Publicatie

Effect van verhoging van de keuringsleeftijd op de verkeersveiligheid

Geschatte toename in verkeersslachtoffers bij verhoging van de keuringsleeftijd voor het rijbewijs A en B van 70 jaar naar 75 jaar

Auteur(s)

Vlakveld, W.P.; Davidse, R.J.

Jaar

2011

Automobilisten van 70 jaar of ouder die hun rijbewijs willen vernieuwen, dienen momenteel een verplichte medische keuring op rijgeschiktheid te ondergaan. Op basis van het advies van de keuringsarts beslist het CBR over vernieuwing van het rijbewijs en kan het eventueel verzoeken om een onderzoek van een medisch specialist en/of een rijtest. Naar aanleiding van een verzoek uit de Tweede Kamer en een toezegging van de minister van Infrastructuur en Milieu is de SWOV nagegaan wat de consequenties zijn voor de verkeersveiligheid indien de keuringsleeftijd van 70 naar 75 jaar gebracht wordt.

Het risico van automobilisten om bij een ernstig ongeval betrokken te raken loopt gestaag op tussen het 70e en 75e jaar. Deze stijging wordt slechts voor een deel veroorzaakt door een afname van de rijgeschiktheid naarmate men ouder wordt. Een belangrijke andere oorzaak is het toenemen van de kwetsbaarheid met de leeftijd, waardoor een ongeval vaker ernstig afloopt, dat wil zeggen met ten minste één dode of ernstig verkeersgewonde als gevolg.

De afname van de rijgeschiktheid is het gevolg van ziekten en aandoeningen die het ongevalsrisico verhogen. De toename van de verkeersonveiligheid wordt bepaald door het relatief risico van een aandoening (de mate van toename van het ongevalsrisico) en de mate waarin die aandoening onder oudere automobilisten voorkomt (de prevalentie). Aandoeningen met een tamelijk hoog relatief risico en een tamelijk hoge prevalentie onder oudere bestuurders zijn: dementie, beroerten, hartfalen, diabetes, verminderde visuele aandacht (UFOV) en gevoeligheid voor verblinding. Visuele aandacht en gevoeligheid voor verblinding worden niet getest door de keuringsarts. Daarentegen wordt bij de keuringen aan gezichtsscherpte veel aandacht besteed, terwijl een matige vermindering van de gezichtsscherpte nauwelijks tot een verhoging van het ongevalsrisico leidt. Hersenaandoeningen en cognitieve stoornissen hebben over het algemeen juist een tamelijk hoog relatief risico.

Uit cijfers van het CBR blijkt dat maar weinig bestuurders definitief worden afgekeurd. Als men wordt afgekeurd is dat meestal vanwege een beroerte, dementie of progressieve chronische oogaandoeningen (zoals staar). De meeste bestuurders worden goedgekeurd of krijgen een hulpmiddel voorgeschreven. In veel gevallen is dat hulpmiddel een bril. Hoewel er weinig bestuurders worden afgekeurd, daalt het rijbewijsbezit wel sterk na het 65e jaar. Veel bestuurders laten hun rijbewijs uit eigen beweging verlopen en laten het niet aankomen op een keuring.

Doordat zo weinig mensen worden afgekeurd, zal het op latere leeftijd afkeuren van bestuurders door de beoogde verhoging van de leeftijdslimiet geen grote gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid. Het op latere leeftijd voorschrijven van hulpmiddelen zal iets meer nadelige gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid, doordat zoveel bestuurders op basis van de keuring een hulpmiddel krijgen voorgeschreven. In totaal wordt geschat dat door alleen de verhoging van de leeftijdslimiet in de bestaande regeling, er jaarlijks een enkele verkeersdode en enkele ernstig verkeersgewonden meer zullen zijn. Vanuit het oogpunt van (maatschappelijke) kosten en baten houdt dit licht ongunstige effect voor de verkeersveiligheid in dat een verhoging van de keuringsleeftijd naar 75 jaar maatschappelijk rendabel is wanneer de gemiddelde kostprijs van een keuring voor één persoon hoger is dan ongeveer 140 euro. Bij deze berekening is de aanname dat er per jaar 50.000 keuringen minder zullen zijn van bestuurders tussen de 69 en 74 jaar en dat onder de gemiddelde kostprijs de basiskeuring voor iedereen valt, plus de hoofdelijk omgeslagen kosten voor eventuele vervolgkeuringen door specialisten, eventuele rijtesten en de eventuele hulpmiddelen die naar aanleiding van deze keuringen moeten worden aangeschaft.

Uit onderzoek in verschillende Europese landen is niet gebleken dat het in landen met een verplichte keuring op basis van leeftijd beter is gesteld met de verkeersveiligheid van oudere bestuurders dan in landen die deze verplichting niet kennen. De SWOV is daarom eerder voor afschaffing van de leeftijdsgebonden keuring dan voor verhoging van de keuringsleeftijd. De voorwaarde is daarbij wel dat de behandelend arts (huisarts of specialist) een rol krijgt bij vermoedens van rijongeschiktheid. Behandelend artsen zouden die vermoedens, net als in Zweden, moeten rapporteren, ook als de patiënt jonger is dan 70 jaar. Vervolgkeuringen door de specialist en de rijtest dienen echter te blijven bestaan, evenals de revalidatiegerichte aanpak: waar mogelijk ouderen zo ondersteunen dat ze veilig kunnen blijven rijden. Daarnaast dient de verdere professionalisering van het gehele keuringsproces voortgezet te worden op basis van wetenschappelijk onderzoek naar valide, betrouwbare en praktische testmethoden.

