Publicatie

Evaluatie van de campagne Voorkom nekletsel

Onderzoek naar het gebruik van hoofdsteunen in personenautoþs door bestuurders en voorpassagiers, uitgevoerd door middel van observatie en een in de zomer van 1996 gehouden enquête

Auteur(s)

Goldenbeld, Dr. Ch

Jaar

1996

Downloaden

PDF-pictogram pdf (2.52 MB)

In het najaar van 1995 is de landelijke campagne ‘Voorkom nekletsel' gestart. Deze campagne beoogde de aandacht te vestigen op het veiligheidsbelang van een juist gebruik van hoofdsteunen door bestuurders en passagiers van personenauto's. In dit rapport staat de vraag centraal wat de effectiviteit van die campagne is geweest. Hiertoe is in mei 1996 een observatie-onderzoek langs de weg verricht, met daaraan gekoppeld een schriftelijke enquête onder bestuurders en voorpassagiers van personenauto's. Door middel van de enquête is informatie ingewonnen over de volgende aspecten: - kennis van en attitude jegens gebruik van hoofdsteunen; - gerapporteerd gebruik van de hoofdsteun; - gerapporteerde opvallendheid van de campagne; - gerapporteerd effect van campagne op informatiebehoefte en gebruik van hoofdsteun. Door middel van het observatie-onderzoek langs de weg is nagegaan of de hoogte-instelling van de hoofdsteun in personenauto's in 1996 is veranderd ten opzichte van 1995. In vergelijking met eerder onderzoek, verricht in voorjaar 1995 (Mulder, 1995; Schoon, 1995), zijn verbeteringen in kennis en zelf-gerapporteerd gebruik geconstateerd. In1995 gaf slechts een kwart van de bestuurders aan te weten op welke hoogte de steun afgesteld moet worden; in 1996 weet bijna 40% letterlijk de campagneleus ‘Bovenkant hoofdsteun bovenkant hoofd' te noemen. In 1995 hadden twee op vijf ondervraagden naar eigen opgave (40%) de hoofdsteun nog nooit afgesteld; in 1996 was dit één op twaalf respondenten (8%). De belangrijkste onderzoeksuitkomst was, dat de feitelijke observatie van hoogte-instelling een aanmerkelijke verbetering laat zien: van bijna 40% ‘goed' bij bestuurders in 1995 tot meer dan 60% ‘goed' bij bestuurders in 1996; 20 percentagepunten hoger, i.e. een verbetering van 50%. Deze verbetering werd met name tot stand gebracht doordat het aandeel in de observatiecategorie ‘twijfel' is verminderd en in veel mindere mate doordat het aandeel in de ‘fout'-categorie is verminderd. Over alle bestuurders beschouwd loopt het percentage ‘fout' slechts met 7% terug van 1995 naar 1996. Een belangrijke conclusie is dat de verbetering van de geobserveerde hoogte-instelling van hoofdsteunen toegeschreven kan worden aan de gevoerde campagne. Ten eerste omdat deze verbetering overeenkomt met het effect van de campagne zoals dat uit het enquête-onderzoek naar voren komt: van de bestuurders heeft naar eigen zeggen 21% de stand van de hoofdsteun gecontroleerd en anders afgesteld naar aanleiding van de campagne. Ten tweede omdat een alternatieve verklaring voor het gevonden effect niet snel te vinden is. Het rapport geeft ten slotte enkele aanbevelingen voor de opzet van een vervolgcampagne. Gezien het succes van de campagne, met name ook succes in termen van feitelijke gedragsverandering, lijkt een periodieke herhaling van campagne-activiteiten zeker gewenst

Evaluation of the campaign ‘Prevent neck injury' In the autumn of 1995, the nationwide campaign ‘Prevent neck injury' commenced. This campaign was designed to focus attention on the importance of the correct use of head rests by the occupants of passenger cars in the interests of safety. This report focuses on the question of whether the campaign was effective and to what degree. To this end, an observation study along the roadside was conducted in May 1996, and also an inquiry was held into the observed drivers and front passengers. By means of the inquiry information was gathered on the following aspects: -knowledge of and attitude towards the use of head rests; -reported use of the head rest; -reported conspicuousness of the campaign; -reported effect of the campaign on the need for information and use of the head rest. By means of the observation study along the roadside it was determined whether the vertical adjustment of the head rests in passenger cars has changed in 1996 compared to 1995. In comparison to previous research performed in Spring 1995 (Mulder, 1995; Schoon, 1995), improvements in knowledge and self-reported use were noted. In 1995, only one quarter of drivers indicated that they knew at what height the rest should be set; in 1996, almost 40% could literally recite the campaign slogan ‘top of head rest, top of head.' In 1995, two in five persons questioned had never adjusted the head rest (40%); in 1996, this applied to one in twelve respondents (8%). The principal outcome of the study was that the actual observation of height adjustment showed a considerable improvement: from almost 40% ‘good' drivers in 1995 to over 60% ‘good' drivers in 1996; an improvement of about 50%. This improvement was mainly realised through a reduction in the observation category ‘doubtful', rather than through a reduction in the number of drivers registered in the ‘wrong' category. Considered across the board, the percentage of ‘wrong' drivers fell by only 7% between 1995 and 1996. An important conclusion is that the improvement in the observed height adjustment of head rests can be attributed to the campaign conducted. Firstly, because this improvement agrees with the effect of the campaign as demonstrated by the questionnaire study: of the drivers surveyed, 21% claimed to check the position of the head rest and to have changed the position in response to the campaign. Secondly, because it is difficult to find an alternative explanation for the effect found. Finally, the report offers a few recommendations for the setup of a follow-up campaign. In view of the success of the campaign, particularly in terms of an actual change in behaviour, a periodical repetition of the campaign activities would certainly seem advisable

Print this page