Publicatie

Hoe verkeersveilig kan Nederland zijn in 2030?

Mogelijkheden voor reductie in aantallen verkeersslachtoffers

Auteur(s)

Weijermars, W.A.M.; Schagen, I.N.L.G. van, Aarts, L.T.; Petegem, J.W.H. van; Stipdonk, H.L.; Wijnen, W.

Jaar

2018

Downloaden

PDF icon pdf (3.93 MB)

Dit rapport dient als achtergrondrapport en onderzoeksverantwoording bij het rapport Verkeersveiligheidsverkenning 2030; Slachtofferprognoses en beschouwing SPV. Het oorspronkelijke doel van dit rapport was om prognoses op te stellen voor het aantal verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden in 2030 na implementatie van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV). Dit bleek echter niet mogelijk, omdat nog niet duidelijk is tot welke concrete maatregelen het SPV gaat leiden. Daarom is voor een andere opzet gekozen: dit rapport biedt inzicht in consequenties van de ambities in het SPV en geeft aanknopingspunten voor de verdere uitwerking van het SPV in concrete maatregelen.

Naar nul slachtoffers

Het SPV spreekt de ambitie uit om op termijn (2050) ‘op weg naar nul verkeersslachtoffers’ te zijn, al wordt daarbij terecht de kanttekening geplaatst dat een geheel slachtoffervrij verkeer niet realistisch is. De vijf veiligheidsprincipes uit de 3e editie van Duurzaam Veilig geven inhoudelijk richting aan hoe daadwerkelijk een bijna slachtoffervrij verkeerssysteem te realiseren. Daarbij is het van belang de principes op een dusdanige manier in te zetten dat het verkeerssysteem zo min mogelijk afhankelijk wordt gemaakt van keuzen van individuen, maar veel meer verankerd is in het ontwerp en organisatie van het verkeerssysteem.

Er is een aanzienlijke daling in het aantal verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden nodig om daadwerkelijk ‘op weg naar nul slachtoffers’ te zijn in 2050. In de periode tussen 1970 en 2010 nam het aantal verkeersdoden min of meer geleidelijk af met gemiddeld ruim 4% per jaar. Wanneer we vanaf 2020 weer een dergelijke daling weten te realiseren, zullen er in 2050 ongeveer 170 verkeersdoden te betreuren zijn. Een lager aantal verkeersdoden in 2050 vergt een sterkere jaarlijkse daling; zo is het benodigde dalingspercentage bij een streefwaarde van 20 doden in 2050 bijvoorbeeld bijna 11% per jaar. Het aantal ernstig verkeersgewonden laat vooralsnog een stijgende trend zien en is ook fors hoger dan het aantal verkeersdoden. Er is dus nog een sterkere daling nodig om ook het aantal ernstig verkeersgewonden richting 0 te reduceren. 

Op basis van informatie over de kosteneffectiviteit van duurzaam veilig maatregelen die in de periode 1998-2007 genomen zijn, is een indicatie te geven van de orde van grootte van de benodigde investeringen: in totaal is naar schatting grofweg 15 miljard euro nodig om het aantal verkeersdoden tot nul te reduceren in 2050. Om ook het aantal ernstig verkeersgewonden tot nul te reduceren zijn zeer waarschijnlijk aanzienlijk hogere investeringen nodig. Naast deze investeringen is het ook belangrijk dat er voldoende capaciteit en draagvlak beschikbaar is bij de stakeholders die verantwoordelijk zijn voor de implementatie van de benodigde maatregelen. Met het ondertekenen van het SPV2030 lijkt het bestuurlijk draagvlak bevestigd. Wat betreft de capaciteit is een zorgpunt dat de vernieuwing van het beleidsproces de aandacht en beschikbare tijd van beleidsmakers afleidt van het nemen van effectieve verkeersveiligheidsmaatregelen. 

Mogelijke besparingen in 2030

Het SPV schetst aan de hand van negen thema’s een -door de opstellers gedeelde- toekomstvisie voor 2030. Het SPV geeft per thema aan wat de belangrijkste risico’s zijn, hoe de ideale toekomst eruit ziet en welke resultaten geboekt moeten worden om dit toekomstbeeld te bereiken. Middels oplossingsrichtingen wordt vervolgens een beeld gegeven van de algemene richting voor het beleid.

Hoofdstuk 3 van deze verkenning gaat voor ieder thema na 1) wat het potentieel is aan slachtoffers dat in 2030 voorkomen kan worden (omvang doelgroep), 2) welke mogelijkheden het DV3 gedachtegoed biedt voor een reductie in slachtoffers en 3) of de door het SPV voorgestelde oplossingsrichtingen doeltreffend zijn om een reductie in slachtoffers te realiseren. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 een inschatting gemaakt van het aantal slachtoffers dat voorkomen kan worden door verschillende maatregelen/oplossingsrichtingen en wordt in Hoofdstuk 5 per thema samengevat welke slachtofferreducties mogelijk zijn en hoe de oplossingsrichtingen uit het SPV hieraan bijdragen. In de tabel op de volgende bladzijde zijn de beschikbare effectschattingen per thema samengevat. Voor de thema’s heterogeniteit en afleiding waren geen effectschattingen mogelijk. Er is overlap tussen de thema’s en sommige besparingen zijn dus voor meerdere thema’s relevant. De effecten van verschillende (mogelijke) maatregelen kunnen ook niet bij elkaar op worden geteld omdat ze voor een deel betrekking hebben op dezelfde doelgroep.