In het kort zijn de aanbevelingen dus:

  • Schaf de leeftijdsgebonden keuring af.
  • Verplicht de behandelend arts om vermoedens van rijongeschiktheid te melden, ongeacht de leeftijd van de patiënt.
  • Behoud de vervolgkeuringen door de specialist en de rijtest.
  • Ga door met de professionalisering van de keuring op basis van wetenschappelijk onderzoek naar valide, betrouwbare en praktische testmethoden voor het meten van de rijgeschiktheid (onder andere te gebruiken door de behandelend arts).

Road safety effects of raising the minimum age from 70 to 75 for the medical examination for driving licences A and B

At present, drivers aged of 70 or older who want to renew their driving licence, need to undergo a compulsory medical examination to establish their fitness to drive. The Dutch Driving Test Organisation CBR uses the medical examiners advice to decide on the renewal of the licence and, if required, may commission a medical examination by a specialist and/or a driving test. In response to a proposal from Dutch Parliament, the Dutch minister of Infrastructure and the Environment asked SWOV to investigate the consequences for road safety if the age for the medical examination is raised from 70 to 75.

The risk of drivers of being involved in a serious crash steadily increases between 70 and 75 years old. This increase is only partly caused by a decreasing fitness to drive in relation with age. Another important cause is the increasing vulnerability as one gets older; this leads to crashes to have very serious consequences, at least one fatality or serious road injury, more frequently.

The decreasing fitness to drive is caused by illnesses and disorders which are responsible for an increase in crash rate. The extent to which a disorder decreases road safety is determined by the relative risk of that disorder (the extent to which the crash rate increases) and the extent to which that disorder occurs among elderly drivers (the prevalence). Disorders with a rather high relative risk and a fairly high prevalence among elderly drivers are: dementia, stroke, heart failure, diabetes, diminished Useful Field of View (UFOV) and glare sensitivity. UFOV and glare sensitivity are not tested by the medical examiner. However, during the medical examination visual acuity is tested extensively, although a moderate reduction of the visual acuity hardly increases the crash rate. Brain disorders and cognitive disorders, on the other hand, do generally have a rather high relative risk.

Dutch Driving Test Organisation CBR data indicates that only few drivers are declared unfit permanently. Being declared unfit to drive is mostly due to a stroke, dementia, or a progressive chronic eye disorder (e.g. cataract). Most drivers pass the examination or are prescribed an aid. In many cases this aid consists of spectacles. Although few drivers are declared unfit to drive, the number of licence holders declines strongly after the age of 65. Many drivers make the decision not to renew their licence and do not bother to take the medical examination.

As so few people fail the medical examination, declaring drivers unfit to drive at a later age as a result of raising the minimum age will have no major road safety consequences. Aids being prescribed at a later age will have slightly more unfavourable road safety effects, as so many drivers are prescribed an aid as a result of the medical examination. The overall estimate amounts to a single extra fatality and a few more serious road injuries per year. From the perspective of (social) costs and benefits this small negative road safety effect means that raising the minimum age for the medical examination to 75 is socially cost-effective if the average cost of a medical examination for one person is higher than approximately 140 Euro. The assumption for this calculation is that annually there will be 50,000 fewer medical examinations of drivers between the ages of 69 and 74, and that the average cost includes the basic medical examination for everyone, plus the cost per capita for possible follow-up examinations by a specialist, possible driving tests, and the aids that may have to be purchased as a result of these medical examinations.

Studies in several European countries do not indicate that road safety is better in countries that have a compulsory medical examination than it is in countries that have no such compulsory examination.  Therefore, SWOV favours abolishing the compulsory medical examination on the basis of age more than raising the age for this examination. The condition, however, being that the medical practitioner (general practitioner or specialist) is given a role when a person is suspected to be unfit to drive. As is the case in Sweden, it should be compulsory for medical practitioners to report these suspicions, also if the patient is younger than 70 years-old. The follow-up examination by a specialist and the driving test, however, must be maintained, as should the rehabilitation approach: supporting older drivers in such a way that they can continue to participate in traffic safely. In addition, further professionalization of the entire process of medical examinations needs to be continued based on scientific research into valid, reliable, and practically useful examination methods.

In summary SWOV recommends to:

  • Abolish the age-related medical examination.
  • Make it compulsory for the medical practitioner to report suspicions of a patient being unfit to drive, irrespective of the patient's age.
  • Maintain the follow-up medical examinations by a specialist and the driving test.
  • Continue professionalization of the medical examination using scientific research into valid, reliable, and practical screening methods for measuring fitness to drive (to be used by, among others, the medical practitioner).
Print this page
rapport

Rapportnummer

R-2011-6

Pagina's

44

Gepubliceerd door

SWOV, Leidschendam