Publicatie

Nederlandse rapportage SARTRE 2

Resultaten van de tweede enquête 'Social Attitudes to Road Traffic Risk in Europe' (SARTRE) uit 1996, vergeleken met de Nederlandse resultaten uit 1991 en met resultaten uit andere Europese landen.

Auteur(s)

Goldenbeld, Dr. Ch

Jaar

1997

Downloaden

PDF-pictogram pdf (2.98 MB)

In 1996 is voor de tweede maal het grootschalige enquête-onderzoek SARTRE (‘Social Attitudes to Road Traffic Risk in Europe') uitgevoerd. Indeze enquête wordt een representatieve steekproef van ongeveer duizend B-rijbewijsbezitters ondervraagd over hun visie op maatregelen en snelheidslimieten, over oorzaken van verkeersongevallen, over het eigen gedrag in het verkeer en dat van anderen, over de perceptie van gevaar in het verkeer, enover de ervaringen die men heeft met politietoezicht. De in 1996 deelnemende landen waren (in alfabetische volgorde): België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Italië, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Zweden en Zwitserland. Dit rapport beschrijft de Nederlandse gegevens van het tweede SARTRE-onderzoek; deze worden vergeleken met die van de eerste enquête uit 1991, teneinde verschuivingen van meningen, attitudes, risicopercepties en/of zelfgerapporteerd gedrag te kunnen traceren. Ook wordt beschreven hoe de meningen van Nederlandse B-rijbewijsbezitters over maatregelen, gedrag en risico zich verhouden tot die van buitenlandse B-rijbewijsbezitters. Over diverse onderwerpen blijkt de mening van Nederlandse automobilisten zich niet of nauwelijks te hebben gewijzigd. Voor tal van verkeersveiligheidsmaatregelen bestaat zowel in 1991 als in 1996 ruime meerderheidssteun. De twee grootste verschuivingen zijn de volgende: - in het denken over (de oorzaken van) verkeersongevallen wordt aan gedragsfactoren een steeds centralere rol toegekend; - de acceptatie van een Europese invoering van een derde remlicht is in 1996 sterk toegenomen en ontvangt ruime meerderheidssteun. Vergeleken met de ‘gemiddelde' Europese automobilist heeft de Nederlandse automobilist in 1996: - een minder grote bezorgdheid omtrent luchtvervuiling, verkeersongevallen en werkloosheid; - een minder grote risicoperceptie aangaande lopen, fietsen en motorrijden; - een minder grote risicoperceptie ten aanzien van voertuig- of wegdefecten als oorzaken van ongevallen; - een grotere risicoperceptie ten aanzien van het dagelijks drinken van een grote hoeveelheid alcohol; - een grotere afkeuring van vrijheid inzake rijden onder invloed; - een frequenter patroon van alcoholconsumptie, maar tegelijkertijd een minder frequent patroon van autorijden na alcoholconsumptie; - een positievere attitude ten aanzien van carpoolen om luchtvervuiling tegen te gaan; - een minder positieve attitude ten aanzien van openbaar-vervoer-gebruik om luchtvervuiling tegen te gaan; - een sterkere indruk dat hij met gemiddelde of met (iets) meer dan gemiddelde snelheid rijdt. Met het oog op aandachtspunten voor het verkeersveiligheidsbeleid zijn de volgende resultaten nader besproken: - norm en gevaarperceptie inzake gordelgebruik; - zelfgerapporteerd snelheidsgedrag in relatie tot anderen; - toegenomen rapportage van verkeersovertredingen (in het bijzonder het niet verlenen van voorrang aan voetgangers op oversteekplaatsen)

SARTRE 2: the Dutch report SARTRE, a large-scale survey studying Social Attitudes to Road Traffic Risk in Europe, was carried out for the second time in 1996. This survey questioned a random sample of approximately one thousand people with passenger car driving licences in regard to their opinions about measures and speed limits, causes of traffic accidents, their own behaviour in traffic and that of others, their perception of danger in traffic, and their experiences involving police enforcement. The countries participating in 1996 were (in alphabetical order): Austria, Belgium, the Czech Republic, Finland, France, Germany, Great Britain, Greece, Hungary, Ireland, Italy, the Netherlands, Poland, Portugal, Slovakia, Slovenia, Spain, Sweden and Switzerland. This report describes the Dutch data from the second SARTRE study. Theresults are also compared with those from the first survey done in 1991 in order to trace shifts in opinions, attitudes, perceptions of risk and/or self-reported behaviours. It is also described how the opinions of Dutch and foreign possessors of passenger car driving licences compare, in regard to measures, behaviours and risks. The opinions of Dutch motorists in regard to various subjects appear to have changed little if at all. Both in 1991 and in 1996 there was ample majority support for many of the road safety measures. Thetwo greatest shifts in opinion are as follows: -to an increasing extent, behaviour factors are thought to be playing a dominant role in regard to (causes of) road accidents; -acceptance of the introduction of a third brake light in Europe has increased greatly in 1996 and is receiving the support of a generous majority. Compared with the ‘average' European motorist, the Dutch motorist in 1996 shows: -less concern about air pollution, road accidents and unemployment; -less perceived risk regarding walking, cycling and motorcycling; -less perceived risk for vehicle or road defects as causes of accidents; -greater perceived risk for the daily drinking of great amounts of alcohol; -greater disapproval of the freedom to drive while intoxicated; -a greater frequency in the pattern of alcohol consumption, while at the same time, a lesser frequency in the pattern of driving a car following alcohol consumption; -a more positive attitude in regard to carpooling as a way of reducing air pollution; -a less positive attitude to the use of public transport as a way of reducing air pollution; -a stronger impression that he/she is driving at speeds equal to or a bit faster than average. In considering points of interest for road safety policy, the following results are being discussed in more detail: -norms and danger perception regarding the use of seat belts; -self-reported speed behaviour in relationship to others; -increased reporting of traffic offenses (in particular, not giving the right of way to pedestrians at pedestrian crossings)

Print this page