Publicatie

Kosten van verkeersongevallen in internationaal perspectief

Auteur(s)

Wijnen, W.

Jaar

2014

Downloaden

pdf (490.7 KB)

Deze studie plaatst de maatschappelijke kosten van verkeersongevallen in Nederland in internationaal perspectief door ze te vergelijken met die in zeven andere landen met ongeveer hetzelfde welvaartsniveau. Zowel de omvang van de kosten als de gebruikte methoden om deze kosten te schatten worden vergeleken. Het rapport gaat in op de volgende vragen:

  1. Hoe verhouden de kosten in Nederland zich tot de kosten in andere landen?
  2. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen de methoden in Nederland en het buitenland?
  3. Op welke punten is de methode in Nederland (dus) voor verbetering vatbaar?

Met de resultaten van dit onderzoek kan de methode om de kosten van verkeersongevallen in Nederland te berekenen desgewenst worden bijgesteld en verbeterd. Deze kan dan bij een volgende berekening worden toegepast.

Voor deze internationale vergelijking is gebruikgemaakt van de meest recente rapporten over de kosten van verkeersongevallen in Australië, België, Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk en Zwitserland. Voor elk land is gekeken naar de totale kosten, het aandeel van de kosten in het bruto binnenlands product (bbp), de verdeling van de kosten over kostenposten en letselcategorieën, en de kosten per slachtoffer of ongeval. Wat betreft methodische aspecten is gekeken naar de kostenposten die elk land onderscheidt en naar de methoden en databronnen die ze per kostenpost gebruiken.

De studie laat zien dat de kostenschattingen van verkeersongevallen in de acht landen uiteenlopen van 1% tot 4,6% van het bbp. Een belangrijk deel van de verschillen kan worden verklaard door verschillen in de methoden om immateriële kosten te bepalen en in het al dan niet corrigeren voor onder­registratie van ongevallen. Nederland behoort tot de vijf onderzochte landen die zowel corrigeren voor onderregistratie als, conform internationale richtlijnen, een ‘willingness to pay’-methode gebruiken voor immateriële kosten. De jaarlijkse kosten van verkeersongevallen in Nederland worden geschat op 12,5 miljard euro, hetgeen 2,2% is van het bbp. In de andere vier landen bedragen deze kosten 3,2 tot 4,6% van het bbp. Ten opzichte van deze landen kunnen de lagere kosten in Nederland onder meer worden verklaard door verschillen in de methoden: in Nederland worden immateriële kosten van lichtgewonden niet meegenomen, en wordt het productieverlies (waarschijnlijk) onderschat. Daarnaast kan het relatief lage aantal slacht­offers de lagere kosten in Nederland verklaren. Verder blijkt dat de kosten van ernstig verkeersgewonden een groot deel uitmaken van de totale kosten (42%) in Nederland in vergelijking met de andere landen. Dit komt door het relatief grote aantal ernstig verkeersgewonden ten opzichte van het aantal doden in Nederland.

Tussen de acht landen zijn diverse verschillen in methodiek geconstateerd. Dit betreft zowel verschillen in de kostenposten die worden onderscheiden als in de methoden om die kosten te bepalen. Daarom wordt aanbevolen de methode voor het berekenen van de kosten van verkeersongevallen in internationaal verband (verder) te harmoniseren. Specifieke aandacht zou er daarbij moeten zijn voor de vraag hoe om te gaan met het ontbreken van (goede) gegevens.

De Nederlandse methode om de kosten van verkeersongevallen te bepalen blijkt op verschillende punten af te wijken van die in het buitenland en is voor verbetering vatbaar. Dit betreft onder meer de berekening van de immateriële kosten, in het bijzonder de kosten van gewonden. Aanbevolen wordt om in Nederland en/of in internationaal verband nieuw onderzoek te doen naar immateriële kosten en de immateriële kosten van lichtgewonden in Nederland toe te voegen. Andere aanbevelingen voor de Nederlandse methode betreffen een betere berekening van het productieverlies en van materiële schade die niet in verzekeringsstatistieken is opgenomen (niet-geclaimde en niet-uitgekeerde schade) en het toevoegen van enkele kleinere kostenposten die in een aantal andere landen wel worden meegenomen. Bij dit laatste gaat het om andere materiële kosten dan voertuigschade en om afhandelingskosten van zorg- en rechtsbijstands­verzekeringen.

