Publicatie

Evaluatie van het project 'Fryske Diken'

Evaluatie van de effecten van ge‹ntensiveerd politietoezicht in het verkeer in Friesland in de periode februari-december 1998

Auteur(s)

Goldenbeld, Dr. Ch. ; Mathijssen, M.P.M. ; Bunk, Mr. K

Jaar

1999

In februari 1998 is in Friesland een ambitieus project met geïntensiveerd verkeerstoezicht gestart, genaamd ‘Fryske Diken'. Dit project beoogt een bijdrage te leveren aan de doelstelling voor het jaar 2000: 25% minder verkeersslachtoffers dan in het jaar 1986. In het kader van het project ‘Fryske Diken' is het verkeerstoezicht op rijsnelheid geïntensiveerd op de twintig gevaarlijkste 80-100 km/uur-wegvakken buiten de bebouwde kom. Daarnaast worden in de hele provincie extra toezichtsinspanningen verricht op rijden onder invloed en op gordel- en helmgebruik. Op verzoek van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat evalueert de SWOV de resultaten en vorderingen van het project de ‘Fryske Diken'. Dit rapport doet verslag van het evaluatieonderzoek naar de effecten van het geïntensiveerde politietoezicht op verkeersgedrag en het aantal ongevallen. Het geïntensiveerde toezicht op rijsnelheid heeft op de meeste wegvakken in de eerste vijftien weken van het project geleid tot een significante daling van het percentage overtreders. Daarna heeft het snelheidsgedrag zich min of meer gestabiliseerd. Het rijden onder invloed in Friesland lijkt niet af te nemen, in tegenstelling tot de trend in de rest van Nederland. Ook lijkt het zwaartepunt van het rijden onder invloed zich steeds meer te verplaatsen van middelbare naar jongere mannelijke bestuurders. De ongevalsrisico's van de rijders onder invloed nemen daardoor nog verder toe. Voor de bepaling van het gebruik van de veiligheidsgordel is enkel een voormeting gedaan, zodat uitspraken over het effect van geïntensiveerd politietoezicht pas in een later stadium gedaan kunnen worden. De verkeersveiligheid op de wegvakken met geïntensiveerd politietoezicht is licht toegenomen, hoewel deze afname niet statistisch significant is. Dit is een gunstig resultaat wanneer hij wordt afgezet tegen de negatieve ontwikkeling van de verkeersveiligheid op provinciale wegen buiten de bebouwde kom zonder extra toezicht. Ook is dit resultaat gunstig in het licht van de meer algemene verslechtering van de verkeersveiligheid in Friesland. De resultaten van dit onderzoek zijn in het laatste hoofdstuk van dit rapport verwoord in een aantal aanbevelingen voor het project de ‘Fryske Diken', en voor het vervolg van de evaluatie van dit project.

Evaluation of the project ‘Frisian Dykes' In February 1998, an ambitious project with intensified police surveillance began in the northern province of Friesland. It was called ‘Frisian Dykes'. This project aims to provide a contribution to the goal for the year 2000: 25% less victims than in 1986. The traffic control on speeding was intensified along the twenty most dangerous stretches of 80-100 km/h rural roads. Furthermore, there was an increased surveillance of drunken-driving and seatbelt and crash helmet use throughout the whole province. The Transport Research Centre of the Ministry of Transport commissioned SWOV to evaluate the results and progress of the ‘Frisian Dykes' project. This report is of the evaluation study of the effects of the intensified police surveillance on traffic behaviour and the number of accidents. The intensified surveillance of speeding resulted in a significant reduction in the percentage of offenders on most of the road stretches during the first fifteen weeks. After this, the driving speeds more or less stabilised. Driving under influence does not appear to be declining in Friesland, as it is doing in the rest of the Netherlands. It also appears that the concentration of drunken driving is still moving from the middle-aged to young, male drivers. Because of this, the accident ratio's of drunken driving are still increasing. For determining seatbelt use, only one pre-measurement was made. Statements about the effect of intensified surveillance will therefore only be possible at a later stage. The safety increased slightly along the stretches with intensified surveillance; this improvement, however, is not statistically significant. This is a positive result when compared with the negative safety developments on the rural, provincial roads without intensified surveillance. This result is also positive when compared with a general decline in road safety in the whole of the province. The results of this study have, in the final chapter of this report, been ‘translated' into a number of recommendations for the ‘Frisian Dykes' project; and for the follow-up to the evaluation of this project.

Print this page