Project

DRUID (Driving under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines)

Tussen 2006 en 2011 is in negentien Europese landen een grootschalig onderzoek uitgevoerd naar rijden onder invloed van alcohol, drugs en medicijnen: DRUID (Driving under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines). De belangrijkste conclusie voor Nederland: alcohol is nog altijd een veel groter probleem voor de verkeersveiligheid dan drugs en medicijnen.

Daarom is het belangrijk om te blijven focussen op maatregelen tegen alcohol in het verkeer. Als het gaat om drugs, is vooral de combinatie met alcohol gevaarlijk. De aanpak van rijgevaarlijke geneesmiddelen is het meest gebaat bij voorlichting en educatie. Wettelijke limieten voor geneesmiddelen – zoals voor alcohol – zijn volgens DRUID niet de oplossing.

Het grootste onderzoek ooit naar rijden onder invloed

DRUID is wereldwijd het grootste onderzoeksproject ooit op het gebied van rijden onder invloed. Aan het project deden 37 partners uit 19 verschillende Europese landen mee.

Het probleem van alcohol, drugs en medicijnen in het verkeer is vanuit verschillende perspectieven benaderd. Zo is er gekeken naar de rijvaardigheid, het ongevalsrisico en naar de effecten van verschillende maatregelen en handhaving.

Conclusies

Alcohol is nog altijd een veel groter probleem voor de verkeersveiligheid dan drugs en medicijnen. Daarom is het van groot belang om te blijven focussen op maatregelen tegen alcohol in het verkeer. Speekseltesters voor drugs zijn nog niet in staat om alle drugs op te sporen. In de meeste gevallen kunnen ze wel hoge concentraties detecteren als gevolg van recent of zwaar gebruik. Voor een efficiëntere toepassing van speekseltesters zouden agenten specifieker moeten worden getraind om uiterlijke kenmerken van drugsgebruik te herkennen. De aanpak van rijgevaarlijke geneesmiddelen is het meest gebaat bij voorlichting en educatie. Tot slot blijven ook andere maatregelen nodig tegen rijden onder invloed. Daarbij is het vooral belangrijk dat verschillende maatregelen naast elkaar worden ingezet.

Publicaties

Ook is de mogelijkheid onderzocht van een uniforme Europese classificering van geneesmiddelen. DRUID is eind 2011 afgerond.

 

------------------------------------------------------

 

Uitkomsten DRUID

Wetsvoorstel in Nederland
Het DRUID-onderzoek moet een wetenschappelijke bijdrage leveren aan het verkeersveiligheidsbeleid in Europa – dus ook in Nederland. Zo behandelt de Tweede Kamer een wetsvoorstel uit 2010, dat specifiek is gericht op drugsgebruik in het verkeer. In het voorstel staat dat er voor bepaalde soorten drugs wettelijke limieten moeten komen, net als voor alcohol. Daarnaast moeten bestuurders worden verplicht om mee te werken aan speekseltesten en testen op uiterlijke kenmerken. De resultaten van DRUID kunnen bijdragen aan de discussie over dit wetsvoorstel.

Middelengebruik
In het DRUID-project zijn van circa 50.000 automobilisten in 13 landen bloed- en speekselmonsters afgenomen. Daaruit blijkt dat alcohol (3,5%) en cannabis (1,3%) de meest voorkomende psychoactieve stoffen in het verkeer zijn, gevolgd door benzodiazepines ( slaap- en kalmeringsmiddelen, 0,9%). Rijden onder invloed komt het meest voor in Zuid-Europa en het minst in Oost- en Noord-Europa. In Nederland ligt het gebruik van alcohol en geneesmiddelen in het verkeer onder het Europese gemiddelde. Het gebruik van drugs ligt er juist iets boven.

De invloed van middelen
In vergelijking met andere middelen leidt het alcoholgebruik tot de hoogste risico’s op ernstige of dodelijke ongevallen. Ook de (vaak voorkomende) combinatie alcohol-drugs en alcohol-geneesmiddelen leidt tot een sterk verhoogd risico. Van alle geneesmiddelen heeft een klein deel een sterk effect op de rijvaardigheid. Het gaat dan met name om middelen die werkzaam zijn op het centrale zenuwstelsel, zoals slaapmiddelen en sterke pijnstillers. Bij de mate waarin de effecten optreden, spelen verschillende factoren een rol. Het gaat dan bijvoorbeeld om de dosis en de frequentie van gebruik, de combinatie met andere geneesmiddelen en de leeftijd van de patiënt.