Ten slotte wordt aanbevolen nader onderzoek te doen naar de kosten van vermijdingsgedrag ten gevolge van verkeersonveiligheid, dat wil zeggen de kosten die ontstaan doordat mensen hun mobiliteitsgedrag om verkeersveiligheidsredenen aanpassen.

The costs of road crashes in international perspective

This study places the social costs of road crashes in the Netherlands in international perspective by comparing them with the costs in seven other countries with approximately the same level of prosperity. Both the size of the costs and the methods used to estimate these costs are compared. The report discusses the following issues:

  1. How do the costs in the Netherlands relate to the costs in other countries?
  2. What are the differences and similarities between the methods used in the Netherlands and in other countries?
  3. On which points could the method that is used in the Netherlands (therefore) be improved?

The results of this study can be used to adapt and improve the method used to calculate the costs of road crashes in the Netherlands (if required). This can then be applied in a following update.

The most recent reports about the costs of road crashes in Australia, Belgium, Germany, the Netherlands, Austria, the United States, the United Kingdom and Switzerland were used for this international comparison. For each of these countries the study examined the total costs, the share of the costs in the gross domestic product (GDP), the distribution of the costs among the different cost items and injury categories, and the costs per individual casualty or crash. For the methodological aspects, the cost items that distinguish each of the countries were examined as well as the methods and data sources that are used to determine each of these cost items.

The study indicates that the estimated costs of road crashes in the eight countries vary from 1% to 4.6% of the GDP. A large proportion of the differences can be explained by differences in the methods to determine the human losses and by whether or not underregistration of crashes is corrected for.  The Netherlands is one of the five countries that both correct for underregistration and, in accordance with international guidelines, use a ‘willingness to pay’ method for human losses. The annual costs of road crashes in the Netherlands are estimated at 12.5 billion euro, which amounts to 2.2% of the GDP. In the other four countries these costs vary from 3.2 to 4.6% of the GDP. The lower costs in the Netherlands as opposed to these other countries can partly be explained by differences in the methods used: in the Netherlands human losses of slightly injured casualties are not included, and the production loss is (probably) underestimated. In addition the relatively small number of casualties may be an explanation of the lower costs in the Netherlands. Furthermore, the costs of serious road injuries are found to be responsible for a considerable proportion, 42%, of the total costs, which is more than in other countries. This is due to the relatively large number of serious road injuries as opposed to the number of road fatalities in the Netherlands.

Several differences were found in the methodologies used in the eight countries. These were differences in the cost items that are distinguished, as well as differences in methods used to determine these costs. It is therefore recommended to further improve international harmonization concerning the calculation of the costs of road crashes. This would require specific attention for the question of how to deal with the lack of (sound) data.

The method of determining the costs of road crashes that is used in the Netherlands was found to deviate from the methods used in other countries on several points and could be improved. This is the case for the calculation of human losses, the costs of road injuries more in particular. It is recommended to carry out new research in the Netherlands and/or in international context into these costs, and to add the human losses due to slightly injured road casualties in the Netherlands. Other recommendations for the method used in the Netherlands concern improved calculation of production loss and of property damage that is not included in the insurance statistics (unclaimed damages and unpaid insurance claims), and adding some smaller cost items that are indeed included in other countries. These items refer to other property damages than vehicle damage and to settlement costs of both health insurances and legal expenses insurances.

Finally, study into the costs of avoidance behaviour due to lack of road safety is recommended. These are the costs that are the result of people changing their mobility behaviour for road safety reasons.

346x gelezen
Printvriendelijke versieSend by email
rapport

Rapportnummer

R-2014-6

Pagina's

28

Gepubliceerd door

SWOV, Den Haag