Factsheet

Verkeersdoden in Nederland

Samenvatting

Deze factsheet schetst hoe het aantal verkeersdoden in Nederland zich sinds 1950 heeft ontwikkeld. Het aantal verkeersdoden in Nederland vertoont, na een stijging in de jaren vijftig en zestig, een geleidelijke daling sinds 1973. In 2016 vielen er 629 doden in het verkeer in Nederland. Na de jarenlange daling, waarbij zowel in 2013 als in 2014 het aantal doden uitkwam op 570, en de toename tot 621 doden in 2015, zien we nu opnieuw een toename in 2016. Ruim een derde van de verkeersdoden zijn auto-inzittenden (231), bijna een derde is fietser (189). Afgemeten naar de bevolkingsomvang, vallen er verhoudings­gewijs veel doden in het verkeer onder jongeren en jongvolwassenen (15-29 jaar) en ouderen (65+). Kinderen (0-14 jaar) komen juist relatief weinig om in het verkeer; in 2016 waren dat er 12.

Bij vergelijking van aantallen verkeersdoden in verschillende groepen (zoals leeftijd, vervoerswijze, wegtype) moet worden bedacht dat het aantal verkeersslachtoffers afhangt van de hoeveelheid mobiliteit: hoe meer men reist, hoe vaker men een ongeval kan hebben. Het aantal slachtoffers hangt ook af van de veiligheidskenmerken van die mobiliteit: er zijn veilige en minder veilige wegen en veilige en minder veilige voertuigen. Daarnaast beïnvloedt ook het rijgedrag de kans op een verkeersongeval. Uiteraard maakt het ook uit of andere weggebruikers veel of weinig risico nemen, goed opletten en dergelijke. Het aantal verkeersdoden in een bepaalde groep wordt dus niet alleen bepaald door hoe gevaarlijk die groep is (het risico van die leeftijdsgroep, sekse, vervoerswijze of wegtype), maar ook door de hoeveelheid mobiliteit van die groep (van dat vervoermiddel, op dat wegtype, enz.). Verschillen in aantallen verkeersdoden kunnen dus zowel komen door verschillen in mobiliteit als door verschillen in risico (zie voor dit laatste de gearchiveerde SWOV-factsheet Risico in het verkeer).

Feiten

Hoeveel verkeersdoden vielen er in 2016 in Nederland?

In 2016 vielen er in Nederland 629 verkeersdoden. Dit is iets meer dan het aantal verkeersdoden in 2015, toen het er 621 waren.

Wat is de officiële definitie van een verkeersdode?

Een verkeersdode is internationaal gedefinieerd als iemand die ten gevolge van een ongeval op de openbare weg, waarbij ten minste een rijdend voertuig is betrokken, binnen dertig dagen aan de gevolgen van dat ongeval overlijdt.

Hoe wordt het aantal verkeersdoden in Nederland vastgesteld?

Tot 1996 werden alle verkeersdodenstatistieken in Nederland gebaseerd op de politieregistratie. Sinds 1996 wordt het aantal verkeersdoden vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), in nauw overleg met het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). Voor de vaststelling van het aantal verkeersdoden in Nederland analyseert CBS de gegevens uit drie bronnen:

  1. gegevens van door een arts ingevulde doodsoorzaakformulieren;
  2. de dossiers van arrondissements­parketten over niet-natuurlijke doods­oorzaken;
  3. de ongevalsrapporten die door de politie zijn opgemaakt (het Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland, BRON). Dit bestand wordt door IenM gepubliceerd.

Door deze bronnen te koppelen en te vergelijken stelt CBS het overzicht van het aantal verkeers­doden samen. Dit is geïllustreerd in Afbeelding 1.

 

Afbeelding 1. Het aantal verkeersdoden wordt bepaald aan de hand van drie bronnen. Een verkeersdode kan in een of meer van die bronnen zijn vermeld.

 

CBS gaat ervan uit dat alle verkeersdoden in ten minste één van de drie bronnen is geregistreerd, en dat er derhalve geen verkeersdoden zijn die in geen van deze bronnen geregistreerd worden. Dit betekent dat het witte gebied in de cirkel rond de drie gekleurde cirkels in Afbeelding 1 geen verkeersdoden bevat. Op basis van een analyse van de gegevens bepaalt CBS het aantal verkeersdoden. Dubbeltellingen worden verwijderd, en het bestand wordt geschoond van slachtoffers die niet tot de verkeersdoden in Nederland moeten worden gerekend (ongevallen in het buitenland, buiten de openbare weg, zelfmoord, natuurlijke oorzaken).

De politie stelt haar gegevens niet alleen beschikbaar aan het CBS en aan IenM (ten behoeve van BRON), maar werkt ook samen met het Verbond van Verzekeraars en met adviesbureau VIA aan het STAR-gegevensbestand[i] van verkeersongevallen. Op die manier draagt de politie bij aan de verdere verbetering van de ongevallenregistratie.


[i] STAR = Smart Traffic Accident Reporting

Wat is het verschil tussen het geregistreerde en het werkelijke aantal verkeersdoden?

