Publicatie

Veiligheidscultuur in de praktijk

Interviewstudie naar motieven, uitvoering en effecten bij transportondernemingen en verzekeraars die actief aan schadepreventie doen

Auteur(s)

Bax, C.A.; Goldenbeld, Ch.; Korving, H.

Jaar

2014

Dit rapport behandelt de volgende vragen: hoe kan verkeersveiligheids­cultuur geïmplementeerd worden bij transportbedrijven en wat motiveert bedrijven om een verkeersveiligheidscultuur in te voeren?

Daarvoor hebben we gekeken naar:

  • programma’s voor schadepreventie die verzekeraars en brancheorganisaties aanbieden;
  • de aanleiding en motivatie van bedrijven om deel te nemen aan zo’n programma;
  • de maatregelen die genomen zijn en de effecten van schadepreventieprogramma’s;
  • de eventuele relatie tussen motivatie en implementatie.

Dit onderzoek is verkennend van aard. Omdat we bedrijven wilden vragen waarom zij gestart zijn met schadepreventiemaatregelen, hebben we in dit onderzoek alleen bedrijven benaderd die daadwerkelijk een schadepreventie­programma hebben gevolgd. Er zijn interviews gehouden met vier verzekeraars en een brancheorganisatie, en telefonische interviews met vierentwintig transportbedrijven.

Verzekeraars volgen globaal eenzelfde soort aanpak bij schadepreventie­programma’s, gericht op het overtuigen van de directie van een transport­bedrijf om een schadepreventietraject te volgen en door te laten zien dat schadepreventie loont. Ook TLN onderschrijft dit voor de cursus Koers op Veilig. Alle verzekeraars en TLN benadrukken dat schadepreventie tijd kost en dat het belangrijk is de veranderde cultuur constant te bewaken, ook na het traject, bijvoorbeeld door vervolgafspraken.

Alle verzekeraars geven aan dat zij, naast de warme relatie met de klant, een stok achter de deur hebben in de vorm van verhoging van het eigen risico of de premie, hoewel hier zelden gebruik van hoeft te worden gemaakt.

Een hoge schadelast bleek de meest voorkomende concrete aanleiding om te starten met een schadepreventietraject. Dat betekent dat bedrijven vooral handelen als er een probleem geconstateerd is. Vervolgens nemen sommige bedrijven zelf het initiatief tot een traject, bij de anderen neemt de verzekeraar het initiatief. Alle bedrijven vinden kostenreductie een belangrijke reden voor schadepreventie, maar ook het imago van het bedrijf en de wens van klanten zijn redenen

Alle geïnterviewde bedrijven registreren hun eigen ongevallen. De meeste daarvan analyseren de ongevallen ook. Veel bedrijven lichten hun chauffeurs voor in collectieve bijeenkomsten en spreken individueel met hen bij schades, soms met een zwaarder gesprek als er sprake is van meerdere schades. Ook maatregelen om de rijstijl van de chauffeur te veranderen worden door veel bedrijven gebruikt. Dat varieert van Code 95-trainingen, specifiek gericht op schadepreventie, tot het monitoren en bespreken van de rijstijl van de chauffeurs met behulp van een boordcomputer.

De verzekeraars en TLN en ook de meeste transportbedrijven zelf zien een daling van de schadelast na het starten van een schadepreventietraject. Negentien van de 24 geïnterviewde transportbedrijven stellen dat hun schadelast (sterk) verminderd is. Geen enkel bedrijf zag een toename van de schadecijfers. Het lijkt vooral te gaan om een afname van de kleinere schades met uitsluitend materiële schade.

Bedrijven waarbij de verzekeraar het initiatief tot het schadepreventietraject had genomen, laten even vaak een daling van de schadelast zien als bedrijven die zelf het initiatief namen tot een traject. Ook een prikkel van buiten lijkt hiermee tot een succesvol traject te leiden.

Safety culture applied: motives, implementation and effects

This report discusses the following issues: how can road safety culture be implemented in transport companies and how are companies motivated to introduce a safety culture?

For an answer to these questions we looked at:

  • programmes for the prevention of damages offered by insurers and trade associations;
  • the reasons and motivation of companies to participate in such a programme;
  • the measures that have been taken and the effects of damage prevention programmes;
  • the possible relationship between motivation and implementation.

This research is exploratory in nature. Because we wanted to ask companies why they started taking damage prevention measures, we have only approached companies in this study that have actually introduced a damage prevention programme. Interviews were held within four insurance companies and an industry association, and telephone interviews were conducted with twenty-four transport companies.

Insurers broadly follow a similar kind of approach in damage prevention programmes. This approach is aimed at convincing the managing director(s) of a transport company to embark on a damage prevention process and showing that damage prevention pays off. Dutch Employers Organisation on Transport and Logistics (TLN) also uses this for their course Koers op Veilig (Setting Course for Safety). All insurers and TLN stress that damage prevention takes time and that it is important to constantly monitor the changing culture, also after completion of the process, for example by follow-up appointments.

All insurers indicate that, in addition to having a warm relationship with the customer, they hold the big stick in the form of being in the position to increase the own risk or raise the premium, although they rarely need to make use of this possibility.

High costs of damages turned out to be the most common concrete reason to start with a damage prevention process. That means that companies mainly act when a problem has been observed. The next step is that some companies themselves take the initiative to start on a damage prevention process, whereas in other companies the insurer takes the initiative. All companies find cost reduction an important reason for prevention of damages, but also the company image and satisfying customers are motivations.

All the companies that we interviewed, register their own crashes. Most of them also analyse the accidents. Many companies inform their drivers in collective meetings and speak with them individually in the case of damages, sometimes with a heavier conversation when there are multiple damages. Many companies also use measures to change the driving style of the driver, ranging from Code 95-trainings, specifically aimed at damage prevention, to monitoring and discussing the driving style of the drivers using an on-board computer.

The insurers and TLN and also most transport companies themselves see a decrease in the cost of damages after starting a damage prevention process. Nineteen of the 24 transport companies that were interviewed claim that the cost of their damages has (strongly) declined. Not one company saw an increase in damages. The decrease in damages mainly seems to concern smaller property only damages.

Companies where the insurer had taken the initiative to embark on a damage prevention process, show a decrease in the cost of damages as frequently as companies that took the initiative themselves. This means that an outside stimulus also seems to lead to a successful process.

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-2014-33A

Pagina's

34 + 5

Gepubliceerd door

SWOV, Den Haag