Publicatie

Berekening van het werkelijk aantal in ziekenhuizen opgenomen verkeersgewonden, 1997-2003

Methode en resultaten van koppeling en ophoging van bestanden

Auteur(s)

Reurings, M.C.B.; Bos, N.M.; Kampen, L.T.B. van

Jaar

2007

Downloaden

PDF-pictogram pdf (1.03 MB)

In dit rapport wordt de (werkelijke) omvang van het aantal ziekenhuisopnamen als gevolg van verkeersongevallen vastgesteld. Er zijn daarvoor twee registratiebestanden gebruikt: de Landelijke Medische Registratie (LMR) van ziekenhuisopnamen en de Verkeersongevallenregistratie uit het bestand Ongevallen en Netwerk. Voor de jaren 1997-2003 zijn deze twee bestanden gekoppeld, dat wil zeggen dat er in beide bestanden is gezocht naar records die hetzelfde slachtoffer en hetzelfde ongeval betreffen. Daarbij is gebruikgemaakt van de koppelmethode die eerder door de SWOV was ontwikkeld, en het laatst was toegepast op jaarbestanden tot en met 1997. Om te beginnen is voor het onderhavige onderzoek de koppelmethode opnieuw geprogrammeerd en getest. Dit was nodig omdat de eerder gebruikte programmatuur van derden afkomstig was, en niet meer elektronisch beschikbaar. Vervolgens zijn voor het jaar 1997 twee testkoppelingen uitgevoerd, waarbij in het ene geval is gebruikgemaakt van het 'ziekenhuisnummer' (de identiteit van een ziekenhuis — een beschermd gegeven), en in het andere geval van de 'ziekenhuisprovincie' (een openbaar gegeven). De verschillen tussen de koppelresultaten bleken zodanig klein en verklaarbaar te zijn, dat de feitelijke koppeling over de jaren 1997-2003 met de provincie in plaats van met de identiteit van het ziekenhuis is uitgevoerd. Voordeel daarvan was dat er geen speciale LMR-bestanden met beschermde gegevens meer geleverd hoefden te worden. De koppeling wijst uit dat de werkelijke aantallen ziekenhuisgewonden in de periode 1997-2003 ruwweg liggen tussen 18.000 en 20.000 per jaar. Deze aantallen zijn vergelijkbaar met de aantallen die in de vorige koppeling zijn berekend voor de periode tot en met 1997. Dat geldt met name ook voor het jaar 1997, het enige jaar dat in beide koppelingen is meegenomen. Dit wijst erop dat de koppelmethode en de verdere berekeningsmethode goed zijn gereconstrueerd, en dat met name het zogenoemde ontdubbelen (dat op andere wijze dan voorheen moest plaatsvinden) even effectief is. Dit rapport geeft verder een aanzet tot het bepalen van de foutenmarge in de berekende werkelijke omvang, rekening houdend met de fouten van de verschillende onderdelen in de berekening. De toevallige fout (bij een betrouwbaarheidsmarge van 68%) in het totale aantal ziekenhuisopnamen per jaar, komt neer op circa 1%. In het rapport wordt de berekeningswijze van het aantal ziekenhuisopnamen nader toegelicht. Dit betreft niet alleen de koppelmethode zelf, die uitgebreid is beschreven, maar ook de zogenoemde footprintmethode, die noodzakelijk is om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de vervoerswijze van de slachtoffers. Daarnaast gaat dit rapport in op de ophoogmethode. Hiermee kan het jaarlijkse aantal ziekenhuisopnamen worden berekend wanneer er geen koppelresultaat voor dat jaar beschikbaar is, of wanneer men snel over een betrouwbare benadering van dat aantal ziekenhuisopnamen wil beschikken op basis van alleen LMR-ontslaggegevens uit dat jaar. Deze komen immers relatief snel beschikbaar na afloop van een kalenderjaar. Zo hoeft men niet te wachten op het LMR-bestand waarin ook de opnamegegevens zitten van personen die pas in het volgende jaar worden ontslagen. Bij deze ophoogmethode horen twee ophoogfactoren; deze worden in dit rapport vastgesteld voor toekomstig gebruik, op basis van de koppelresultaten voor jaren 1997-2003. Ook wordt ingegaan op het gebruik van de ophoogmethode om onderverdelingen van het aantal ziekenhuisgewonden te bepalen. Bijvoorbeeld, het aantal ziekenhuisgewonden onderverdeeld naar geslacht of naar provincie waarin het ongeval heeft plaatsgevonden. Het geheel van de koppelmethode en de ophoogmethode passeert de revue om aan te geven waar nog knelpunten zitten en waar mogelijke verbeteringen zijn aan te brengen. Het rapport eindigt met enkele conclusies en een reeks van aanbevelingen.

Calculation of the real number of traffic in-patients, 1997-2003; Methods and results This study has determined the real number of hospital in-patients who were road crash casualties. We used two databases to calculate this: the national patient register (LMR) of all the hospitals in the Netherlands and the police registration of road crashes. We linked the 1997-2003 period of these two databases, i.e. we looked in both databases for records of the same casualty and the same crash. We used the linking method that SWOV had developed and which had last been used for the annual databases up to 1997. To start with, the linking method was reprogrammed and tested for this study. This was necessary because the previous programs were not SWOV's and they were no longer digitally available. We then carried out two test links for the 1997 data which, in the one case, used the 'hospital number' (the hospital's identity which is protected by privacy practices) and, in the other case, used the 'hospital province' (which is public information). The differences between the two test link results were so small and explicable that we linked the 1997-2003 period by using the hospital province. The advantage of this was that no special LMR databases with protected coding had to be provided. The linking showed that the real number of in-patients during the 1997-2003 period was 18,000-20,000 a year. These totals are comparable with the totals calculated in the previous linking for the period up to 1997. This specially applied to 1997, the only year that was included in both linkages. This shows that both the linking method and the calculation method are properly reconstructed, and that particularly the process to remove duplicate records (that had to be done differently than in the past) was just as effective. This study also gives an impulse to determining the margin of error of the calculated real numbers, taking into account the errors of the various parts of the calculation. With a confidence margin of 68%, the annual random error of the total number of in-patients was about 1%. This report explains the calculation method of the number of in-patients in greater detail. This not only refers to the linking method itself, but also what is known as the 'footprint method' that is essential for obtaining an as good as possible picture of the casualties' mode of transport. Besides this, this study deals with a 'correction method' to calculate the annual number of in-patients by only using the LMR discharge data for a year. This method can be used if no linking has taken place for that year, or if a reliable estimate is quickly needed. After all, the discharge data are available relatively quickly after a calendar year has finished. So one does not have to wait for the LMR database; this also contains admission data of patients who will only be discharged the following year. There are two correction factors involved: these have been determined here for future use, based on the linking results of the 1997-2003 period. This report also deals with the use of the correction method to determine subdivisions of the total of in-patients. For example, the number of in-patients subdivided by age or by province in which the crash occurred. We have reviewed the whole linking method and correction method so as to indicate where there are still bottlenecks and where improvements can be made. The report finishes with several conclusions and a series of recommendations.

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-2007-8

Pagina's

82 + 73

Gepubliceerd door

SWOV, Leidschendam