Voor een aantal thema’s zijn aanzienlijke slachtofferreducties mogelijk. Zo is het aannemelijk dat het volledig veilig inrichten van infrastructuur tot aanzienlijke slachtofferreducties leidt. Ook technologische ontwikkelingen kunnen waarschijnlijk tot aanzienlijke slachtofferreducties leiden, met name wat betreft ongevallen waarbij gemotoriseerd verkeer betrokken is. Voor beide thema’s geldt echter dat het niet realistisch is te verwachten dat in 2030 alle benodigde maatregelen zijn genomen. Wat betreft rijden onder invloed van alcohol en snelheids­overtredingen, zijn er technologieën beschikbaar die al in 2030 tot het voorkomen van de overtredingen (door gemotoriseerd verkeer) en dus alle aan de overtredingen gerelateerde slachtoffers zouden kunnen leiden. Voor andere typen overtredingen bieden een combinatie van wetgeving, handhaving en voorlichting vooralsnog de meest veelbelovende oplossing. Slachtoffers onder gemotoriseerde tweewielers en ongevallen als gevolg van afleiding of vermoeidheid kunnen zeer waarschijnlijk niet allemaal worden voorkomen met de op dit moment beschikbare maatregelen en technologieën. 

Het is voor veel oplossingsrichtingen uit het SPV niet goed in te schatten tot welke slachtofferreducties ze leiden. De oplossingsrichtingen zijn namelijk veelal flankerend of verkennend van aard en besparen op zichzelf dus nog geen slachtoffers. Bij de verdere uitwerking van het SPV in uitvoeringsagenda’s is het essentieel de stap te maken richting concrete maatregelen. Concrete maatregelen zijn namelijk noodzakelijk voor een verdere daling in het aantal verkeersslachtoffers.

Thema/Maatregel

Indicatie omvang/reductie aantal slachtoffers

Verkeersdoden

Ernstig verkeersgewonden (MAIS2+)

Veilige infrastructuur

 

 

Veilig inrichten 30km/uur-zones

< 10

100 – 300

Veilig inrichten 60km/uur-zones

< 10

< 100

Maatregelen op N-wegen met 80km/uur-limiet

10 – 15

100 – 200

Veilige bermen langs autosnelwegen

< 10

< 100

Veilige fietsinfrastructuur

25 – 35

5.900 – 6.600

Technologische ontwikkelingen

 

 

Voertuigautomatisering

< 10 – 35

< 100 – 300

AEB (in combinatie met FCW)

< 10 – 90

< 100 – 3.500

Kwetsbare verkeersdeelnemers

 

 

Slachtoffers met kwetsbare vervoerswijzen

330 – 405

26.700 – 29.800

Slachtoffers in kwetsbare leeftijdsgroepen

260 – 310

13.200 – 14.600

Veilig inrichten 30km/uur-zones

< 10

100 – 300

Veilige fietsinfrastructuur

25 – 35

5.900 – 6.600

Iedereen fietshelm op

80 – 100

3.800 – 4.500

Iedere snorfietser helm op

<10

500

Onervaren verkeersdeelnemers

 

 

Uitbreiding begeleid rijden

< 10

200

Gevaarherkenningstoets

< 10

100

Feedbacksystemen

< 10

200 – 300

Rijden onder invloed

 

 

Slachtoffers door alcoholovertredingen (auto)

45 – 105

 

Slachtoffers door zware alcoholovertreders (auto)

30 – 70

 

Snelheid in het verkeer

 

 

Slachtoffers door snelheidsovertredingen

95 – 120

2.700 – 2.900

Verdubbeling snelheidshandhaving

70 – 85

1.900 – 2.100

Progressieve boete (incl. overtredingen op kenteken)

20 – 30

500 – 700

Afleiding

 

 

Slachtoffers door afleiding van automobilisten

Enkele 10-tallen tot ruim 100

 

Slachtoffers door vermoeidheid onder automobilisten

40 – 70

1.100 – 1.800

Overtreders

 

 

Slachtoffers door snelheidsovertredingen

95 – 120

2.700 – 2.900

Slachtoffers door alcoholovertredingen

45 – 105

 

Slachtoffers door roodlichtnegatie

Minimaal 15 – 20

 

Verdubbeling snelheidshandhaving

70 – 85

1.900 – 2.100

Progressieve boete (incl. overtredingen op kenteken)

20 – 30

500 – 700

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-2018-17B

Pagina's

87 + 29

Gepubliceerd door

SWOV, Den Haag