Publicatie

De onveiligheid van kleine snelheidsovertredingen

Een effectschatting voor het aantal verkeersslachtoffers binnen de bebouwde kom

Auteur(s)

Stipdonk, H.L.; Aarts, L.T.

Jaar

2010

Downloaden

Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft de SWOV de vraag voorgelegd welk aandeel van de verkeersdoden en -gewonden (ziekenhuisopnamen) met kleine snelheidsovertredingen gemoeid is. Het ministerie wil dit graag weten in verband met een campagne gericht op kleine (en onbewuste) snelheidsovertredingen op wegen binnen de bebouwde kom. Kleine overtredingen zijn daarbij gedefinieerd als 10 á 15 km/uur boven de limiet. In dit rapport is geschat hoeveel geregistreerde verkeersdoden en ziekenhuisopnamen er vallen als gevolg van kleine snelheidsovertredingen op 30- en 50km/uur-wegen binnen de bebouwde kom. Deze schatting is gebaseerd op gemeten snelheidsverdelingen op enkele wegen binnen de kom, en relaties uit de literatuur tussen snelheid en onveiligheid. De resultaten zijn een benadering. In de eerste plaats omdat de gemeten snelheidsverdelingen niet representatief hoeven zijn voor alle relevante wegen in Nederland, en in de tweede plaats omdat de beschikbare literatuur over de relatie tussen veiligheid en snelheid niet is toegespitst op de Nederlandse wegen binnen de bebouwde kom. Naar schatting vallen jaarlijks ongeveer 5 geregistreerde verkeersdoden in ongevallen die samenhangen met limietoverschrijdingen tot 10 km/uur. Voor limietoverschrijdingen tot 15 km/uur gaat het in totaal om ongeveer 10 geregistreerde doden. Een uitspraak op basis van het aantal in BRON geregistreerde ziekenhuisopnamen is hachelijk, omdat dat cijfer met grote onzekerheid is omgeven. De berekening wijst uit dat hier jaarlijks 100 tot 200 ziekenhuisopnamen met overschrijdingen tot 10 km/uur, en 200-300 ziekenhuisopnamen met overschrijdingen tot 15 km/uur gemoeid zijn. Gelet op de onzekerheid omtrent de feitelijke snelheidslimiet in BRON, is het niet zinvol om de besparing op 30- en 50km/uur-wegen apart te beschouwen.

The safety effects of small speeding offences; An estimate for the number of traffic casualties in urban areas The Dutch Ministry of Transport asked SWOV which proportion of the traffic fatalities and inpatients is related to small speeding offences. The Ministry's question is prompted by a publicity campaign about small (and unintentional) speeding offences on urban roads. The definition of small offences is 10 to 15 km/h above the limit. In this report an estimate is made of the numbers of registered traffic fatalities and inpatients due to small speeding offences on urban 30- and 50 km/h roads. This estimate is based on measured speed distributions on some urban roads and on relations between speed and unsafe situations that were found in literature. The results are an approximation. Firstly because the measured speed distributions that were used need not be representative of all relevant roads in the Netherlands, and secondly because the available literature about the relation between speed and unsafe situations does not specifically focus on Dutch urban roads. The estimation is that each year there are approximately 5 registered traffic fatalities in crashes related with speeding offences of up to 10 km/h. In relation with speeding offences of up to 15 km/h there are approximately 10 registered fatalities in total. It is difficult to make an approximation on the basis of the inpatients registered in BRON, the data file of registered crashes in the Netherlands, because there is considerable uncertainty about this number. The calculation indicates that each year there are 100-200 inpatients in relation with offences of up to 10 km/h, and 200-300 inpatients in relation with offences of up to 15 km/h. Taking account of the uncertainty concerning the actual speed limit in BRON, it is not advisable to make separate calculations of the casualties saved on 30- and 50km/h roads.

Print this page