Publicatie

Benchmarking van gemeentelijke verkeersveiligheid in de praktijk

Een verdere uitwerking en toetsing van behoeften bij gemeenten

Auteur(s)

Aarts, L.T.

Jaar

2014

Downloaden

PDF icon pdf (1.2 MB)

Beleidsmakers staan voor de vraag hoe doelmatig en doeltreffend hun beleid is, of het beter kan en in dat geval: hoe? De methode van ‘benchmarking’ kan hiervoor handvatten bieden: de eigen prestaties en/of processen vergelijken met die van vergelijkbare anderen, op basis hiervan leerpunten vaststellen en die vervolgens in de eigen praktijk toepassen. Benchmarking van verkeersveiligheid zoals in bovenstaande definitie blijkt nog niet of nauwelijks te worden toegepast. Eerder identificeerden Aarts & Bax (2014) een aantal stappen voor benchmarking van verkeersveiligheid voor decentrale overheden in Nederland. Vanuit die stappen geven we in dit rapport een verdere uitwerking voor gemeenten.

De vragen die in dit rapport centraal staan, zijn:

  1. In hoeverre hebben gemeenten behoefte aan een benchmark van verkeersveiligheid?
  2. Hoe kan een verkeersveiligheidsbenchmark voor gemeenten concreet worden uitgewerkt?
  3. Zijn er gemeenten die aan de slag willen met benchmarking van verkeersveiligheid?

De uitwerking heeft plaatsgevonden op basis van:

  • literatuur en algemene ervaringen op het gebied van benchmarking bij gemeenten in Nederland;
  • gesprekken met gemeenten over benchmarking van verkeersveiligheid.

Hieruit blijkt dat de gemeentelijke behoefte aan benchmarking vooral is geïnspireerd op het bedrijfsleven en op de toename van bedrijfsmatig denken binnen overheden. Transparantie over gemaakte keuzen en efficiëntie door bundeling van krachten zijn daarin belangrijke drijfveren. Op een enkel beleidsterrein zijn benchmarks zelfs verankerd in afspraken en geïnstitutionaliseerd in gemeentelijke platforms. Maar ook op terreinen waar benchmarking op vrijwillige basis plaatsvindt, organiseren gemeenten zichzelf in ondersteunende platforms.

Binnen de verkeersveiligheid staat benchmarking nog in de kinderschoenen. Voor zover verkeersveiligheidsprestaties tussen gemeenten vergeleken worden, betreft dit vooral vergelijkingen zonder betrokkenheid van gemeenten zelf. Gemeenten blijken wel geïnteresseerd in benchmarking van verkeersveiligheid, maar zijn zich nog niet allemaal even bewust van de mogelijkheden die deze methode hun kan bieden. Bij nadere informatie blijken ze geïnteresseerd in:

  • wat het hun aan inzichten of besparingen kan opleveren;
  • welke indicatoren meer inzicht kunnen bieden om hun beleid bij te stellen;
  • hoe zij inzichten in kostenreductie kunnen verwerven.

Belangrijke gemeenschappelijke factoren voor gemeenten in een benchmarkgroep, vinden ze:

  • gemeentegrootte en stedelijkheidsgraad;
  • overeenkomsten in het onderwerp van de benchmark.

Gemeenten willen graag betrokken worden bij benchmarking, maar budget en tijd staan onder druk.

De technische uitwerking van de stappen voor gemeentelijke benchmarking, begint met te bepalen op welke aspecten van uitvoering of prestaties van beleid een benchmark kan plaatsvinden. Daarbij zijn beschikbaarheid en kwaliteit van data een aandachtspunt. Naast benchmarking van algemene verkeersveiligheid blijken gemeenten ook geïnteresseerd in specifiekere onderwerpen, zoals gedrag, maatregelen of weggebruikersgroepen.

In dit rapport doen we een suggestie voor indicatoren die kunnen worden gebruikt voor een algemene gemeentelijke benchmark van verkeersveiligheid. Daarbij gaan we ook in op de beschikbaarheid van gegevens, initiatieven op het gebied van dataverzameling waarbij gemeenten kunnen aanhaken en op mogelijkheden om eventueel zelf data te verzamelen. Het is van belang om daarbij goed te letten op de vergelijkbaarheid en kwaliteit van data. Aanvullende indicatoren moeten ten minste een theoretisch onderbouwd verband met verkeersveiligheid hebben, bij voorkeur een relatie die wetenschappelijk is vastgesteld.

