Publicatie

Tegen de stroom in

Beschrijvend onderzoek naar spookrijden op autosnelwegen: achtergronden, oorzaken, aansprakelijkheden en maatregelen

Auteur(s)

Niet, Drs. M. de ; Blokpoel, A.

Jaar

2000

Spookrijden is de oorzaak voor een klein aantal ernstige ongevallen. De laatste jaren vallen per jaar in Nederland vijf doden en twaalf gewonden als gevolg van spookrijden. Meer inzicht in het ontstaan van spookrijden is van belang om bestaande maatregelen tegen spookrijden te evalueren en om eventuele aanvullende maatregelen te nemen. De beschikbare ongevalsbestanden geven geen informatie over de locatie en de manier waarop spookritten ontstaan. Om meer informatie te krijgen zijn in dit onderzoek de originele registratieformulieren en uitgebreide processen-verbaal van spookrij-ongevallen op autosnelwegen geanalyseerd. Vooral de uitgebreide processen-verbaal bieden meer inzicht in het ontstaan van spookrijden. Hiernaast is aanvullend onderzoek gedaan naar de factoren in wegontwerp en bestuurdersgedrag die een rol spelen bij spookrijden. Hiervoor zijn afritten bezocht waar spookritten zijn begonnen. Ook is er in het aanvullende onderzoek gekeken naar de juridische aansprakelijkheid bij ongevallen met spookrijden en naar de effectiviteit van maatregelen tegen spookrijden. Uit analyses van de processen-verbaal is gebleken dat ongeveer de helft van de spookritten begint doordat bestuurders afritten oprijden en de andere helft doordat ze keren (voornamelijk op de hoofdrijbaan) of verwante manoeuvres verrichten. Het oprijden van de afrit gebeurt voornamelijk bij duisternis door oudere bestuurders (vanaf ongeveer 55 jaar). Deze bestuurders willen via de oprit correct de snelweg oprijden maar slaan te vroeg linksaf naar de afrit. Dit lijkt vooral een probleem in de verwerking van (visuele) informatie te zijn en gebeurt op beide hoofdtypen afritten: halfklaverbladen en Haarlemmermeeraansluitingen. Het keren gebeurt voornamelijk door jongere bestuurders die doorgaans bewust gaan spookrijden om een eerdere fout in de routeplanning te corrigeren. Bij het grootste deel van de spookrijders wordt geen alcohol in het bloed aangetroffen. De analyse geeft echter geen inzicht in het effect van alcoholgebruik op het ontstaan van spookritten, doordat gegevens hierover selectief zijn geregistreerd en deels ontbreken. De nadruk in het aanvullende onderzoek lag op de situaties waarin onopzettelijk afritten worden opgereden. Deze fout, die door de grootste groep gemaakt wordt, is, vanwege de aard en de locatie, het eenvoudigst te voorkomen. Bij spookafritten zijn situaties aangetroffen die het te vroeg afslaan in de hand kunnen werken. Doordat de afrit opvallend is en het zicht op de oprit slecht, kunnen bestuurders naar de afrit worden geleid. Door versleten belijning en niet (juist) geplaatste borden wordt niet duidelijk gemaakt welke handelingen zijn toegestaan. De bocht van de onderliggende weg naar de afrit is niet zodanig krap dat het te vroeg afslaan wordt verhinderd. Veel van deze situaties zijn in strijd met bestaande richtlijnen. Uit het aanvullende onderzoek blijkt verder dat de verantwoordelijkheid voor het ontstaan en de gevolgen van spookrij-ongevallen doorgaans bij de spookrijder wordt gelegd. Toch is dit niet altijd terecht. Bij ongevallen die te wijten zijn aan een derde kan een beroep op overmacht worden gedaan. Wegbeheerders zijn verantwoordelijk voor ongevallen die zijn ontstaan doordat de weg niet voldoet aan de eisen die daaraan kunnen worden gesteld. Hierbij moeten zij volgens de jurisprudentie ook rekening houden met minder vaardige bestuurders. Dit heeft tot gevolg dat onduidelijke situaties op spookafritten die in strijd zijn met richtlijnen mogelijk gevolgen kunnen hebben voor de aansprakelijkheid van de wegbeheerder. De scheiding van het wegbeheer tussen op-/afrit en onderliggende weg kan hierbij voor juridische en praktische complicaties zorgen. Naar aanleiding van het onderzoek kan een aantal aanbevelingen gedaan worden over maatregelen om spookrijden tegen te gaan. Vanwege het beperkte aantal slachtoffers bij spookrij-ongevallen zijn zeer kostbare maatregelen niet efficiënt. Maatregelen tegen spookrijden moeten eenvoudig zijn, ze moeten vroegtijdig effect hebben en geen hinder voor overig verkeer veroorzaken. Als de gevonden vermoedens over kenmerken van spookafritten juist zijn, dan is het opvolgen van bestaande richtlijnen voor bebording en zichtbaarheid van de oprit en het tijdig vervangen van de belijning een van de belangrijkste maatregelen tegen spookrijden. Om onduidelijkheden in kaart te brengen en te verhelpen kunnen inspecties van alle aansluitingen worden verricht, zoals in 1998 ook door Rijkswaterstaat is voorgesteld. Er is gebleken dat ‘ga terug'-borden in de middenberm tussen op- en afrit vaak voor bestuurders op de oprit bedoeld lijken te zijn. Door dit valse alarm leren bestuurders de borden te negeren en kan hun effectiviteit verminderen. Het is daarom aan te bevelen om de borden zodanig te plaatsen of af te schermen dat ze niet bedoeld lijken voor verkeer op de oprit. Verder wordt aangeraden (pijl)markeringen op de afrit te plaatsen en een verlengde scheiding tussen de rijrichtingen op de onderliggende weg aan te leggen. Hierdoor worden links afslaande bestuurders naar de oprit geleid en wordt het oprijden van de afrit belemmerd.

Print this page
rapport

Rapportnummer

D-2000-6

Pagina's

86 + 24 blz.

Gepubliceerd door

SWOV, Leidschendam