Publicatie

Opzet voor de dataverzameling bij de evaluatie van geïntensiveerd politietoezicht in het verkeer

Eerste tussenrapportage van de evaluatie Regioprojecten van het Bureau Verkeershandhaving van het Openbaar Ministerie

Auteur(s)

Heidstra, Drs. J. ; Goldenbeld, dr. Ch.

Jaar

2001

Het Bureau Verkeershandhaving van het Openbaar Ministerie (BVOM) heeft zich ten doel gesteld om het verkeerstoezicht op de speerpunten rijsnelheid, alcoholgebruik, gordelgebruik, helmgebruik en rijden door rood licht de komende jaren sterk te intensiveren. Inmiddels zijn in zeventien van de vijfentwintig Nederlandse politieregio's projecten voor geïntensiveerd toezicht van start gegaan of gepland. Naast deze vier jaar durende Regioprojecten zal het reguliere verkeerstoezicht op het gebruikelijke niveau plaatsvinden. Een belangrijk onderdeel van elk regioplan is een grondige langetermijnevaluatie van de effecten van de verhoogde politie-inspanningen op het gedrag van verkeersdeelnemers en op de verkeersveiligheid. Dit grootschalige evaluatieonderzoek zal in een samenwerkingsverband tussen het BVOM en de SWOV worden uitgevoerd. In dit rapport worden de onderzoeksvragen van het evaluatieonderzoek beschreven en wordt de onderzoeksopzet voor de verschillende onderdelen van het evaluatieonderzoek toegelicht en uitgewerkt. In het gehele evaluatieonderzoek zal de oorzakelijke samenhang tussen het geïntensiveerde politietoezicht met begeleidende publiciteit en de verkeersveiligheid worden onderzocht aan de hand van de keten toezicht-gedrag-ongevallen. De theoretische veronderstelling is dat toezicht zal leiden tot een verbetering van de veiligheid door de beïnvloeding van het gedrag van bestuurders. Eerst zal daarom moeten worden aangetoond dat er in de bestudeerde regio's een werkelijke verandering in de verkeersveiligheid is opgetreden als gevolg van het verhoogde toezicht. Vervolgens wordt onderzocht of deze verandering in het ongevalspatroon samenhangt met een verandering in het verkeersgedrag en in de onderliggende gedragsdeterminanten zoals motieven, attituden en kennis. Er zal daarnaast eventueel worden gecorrigeerd voor externe factoren zoals veranderingen in verkeersdrukte, weginfrastructuur, enzovoort. Gedurende de gehele onderzoeksperiode zullen in hoofdzaak vier soorten gegevens systematisch en nauwkeurig worden verzameld: 1. gegevens over de inzet van extra politietoezicht; 2. gegevens over verkeersveiligheid; 3. gedragsgegevens van bestuurders; 4. gegevens over de gedragsachtergronden van bestuurders (attitude, meningen, motieven). De verzamelde gegevens worden aan elkaar gekoppeld in een relationele database die voor het evaluatieonderzoek ontwikkeld wordt. De kwaliteit van het onderzoek, het niveau waarop uiteindelijk uitspraken over de onderzochte relaties kunnen worden gedaan en de precisie waarmee dit kan gebeuren zullen in belangrijke mate afhangen van de volgende factoren: - de mogelijkheid om de mate van toezicht systematisch tussen verschillende condities (regio's, wegvakken, periodes, tijdstippen, enzovoort) te variëren; - de kwaliteit van de baseline-meting; dit is de meting in de periode vóór de intensivering van het toezicht; - de hoeveelheid verzamelde gegevens, met name die van ongevallen; - de kwaliteit van de verzamelde gegevens. In het rapport wordt per speerpunt aangegeven welke gegevens precies benodigd zijn, wanneer, door wie en op welke wijze deze zullen worden verzameld en wat hierin de bijdragen van het BVOM en de SWOV zijn. Daarbij is aangegeven welke minimale eisen worden gesteld aan de omvang en de kwaliteit van de te verzamelen gegevens en waar knelpunten te verwachten zijn. De variabelen worden bij de verschillende speerpunten op verschillende wijzen en niveaus gemeten. Verwacht wordt dat de kwaliteit van de onderzoeksmethode en -gegevens tussen de speerpunten zal verschillen, en daarmee ook de wetenschappelijke kwaliteit van uitspraken over het effect van toezicht op gedrag en ongevallen. Het ligt niet in de verwachting dat in het huidige onderzoek aan alle mogelijke of gewenste randvoorwaarden zal kunnen worden voldaan. Niettemin zullen met de gegevens die in het kader van dit grootschalige project beschikbaar komen, en met de nodige inspanningen en investeringen van alle betrokken partijen, goed gefundeerde uitspraken over de relatie tussen verkeerstoezicht en verkeersveiligheid kunnen worden gedaan.

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-2001-7

Pagina's

84 + 26 blz.

Gepubliceerd door

SWOV, Leidschendam