Publicatie

Onveiligheid van brom- en snorfietsers in Zeeland

Ongevallencijfers, mogelijkheden voor gerichte maatregelen en opzet van meetprogramma's voor rijsnelheid en helmgebruik

Auteur(s)

Schoon, Ing. C.C

Jaar

1999

Downloaden

PDF-pictogram pdf (467.2 KB)

In opdracht van het Regionaal Orgaan voor de Verkeersveiligheid (ROV) Zeeland heeft de SWOV een rapportage opgesteld over de omvang van de verkeersonveiligheid van brom- en snorfietsers in Zeeland, en maatregelen die hieraan kunnen worden gekoppeld.

In eerste instantie is de omvang en ontwikkeling van de onveiligheid van brom- en snorfietsen beschreven aan de hand van ongevallencijfers voor Zeeland. Om een vergelijking met geheel Nederland mogelijk te maken, heeft de SWOV ook landelijke ongevallencijfers in het rapport opgenomen.
Met een aandeel van 19% blijkt dat Zeeland tot de provincies behoort met het hoogste aandeel ernstig gewonde brom- en snor? ietsers onder het totaal aantal ernstig gewonde verkeersslachtoffers. De ontwikkeling sinds 1991 is een stijgende lijn in het aantal brom- en snor? ietsers dat in het ziekenhuis werd opgenomen.
Tevens zijn de slachtoffercijfers van brom- en snorfietsers gegeven per Zeeuwse regio, en onderscheiden naar leeftijdscategorie en omvang van de letselemst.

Naast de bespreking van enkele (voorgenomen) landelijke maatregelen op het gebied van veiligheid van brom- en snor? ietsers, bevat het rapport vooral de beschrijving van een aantal specifieke onderwerpen op verzoek van het ROV Zeeland. Deze onderwerpen zijn activiteiten gericht op de oudere brom- of snorfietser, snelheden van brom- en snorfietsen, en de mate van het (goede) gebruik van de bromfietshelm.

Op het gebied van educatie voor brom- en snorfietsers kan voor de groep ouderen vastgesteld worden dat er maatwerk nodig is om hun kennis en vaardigheden bij te brengen. Daarbij moeten de ouderen zelf aangeven waar ze behoefte aan hebben, maar ze moeten wel weten welke mogelijkheden er zijn. Twee initiatieven op dit gebied worden besproken. Het eerste initiatief is een activiteitenprogramma voor West-Zeeuws-Vlaanderen, het tweede initiatief betreft de ontwikkeling van een CD-ROM voor ouderen.

Snelheden van brom- en snorfietsen en de mate van (goed) helmgebruik worden behandeld in relatie tot verscherpt politietoezicht. In eerste instantie worden resultaten van reeds uitgevoerde metingen gegeven. Wat snelheden betreft gaat het zowel om rijsnelheden in het verkeer, die de SWOV in 1997 heeft gemeten, als om voertuigsnelheden die met behulp van een rollenbank zijn vastgesteld, en waarover jaarlijks door de politie Amsterdam-Amstelland wordt gerapporteerd. Voor het helmgebruik wordt gerefereerd aan metingen die in 1996 door de SWOV zijn uitgevoerd.
Voor een representatieve bepaling van de rijsnelheden en het helmgebruik in Zeeland worden twee meetprogramma's op hoofdlijnen beschreven. Voorgesteld wordt dezelfde meetmethode aan te houden als van de vorige SWOV-onderzoeken om de resultaten met die van landelijk onderzoeken te kunnen vergelijken.

The safety of mopeds and light-mopeds in the province of Zeeland

The Provincial Safety Board for the Province of Zeeland (in the South West of the Netherlands) commissioned SWOV to study the extent of the safety of mopeds and light-mopeds in the province and the relevant measures.

First of all, the accident data of Zeeland was analysed to establish the extent and development of the safety of mopeds and light-mopeds. SWOV included national data to be able to make a comparison with the rest of the country. With 19% of the national total, and compared to the other eleven provinces, Zeeland has the highest share of mopedist and light-mopedist inpatients. Since 1991, there has been an increasing number of such victims. The study further divided the victims by region within the province, and analysed them by age group and injury severity.

The report first of all considers a number of (planned) national measures for improving moped and light-moped safety. Then, as requested by the Provincial Safety Board, it concentrates on the description of a number of specific subjects. These subjects are activities aimed at older mopedists or light-mopedists, speeds of mopedists and light-mopedists, and the extent to which crash helmets are used (properly).

As far as moped and light-moped education is concerned, it can be maintained that made-to-measure work is necessary for the older riders, to bring their knowledge and skills to an acceptable level. To do this, the older riders themselves have to say what their needs are. They do have to, however, know what the possibilities are. Two initiatives are discussed. The first is an activities programme for the western half of the province that borders on Belgium; the second initiative is developing a CD-ROM for older
riders.

Speeds and (correct) helmet use are covered in relation to the increased police surveillance. In the first place, results of observations already made are presented. As far as speeds are concerned, there are those measured by SWOV in 1997 as well as speeds measured on a test rig; these last are carried out annually by the regional police. SWOV observations in 1996 were used for crash helmet use.
Two measuring programmes to obtain a representative picture of speeds and crash helmet use in Zeeland, are outlined. The suggestion is to keep to the same method as the previous SWOV studies, in order to be able to compare the resuits with national studies.

Print this page