Er is geen bewijs gevonden dat stimulerende drugs als XTC de rijvaardigheid negatief beïnvloeden. Toch blijkt uit ongevalsstudies dat het gebruik ervan wel degelijk verkeersgevaarlijk is. Zo nemen bestuurders onder invloed van deze middelen meer risico’s. Uit de experimenten bleek verder dat slaapgebrek leidt tot een verminderde rijvaardigheid. Stimulerende drugs konden dit effect niet compenseren. Daarnaast hadden gebruikers van stimulerende drugs onvoldoende besef van het vermoeidheidseffect dat optreedt nadat de drugs zijn uitgewerkt.

Handhaving op alcohol en drugs
Handhaving is een van de maatregelen tegen alcohol en drugs in het verkeer. Voor alcohol zijn er praktische en betrouwbare ademtesters. Drugsgebruik in het verkeer kan worden opgespoord met speekseltesters. Hieraan zitten echter nog wel haken en ogen. In het DRUID-project zijn acht speekseltesters onderzocht. De gevoeligheid voor sommige soorten drugs, zoals cocaïne en THC (de actieve moederstof van cannabis), bleek daarbij laag te zijn bij lage concentraties. Daarnaast kunnen speekseltesters lichaamseigen stoffen als GHB niet opsporen. De waarneming van de politieagent blijft dus nog altijd van belang. Het advies is dan ook om agenten hier beter op te trainen.

Ondanks de relatief hoge kosten is handhaving op drugs in Nederland kosteneffectief. Een voorwaarde is wel dat de testers zo betrouwbaar mogelijk zijn. Ook mag het niet ten koste gaat van de handhaving op alcohol in het verkeer.

Wettelijke limieten
De meeste Europese landen hebben een wettelijke alcohollimiet van 0,5 g/L. Uit het DRUID-onderzoek blijkt dat informele sancties – bijvoorbeeld van familie en vrienden – een positief effect kunnen hebben op navolging van deze limiet. Voor jonge en beginnende bestuurders lijkt de nul-limiet een veelbelovende maatregel. Een punt van aandacht hierbij is de politiecapaciteit: die mag niet ten koste gaan van de controle op zwaardere overtreders.

Limieten voor drugs
Een Nederlands wetsvoorstel pleit – net als bij alcohol – voor wettelijke limieten voor vijf soorten drugs: THC, cocaïne, heroïne, amfetamines en GHB. Deze limieten zijn bepaald voor tien verschillende stoffen die recent gebruik van deze drugs aan kunnen tonen. Bij overschrijding van deze limieten wordt een bestuurder niet meer tot behoorlijk besturen in staat geacht en is hij strafbaar. Naast limieten adviseren de DRUID-onderzoekers om meer in te zetten op voorlichting en educatie, vooral voor jonge bestuurders.

Geneesmiddelen
De DRUID-onderzoekers adviseren geen wettelijke limieten voor geneesmiddelen in het verkeer: deze zouden medicijngebruikers kunnen stigmatiseren. Bovendien hebben de meeste medicijngebruikers een hoog verantwoordelijkheidsbesef. Ook houden ze zich doorgaans aan de voorgeschreven dosering. Voorlichting en educatie hebben daarom meer effect dan wettelijke limieten. Artsen en apothekers hebben hierin een belangrijke rol: zowel bij voorschrijven als verstrekken moet er meer en betere voorlichting komen over de gevaren van geneesmiddelen in het verkeer. Illegaal medicijngebruik zou wel even zwaar bestraft moeten worden als illegaal drugsgebruik in het verkeer.

Uniforme classificering
Om te kunnen aangeven in hoeverre geneesmiddelen de rijvaardigheid beïnvloeden, is binnen DRUID een Europees classificeringsysteem ontwikkeld. Hieruit blijkt dat slechts een klein deel (6%) van alle erkende geneesmiddelen ‘rijgevaarlijk’ is. Het gaat dan vooral om geneesmiddelen die inwerken op het centrale zenuwstelsel. Het classificeringssysteem kan ook een rol spelen bij rijgeschiktheidstesten.

Print this page

Status

Afgerond
Begindatum: 01 jan 2006
Einddatum: 31 dec 2011