehicle types; which is why (among others) fleet and user data was used. This data was obtained from importers. The road safety consequences of using 'special vehicles' were also estimated using the theory formulation regarding a safe traffic system, as laid down in the principles of 'sustainably safe'. These safety analyses were used to make recommendations for a further regulation. The scooter mobile is not specifically dealt with in the Traffic and Roadsign Regulation (RVV) of 1990. It is recommended to apply the same behavioural rules for scooter mobile drivers as for pedestrians. The consequences of this should, however, first be studied. The scooter mobile has, however, been included in the Vehicle Regulation (VTR), viz. as an open invalid vehicle; but with a speed limit of 45 km/h. In this report, a speed limit of 6-7 km/h is advised. It is further recommended to make obligatory a training programme for scooter mobile users. As far as the open, light 3 and 4-wheel vehicles are concerned, the Netherlands should send a clear signal to the European Union, to be stricter in admitting such 'special vehicles'. There should also be, in the European guidelines, extra safety demands to prevent dangerous use. The demands that come into consideration are vehicle stability and the obligation of a solid roll bar in combination with seat belts. For those types already permitted to drive in the Netherlands, the crash helmet should be made obligatory. The conclusion concerning the motor vehicles with limited speed (limit), is that there is (some) talk of improper use. Seeing the global inventory, nothing is known about the size of the problem. The report does, however, make recommendations to confine the problems signalled. Thus the definition in the VTR of 'motor vehicle with limited speed' could be adjusted, and so could the behavioural rules in the RVV 1990. This also applies to issuing permits (or exceptions) and licence plate obligation; to simplify enforcement. As far as tractors are concerned, it was concluded that their use on public roads should be kept to a minimum.

Print this page