Publicatie

Oriëntatie op onderzoek naar rijden onder invloed van alcohol en drugs

Een verkennende notitie

Auteur(s)

Goldenbeld, Ch.

Jaar

2020

Rijden onder invloed van alcohol en/of drugs is een belangrijke risicofactor in het verkeer. De cijfers over de prevalentie en het risico van alcohol en drugs in het verkeer stammen uit het onderzoek ‘Driving under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines’ (afgekort DRUID), dat tussen 2006 en 2011 in Nederland en andere Europese landen is uitgevoerd. Deze cijfers zijn dus meer dan tien jaar oud. Met name als het gaat om drugs, geven ze dan ook geen accuraat beeld meer van de hedendaagse situatie. 

Cijfers van de politie over het aantal drugsgerelateerde verkeersincidenten lijken te wijzen op een toenemende drugsproblematiek in het verkeer. Deze cijfers zijn echter niet verzameld volgens een wetenschappelijk verantwoorde methode en laten geen systematische vergelijking toe. We weten dus niet goed hoe het drugsgebruik in het verkeer zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld heeft en ook niet wat de ontwikkeling is van gecombineerd drugs- en alcoholgebruik in het verkeer. Er zijn wel recente cijfers over het rijden onder invloed van alcohol in weekendnachten, die worden verzameld in een tweejaarlijkse meting. Daarbij moet echter de kanttekening worden geplaatst dat automobilisten steeds beter in staat lijken te zijn om langer durende alcoholcontroles te ontwijken via actuele informatie in sociale media. Daardoor geven ook deze prevalentiegegevens mogelijk geen goed beeld meer van de werkelijke omvang van het rijden onder invloed van alcohol.

Nieuw onderzoek naar alcohol en drugs

Mede op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft SWOV in kaart gebracht wat de mogelijkheden zijn om de bestaande kennis over prevalentie en risico’s van rijden onder invloed van alcohol en drugs te vergroten. Deze oriëntatie is uitgevoerd aan de hand van literatuurstudie en gesprekken met deskundigen. Voor nieuw onderzoek naar alcohol en drugs in het Nederlandse verkeer zijn de volgende onderzoeksvragen onderscheiden:

  1. Risicoverhoging door alcohol en drugs: wat is de invloed van het gebruik van alcohol en/of drugs op het ongevalsrisico in het verkeer?

  2. Prevalentie van alcohol en drugs in verkeer: welk aandeel van bestuurders in Nederland rijdt onder invloed van alcohol en/of drugs in het verkeer?

  3. Prevalentie van alcohol en drugs bij gewonde bestuurders: bij welk aandeel van door een verkeers­ongeval gewonde bestuurders in het verkeer kan alcohol of drugs worden vastgesteld?

  4. Vergelijking over tijd: is het aandeel bestuurders dat in Nederland onder invloed van alcohol en/of drugs rijdt toe- of afgenomen?

Case-control- versus prevalentieonderzoek

De risicoverhoging als gevolg van drugsgebruik in het verkeer kan inzichtelijk worden gemaakt via zogeheten case-controlonderzoek. Dergelijk onderzoek heeft een aanmerkelijk langere looptijd (drie jaar) en is duurder (2,6 miljoen euro) dan een nationaal prevalentieonderzoek naar alcohol en drugs (één jaar en 600 duizend tot 800 duizend euro), omdat het veel meer tijd kost om de benodigde gegevens te verzamelen. Daarnaast is de verwachte kwaliteit van een nationaal prevalentieonderzoek naar alcohol en drugs in het verkeer hoger dan die van een case-control­onderzoek. Dat heeft ermee te maken dat het bij case-controlonderzoek lastiger is om aan de vereisten van een kwalitatief goede studie te voldoen.

Conclusies

Op basis van bovenstaande overwegingen is een nationaal prevalentieonderzoek naar alcohol en drugs in het verkeer op korte termijn de beste optie om de kennis over rijden onder invloed van alcohol en drugs te vergroten. In de toekomst kan dit worden aangevuld met onderzoek naar de prevalentie van alcohol- en drugsgebruik bij gewonde bestuurders in ziekenhuizen. Daarop vooruitlopend kan worden nagegaan wat de mogelijkheden zijn voor een geanonimiseerde procedure voor de analyse van restbloed bij gewonde bestuurders in ziekenhuizen. Wat betreft een case-controlstudie om inzicht te krijgen in de huidige risico’s van alcohol en drugs in het verkeer, is het beter te wachten totdat een groter Europees of internationaal project – bijvoorbeeld DRUID2.0 – financiering en uitvoering van dat onderzoek kan faciliteren.

Pilotstudies

Ook voor een nationaal prevalentieonderzoek naar alcohol en drugs zijn er zaken die vooraf moeten worden uitgezocht. Daartoe zal SWOV in 2021 twee pilotstudies uitvoeren, met een focus op de prevalentie van respectievelijk alcohol en drugs in het verkeer. Deze pilotstudies richten zich op de beantwoording van de volgende onderzoeksvragen:

  1. Hoe kan worden geanticipeerd op de verstorende invloed van sociale media op de resultaten van prevalentieonderzoek alcohol in het verkeer:
    a. Wat is de haalbaarheid van meer controlelocaties met minder aselecte metingen per locatie?
    b. Wat zijn de eerste bevindingen ten aanzien van de resultaten op het gebied van prevalentie (hoger, gelijk aan of lager dan wat huidig prevalentieonderzoek laat zien)?

  2. Wat zijn de mogelijkheden voor aselecte metingen van de prevalentie van drugs in het verkeer:
    a. Wat zijn de juridische en analysemogelijkheden (inclusief medewerking van het Nederlands Forensisch Instituut)?
    b. Welke drugs kunnen worden gemeten (wat is haalbaar)?
    c. In hoeverre is het mogelijk om het prevalentieonderzoek van alcohol en drugs te combineren?

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-2020-20

Pagina's

37

Gepubliceerd door

SWOV, Den Haag

Thema's