Publicatie

Bromfietsers op de rijbaan: ongevallenstudie

Evaluatie van een proef met de maatregel 'bromfiets op de rijbaan': eindrapport

Auteur(s)

Hagenzieker, Drs. M.P

Jaar

1995

Downloaden

PDF-pictogram pdf (7.57 MB)

In Nederland is voorgeschreven dat berijders van bromfietsen bij aanwezigheid van een fietspad, niet op de rijbaan, maar op dat fietspad moeten rijden. In opdracht van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van Rijkswaterstaat heeft de SWOV onderzocht of het al dan niet veiliger is om binnen de bebouwde kom de bromfietsers op de rijbaan voor motorvoertuigen te laten rijden. Daartoe is een ongevallenonderzoek uitgevoerd in de vorm van een voor- en nastudie met proef- en controletrajecten, waarbij de geregistreerde ongevallen met letsel zijn geanalyseerd. Drie gemeenten deden aan de proef mee: Apeldoorn, Tiel en Den Haag. Op een aantal wegen binnen de bebouwde kom van deze gemeenten zijn op 1 november 1991 de bromfietsers van het fietspad naar de rijbaan verwezen. De voorperiode omvatte de laatste drie jaren vóór invoering van de maatregel (november 1988 tot en met oktober 1991); de naperiode omvatte de jaren 1992 tot en met 1994. Op de proeftrajecten werd, bij vergelijking van de voor- en de naperiode van het onderzoek, een sterke afname in bromfietsersongevallen met letsel geconstateerd. Hierbij werd rekening gehouden met de ontwikkeling van dit type ongevallen op de controletrajecten. Het aantal bromfietsersongevallen met letsel is op de proeftrajecten afgenomen met 70% ten opzichte van de voorperiode, terwijl op de controletrajecten - overeenkomstig de landelijke trend - een afname van dit type ongevallen te zien is van ongeveer 20%. Hetzelfde beeld is terug te vinden bij de aantallen slachtoffers, die ook met bijna 70% zijn afgenomen. Vooral ongevallen tussen bromfietsers en motorvoertuigen, en tussen bromfietsers en fietsers zijn aanzienlijk in aantal teruggelopen. Het positieve effect van de maatregel was te zien op verschillende typen wegen: zowel op enkel- als dubbelbaans wegen, zowel op wegen voorzien van één- als tweerichtingsfietspaden en zowel op (wat bromfiets-, fiets- en motorvoertuigverkeer betreft) rustige als drukke wegen. Overigens maakt het feit dat proef- en controletrajecten op een aantal punten van elkaar verschilden, een bepaling van de precieze grootte van het effect lastig; ook het doen van een voorspelling over het effect van de maatregel ‘bromfiets op de rijbaan' wanneer deze op grotere schaal zou worden toegepast, is om deze reden moeilijk. Bovendien is in Tiel geen positief effect gevonden (doch evenmin een negatief effect). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt aanbevolen ‘bromfiets op de rijbaan' grootschaliger te gaan toepassen. Dat kan het best door ‘bromfiets op de rijbaan' een algemene maatregel in Nederland te laten zijn voor situaties binnen de bebouwde kom. De proef met de maatregel ‘bromfiets op de rijbaan' is alleen genomen op trajecten binnen de bebouwde kom; over situaties buiten de bebouwde kom zijn op basis van dit onderzoek dus geen aanbevelingen te doen. Nog dit jaar zal een werkgroep bij het C.R.O.W worden opgericht die (medio 1996) richtlijnen zal opstellen waarin zal worden aangegeven waar en hoe de maatregel ‘bromfiets op de rijbaan' toegepast zou moeten worden

Mopeds on the carriageway Dutch law prescribes that moped riders should drive on the cycle track if there is one present, rather than on the carriageway. The SWOV was asked by the Netherlands Transport Research Centre AVV of the Ministry of Public Works to investigate whether it is safer to allow moped riders to use the carriageway designated for motor vehicles inside the built up area. To this end, an accident study was performed in the form of a before and after study including trial and control sections, where registered injury accidents were subjected to an analysis. Three municipalities participated in the trial: Apeldoorn, Tiel and The Hague. On November 1, 1991, moped riders were requested to move from the cycle track to the main carriageway on a number of roads inside the built up area of these municipalities. The ‘before period' included the last three years prior to introduction of the measure (November 1988 to October 1991 inclusive); the ‘after period' included the years from 1992 to 1994 inclusive. Compared to the before and after period of the study, the trial sections showed a marked reduction in moped accidents involving injury with reference to the increase in this type of accident on the control sections. The number of moped accidents involving injury was reduced by 70% with respect to the preliminary period on the trial sections, while on the control sections - analogous to the nationwide trend - a reduction of about 20% in this type of accident was shown. The same effect is shown for the number of accident victims, which was also reduced by almost 70%. Inparticular, collisions between mopeds and motor vehicles and between mopeds and cycles were reduced considerably in number. The positive effect of the measures was shown on various types of road: both on single and double lane carriageways, both on carriageways provided with uni-directional or two-directional cycle tracks and both on quiet and busy roads (with respect to moped, cycle and motor vehicle traffic). However, the fact that the trial and control sections differed from each other in various respects made it awkward to calculate the exact magnitude of the effect; for this reason, it is also difficult to predict the exact effect of the measure ‘moped on the carriageway' if it were to be applied on a larger scale. Furthermore, a positive effect was not registered in Tiel (nor a negative effect). Based on the results of the study, it is recommended to introduce the measure ‘moped on the carriageway' on a larger scale. This is best realised by making ‘moped on the carriageway' generally applicable in the Netherlands for locations inside the built up area. The trial application of the measure ‘moped on the carriageway' related only to road sections inside the built up area; no recommendations can be made on the basis of this study with respect to situations outside the built up area. This year, the C.R.O.W will set up a working group which is to draw up guidelines in mid-1996 indicating where and how the measure ‘moped on the carriageway' should be applied

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-95-33

Pagina's

36 + 26

Gepubliceerd door

SWOV, Leidschendam