Publicatie

Hoe leeft de verkeersveiligheidsproblematiek in de Hoeksche Waard?

Meningen van betrokkenen bij overlegorganen aan de hand van een enquête

Auteur(s)

Schoon, Ing. C.C. ; Hendriksen, H

Jaar

1997

Downloaden

PDF-pictogram pdf (971.03 KB)

Dit rapport geeft de resultaten weer van een enquête over de verkeersveiligheid die gehouden is onder leden van werkgroepen en samenwerkingsverbanden die betrokken zijn bij de verkeersveiligheid in de Hoeksche Waard. Het rapport vormt het derde deel in een reeks rapporten die zijn uitgebracht om de verkeersveiligheid in de Hoeksche Waard in kaart te brengen en ideeën voor de toekomst te inventariseren. Eén deel bevat een vergelijking van de verkeersveiligheid in de Hoeksche Waard met de verkeersveiligheid in een referentiegebied; het andere deel gaat over de produktie van verkeersveiligheidskaarten (letselongevallen per wegvak/kruispunt). Hetgehele onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, Directie Zuid-Holland. De geïnterviewde personen zijn door de begeleidingscommissie bij de SWOV opgegeven. Het interview is aan de hand van een enquêteformulier afgenomen; sommigen gaven de voorkeur aan een schriftelijke afhandeling. Uiteindelijk hebben 23 personen de enquêteformulieren volledig ingevuld: dat is een respons van 85%. Het enquêteformulier is in overleg met de begeleidingscommissie opgesteld. De volgende onderwerpen zijn aan de orde gesteld: -huidige activiteiten: organisatie, beleid en onderbouwing beleid; -samenwerkingsverbanden; -andere beleidsterreinen. Uit de enquête blijkt dat de samenwerking in de diverse overlegorganen als (ruim) voldoende kan worden gekwalificeerd; met name het overlegorgaan RPV-HW heeft een positief effect op de aanpak van de verkeersveiligheid. Alle respondenten staan positief tegenover een geïntegreerde aanpak van de verkeersonveiligheid en een integraal infrastructuurplan voor de gehele Hoeksche Waard. Zo'n plan kan het beste tot stand komen via bestaande overlegorganen. Van een inbedding van verkeersveiligheid vanuit de betrokken organisaties in andere beleidsgebieden is echter in beperkte mate sprake. Verbetering van de samenwerking en van het effect daarvan kan onder meer worden gerealiseerd door het afstemmen van het werkplan van het RPV op dat van het POV, en het inzichtelijk maken van de relaties tussen beide plannen. Verder kan worden aangestuurd op een beter politiek en bestuurlijk draagvlak en een meer dwingende besluitvorming. Aanbevolen wordt ‘duurzaam-veilig' als kapstok voor verder verkeersveiligheidsbeleid te hanteren. Het Startprogramma Duurzaam-Veilig met infrastructurele maatregelen kan de basis zijn voor de opzet van een uitvoeringsplan voor de Hoeksche Waard. Gedragsaspecten en overige door respondenten genoemde onderwerpen kunnen hieraan worden toegevoegd. Het in het onderzoek vastgestelde draagvlak en een te verwachten financiële rijksbijdrage vormen een uitstekende basis voor deze aanbeveling. Bij het opstellen van zo'n uitvoeringsplan kunnen (externe) deskundigen en groeperingen die niet in de overlegorganen zijn vertegenwoordigd in de Hoeksche Waard, worden betrokken

The current status of road safety issues in the Hoeksche Waard This report reflects the results from a road safety survey held among members of study groups and collaborating parties involved with road safety in the Hoeksche Waard. The report is the third in a series of reports issued to chart road safety in the Hoeksche Waard and to make an inventory of ideas for the future. One part contains a comparison of road safety in the Hoeksche Waard with the road safety in a reference area; another part involves the production of road safety maps (injury accidents per stretch of road/intersection). The entire study was carried out under the authority of the Directorate-General for Public Works and Water Management, South Holland Directorate. The supervisory committee provided the Institute for Road Safety Research SWOV with the names of those interviewed. The interview was administered as based on a questionnaire; some preferred to answer in writing. Ultimately, 23 persons completed the questionnaire in full; this is a response of 85%. The questionnaire was drawn up in consultation with the supervisory committee. The following topics were discussed: -current activities: organisation, policy and basis for policy; -collaborations; -other policy areas. The survey showed that the collaboration in the various consultative bodies can be qualified as amply sufficient; the RPV-HW consultative body is having a particularly positive effect on the approach to road safety. Allrespondents reacted positively to an integrated approach to road safety and an integrated infrastructure plan for the entire Hoeksche Waard. Thebest way to develop this kind of plan is by means of existing consultative bodies. Embedding the road safety policies of the involved organisations into other policy areas, however, does not often occur. The improvement of cooperation and its resulting effect can be accomplished by such activities as the coordinating of the RPV's plan of action with that of the Provincial Committee for Road Safety (POV) and by providing insight into the relationships between both plans. Another aim is improved political and administrative support and more compulsory decision-making. It is being recommended to employ the ‘sustainably safe' concept as the stepping stone for further road safety policy. The ‘Sustainably Safe Starting Programme' with infrastructure measures can provide the basis for establishing an implementation plan for the Hoeksche Waard. Behavioural aspects and other topics mentioned by the respondents can be added to this. The support established in the study as well as an anticipated financial government contribution form an outstanding basis for this recommendation. External experts and groupings that were not represented in the consultative bodies in the Hoeksche Waard can be involved in drawing up such an implementation plan

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-97-13

Pagina's

29

Gepubliceerd door

SWOV, Leidschendam