Publicatie

Bouwstenen voor berekening van de kosten van verkeersongevallen 2003-2009

Materiële en immateriële kosten en kosten van afhandeling

Auteur(s)

Wijnen, W.

Jaar

2012

Downloaden

PDF icon pdf (394.13 KB)

Verkeersongevallen leiden tot omvangrijke maatschappelijke kosten, en informatie over de omvang en ontwikkeling van deze kosten is van belang voor verkeersveiligheidsbeleid en voor beleidsondersteunend onderzoek. De SWOV heeft op verzoek van Rijkswaterstaat de ontwikkeling van drie verschillende kostenposten in de periode 2003-2009 onderzocht: afhandelingskosten, materiële kosten en immateriële kosten. Dit onderzoek vormt de input voor een actuele raming van de totale kosten van verkeersongevallen, waarin ook de andere kosten ten gevolge van verkeersongevallen zijn meegenomen, te weten medische kosten, productieverlies en filekosten als gevolg van ongevallen. Dit rapport gaat alleen over de drie kostenposten die de SWOV heeft onderzocht. De drie kostenposten bedroegen in 2009 in totaal 10,9 miljard euro (zie tabel), waarvan de immateriële kosten het grootste deel vormen (5,8 miljard euro), gevolgd door materiële schade (3,9 miljard euro) en de kosten van afhandeling (1,3 miljard euro). Deze kosten maken 87% uit van de totale kosten ten gevolge van verkeersongevallen. De medische kosten, productieverlies en filekosten, die buiten het SWOV-onderzoek vallen, bedragen namelijk 12,5 miljard euro (De Wit & Methorst, 2012). Afhandelings-, materiële en immateriële kosten ten gevolge van verkeersongevallen in 2003, 2006 en 2009: Afhandelingskosten (miljard euro): 2003: 1,2 2006: 1,3 2009: 1,3 Materiële kosten (miljard euro): 2003: 3,5 2006: 3,2 2009: 3,9 Immateriële kosten (miljard euro): 2003: 5,5 2006: 5,0 2009: 5,8 Totaal (miljard euro): 2003: 10,2 2006: 9,5 2009: 10,9 De afhandelingskosten zijn tussen 2003 en 2009 iets gestegen, vooral door algemene kostenstijgingen bij verzekeraars en bij de overheidssectoren (politie, justitie, brandweer). De materiële en immateriële kosten zijn tussen 2003 en 2006 gedaald, en tussen 2006 en 2009 weer gestegen. De immateriële kosten, die voor driekwart betrekking hebben op het aantal ernstig verkeersgewonden, volgen daarmee de ontwikkeling in dat aantal. Het aantal ernstig verkeersgewonden was in 2006 lager dan in 2003 en in 2009. Voor de materiële schade geldt dat het gemiddelde schadebedrag een dalende trend laat zien waardoor deze kosten tussen 2003 en 2006 zijn gedaald. Anderzijds is het aantal schadeclaims vooral tussen 2006 en 2009 gestegen, wat de toename van de schade in die periode verklaart. De totale kosten in 2009 zijn circa 6% hoger dan in 2003 (10,2 miljard euro). Wanneer echter wordt gecorrigeerd voor algemene prijsstijgingen (inflatie) liggen de kosten in 2009 op vrijwel hetzelfde niveau als in 2003. De berekeningswijze in dit onderzoek is op verschillende punten gewijzigd ten opzichte van die in het vorige onderzoek naar de kosten van verkeersongevallen in Nederland. Er is daarbij gebruikgemaakt van nieuwe inzichten en/of recentere gegevens. In een aantal gevallen waren echter geen recente gegevens beschikbaar en moest worden teruggegrepen op oude gegevens, onderzoeksresultaten of aannamen. Aanbevolen wordt om in die gevallen nieuw onderzoek te doen en de resultaten daarvan bij de volgende raming van de kosten van verkeersongevallen toe te passen. Het gaat in het bijzonder om onderzoek naar de immateriële kosten van gewonden en naar materiële schade die niet wordt uitgekeerd door verzekeraars en/of niet wordt geclaimd. Daarnaast wordt aanbevolen de waardering van immateriële schade per verkeersdode (de ‘waarde van een statistisch mensenleven’) te actualiseren en gegevens te verzamelen over de tijd die de politie besteedt aan het afhandelen van verkeersongevallen.

Costs of traffic crashes 2003-2009: property damage, human losses, and settlement costs Road traffic crashes are responsible for large social costs, and information about the extent and development of these costs is important for road safety policy and for policy research. On request of the Directorate-General for Public Works and Water Management, SWOV investigated the development of three different cost items during the period 2003-2009: settlement costs, property damage and human losses. This study is input for a topical estimate of the total cost of traffic crashes, also including the other costs caused by traffic crashes, i.e. medical costs, production loss, and costs due to congestions. This report will only discuss the three cost items that SWOV investigated. In 2009, the three cost items amounted to a total of 10.9 billion euro (see table), of which human losses are the major share (5.8 billion euro), followed by material damage (3.9 billion euro) and the settlement costs (1.3 billion euro). These costs are 87% of the total costs due to traffic crashes. The medical costs, production loss and congestion costs, which are beyond the scope of the SWOV study, amount to 12.5 billion euro (De Wit & Methorst, 2012). Settlement costs, property damage and human losses due to road traffic crashes in 2003, 2006 and 2009: Settlement costs (billion euro): 2003: 1,2 2006: 1,3 2009: 1,3 Property damage (billion euro): 2003: 3.5 2006: 3.2 2009: 3.9 Human losses (billion euro): 2003: 5.5 2006: 5.0 2009: 5.8 Total (billion euro): 2003: 10.2 2006: 9.5 2009: 10.9 Between 2003 and 2009, the settlement costs increased somewhat, mainly due to a general increase in costs in insurance companies and the public sector (police, justice, fire brigade). The property damage and human losses went down between 2003 and 2006, and increased again between 2006 and 2009. This means that the human losses, three quarters of which refer to the number of serious road injuries, are in line with the development of that number. The number of serious road injuries in 2006 was lower than the numbers in 2003 and in 2009. For the property damage the average damages show a downward trend, which means that these costs decreased 2003 and 2006. The number of damage claims, however, increased, particularly between 2006 and 2009, which explains the increase in the damages during that period. In 2009, the total costs are approximately 6% higher than in 2003 (10.2 billion euro). However, if this is corrected for general increases in price (inflation) the costs in 2009 are almost at the same level as in 2003. On several points, the calculation method in this study has been changed compared with the method used in the previous study into the costs of traffic crashes in the Netherlands. New insights and/or more recent data were used. In a number of cases, however, no recent data was available and old data and research findings or assumptions had to be used. In those cases it is recommended to carry out new research and to use the findings in the next estimate of the costs of traffic crashes. This mainly concerns research into the human losses of serious road injuries and the material damage which is not claimed or paid out by insurance companies. Furthermore, it is also recommended to bring up to date the valuation of human losses per road fatality (the ‘value of a statistical life’) and to gather data about the time the police spends on the settlement of traffic crashes.

Printvriendelijke versieSend by email
rapport

Rapportnummer

D-2012-4

Pagina's

32

Gepubliceerd door

SWOV, Leidschendam