Vooral op het gebied van tussenindicatoren of ‘Safety Performance Indicators’ (SPI’s), is bij gemeenten nog veel te winnen in zowel gebruik als verwerven van gegevens. Dit is een interessant ontwikkelpunt, waar momenteel ook provincies op inzetten. Dat doen zij met een meer risicogestuurde aanpak, waarvoor onlangs ook een instrument is ontwikkeld: ProMeV (‘proactief meten van verkeersonveiligheid’). Gemeenten zouden hierbij aansluiting kunnen zoeken. Een enkele gemeente, zoals Amsterdam, blijkt het spoor van proactief meten van onveiligheid door middel van SPI’s al actief te verkennen. Dit kan dienen als inspiratie voor andere gemeenten om hierbij aan te sluiten.

Benchmarking municipal road safety put into practice; Further elaboration and testing out of municipal requirements

Policy makers are faced with the question of how efficient and effective their policy is, if it can be done better and if so: how? Benchmarking can provide a method for this: comparing one’s own performance and/or processes with those of similar others, identifying learning points based on the findings, and then applying them in one’s own environment. Benchmarking as in the above definition turns out to be hardly applied yet in the field of road safety. Previously, Aarts & Bax (2014) identified a number of steps in benchmarking that can be applied to road safety policy of local and regional authorities in the Netherlands. The first of these steps are used in this report to further elaborate the method for municipalities.

Three main questions are raised in this report:

  1. To what extent do municipalities feel the need of a benchmark of road safety?
  2. How can a road safety benchmark for municipalities actually be elaborated?
  3. Can municipalities be found that want to get started with benchmarking of road safety?

The elaboration was carried out on the basis of:

  • literature and general experiences in the area of benchmarking in municipalities in the Netherlands;
  • conversations with municipalities on benchmarking of road safety.

It was found that the municipal general need for benchmarking is mainly inspired by the trade and industry and reflects the increase in business thinking within governments. Important motives are transparency on choices made and efficiency by bundling forces. In some policy areas, benchmarks are even anchored in appointments and institutionalized in municipal platforms. But also in areas in which benchmarking takes place on a voluntary basis, municipalities organize themselves in auxiliary platforms.

With respect to road safety, benchmarking is still in its infancy. When road safety performance is compared between municipalities, these are mainly comparisons without involvement of the municipalities themselves. Municipalities are found to be interested in benchmarking of road safety, but are not all equally aware of the possibilities that this method can offer them. When asked for more details, they appear to be interested in:

  • the insights or savings it can bring them;
  • which indicators can offer more insight to adjust their policies;
  • how they can acquire insights into cost reduction.

Important common factors for municipalities in a benchmark group are found to be:

  • municipality size and degree of urbanization;
  • commitment on the subject of the benchmark.

Municipalities like to be involved in benchmarking, but both budget and time are limiting factors.

The technical development of the steps for municipal benchmarking begins with determining which aspects of execution or performance of policy are to be benchmarked. Availability and quality of data is important here. In addition to benchmarking of general road safety, municipalities are also interested in more specific topics such as behaviour, road safety measures or road users groups.

In this report we propose a number of indicators that can be used for a general municipal road safety benchmark. We also consider the availability of data, initiatives in the area of data collection which municipalities can join in with, and opportunities to collect data oneself. It is important to pay close attention to the comparability and quality of data. Additional indicators must have at least a theoretically founded relation with road safety, preferably a relation that has been scientifically established.

Especially in the area of intermediate indicators or ‘Safety Performance Indicators’ (SPIs) there is still much to be gained for municipalities in using and acquiring data. This is an interesting point for further development, which at present is also actively tackled by provinces in the Netherlands. They do this with a more risk-based approach, for which a tool has also been developed recently: ProMeV ('proactive measuring of road safety '). Some municipalities, such as Amsterdam, are already actively exploring the trail of proactive measuring of road safety using SPIs. This can serve as an inspiration for other municipalities to join in.

Print this page
rapport

Rapportnummer

R-2014-34

Pagina's

46 + 11

Gepubliceerd door

SWOV, Den Haag