Het aantal geregistreerde verkeersdoden volgens BRON was tussen 2010 en 2015 ongeveer 15% lager dan het door CBS vastgestelde werkelijke aantal. Op dit moment is BRON2016 nog niet gepubliceerd. SWOV gebruikt in plaats daarvan gegevens die VIA uit het STAR-bestand[i] beschikbaar heeft gesteld. Ook deze zijn gebaseerd op de registratie door de politie. Indien we ervan uit gaan dat dit bestand hetzelfde aantal doden heeft geregistreerd als BRON, dan is de registratiegraad afgenomen tot minder dan 80%: 131 van de 629 verkeersdoden ontbreken nog in de STAR-database. De reden hiervan is onderwerp van nader onderzoek door politie en VIA, in samenwerking met SWOV en IenM.

Overigens mag CBS niet aan IenM terugmelden welke doden niet tot de verkeersdoden worden gerekend. Hierdoor kan het voorkomen dat voor sommige groepen het aantal verkeersdoden lager is dan het aantal dat IenM in BRON meldt.


[i] STAR = Smart Traffic Accident Reporting, een initiatief van het Verbond van Verzekeraars, de politie en VIA Traffic Solutions Software. Gegevens die in STAR zijn opgenomen, zijn gebaseerd op politiegegevens. Het BRON-bestand met de officiële geregistreerde verkeersongevallen zal het ministerie van Infrastructuur en Milieu in november 2017 publiceren.

Hoe heeft het aantal verkeersdoden in Nederland zich de laatste tien jaar ontwikkeld?

Afbeelding 2 toont de ontwikkeling van het (door CBS vastgestelde) aantal verkeersdoden in de laatste tien jaar, naar vervoerswijze. Slachtoffers onder auto-inzittenden daalden tot enkele jaren terug nog sterk, maar in 2015 en 2016 is het aantal doden onder auto-inzittenden twee maal achtereen gestegen. Ook bij voetgangers zagen we een gestage daling. Voor de andere vervoerswijzen was deze daling minder duidelijk. Voor fietsers lijkt er al jaren geen sprake meer te zijn van een daling.

Afbeelding 2. Verkeersdoden in Nederland in de laatste tien jaar, naar vervoerswijze. De categorie brom-snorfiets bevat ook brommobielen. Bron: CBS Statline.

 

Hoe heeft het aantal verkeersdoden zich ontwikkeld voor verschillende vervoerswijzen, leeftijdsgroepen en geslacht?

In Afbeelding 3 vergelijken we het huidige aantal slachtoffers met het aantal in 2007, naar vervoerswijze, leeftijd en geslacht. De figuur maakt duidelijk dat er de laatste jaren verschuivingen hebben plaatsgevonden: bijvoorbeeld van jonge mannelijke automobilisten naar oudere mannelijke fietsers. Vooral het aantal doden onder jonge automobilisten is sinds 2007 afgenomen. In de laatste jaren is dit aantal echter weer toegenomen tot de aantallen die nu in de afbeelding te zien zijn voor 2016. Eenzelfde ontwikkeling is te zien bij (eveneens mannelijke) vracht- en bestelwagenchauffeurs: na een daling tot 2014, is in 2015 en 2016 het aantal doden onder hen weer toegenomen.

Sinds 2015 onderscheidt het CBS (met terugwerkende kracht) scootmobielen en andere gemotoriseerde invalidenvoertuigen van de brom-/snorfietsers. Verkeersdoden onder berijders van brommobielen worden nog wel tot de groep brom-/snorfietsers gerekend. We zien dat het in deze twee onderscheiden groepen vaak om mannen gaat. Het aantal doden onder brom- en snorfietsers is in de laatste tien jaar afgenomen, terwijl het aantal doden onder berijders van brom- en scootmobielen is toegenomen. Inmiddels vallen er in beide groepen ongeveer evenveel verkeersdoden.

In 2016 is ongeveer een kwart van de verkeersdoden vrouw. Ruim een derde van hen (64 van de 171) overlijdt als fietser.

Afbeelding 3. Verkeersdoden naar vervoerswijze en leeftijd, voor mannen en vrouwen, 2016 vergeleken met 2007. Alle cirkels hebben dezelfde schaal, waarbij het oppervlak evenredig is met het aantal. De categorie brom-/snorfiets bevat ook brommobielen. Bron: CBS, bewerking SWOV.
Hoe heeft het aantal verkeersdoden zich ontwikkeld voor verschillende soorten wegen?

Als we willen weten hoeveel verkeersdoden er vallen op verschillende soorten wegen, zijn we aangewezen op de registratie door de politie. Dat betekent dat we van 20% van de ongevallen in 2016 – het deel dat alleen door CBS wordt geregistreerd – niet weten waar het ongeval heeft plaatsgevonden. In 2007 was dit onbekend voor 10% van het aantal verkeersdoden. In Afbeelding 4 zijn de aantallen door de politie geregistreerde verkeersdoden weergegeven naar snelheidslimiet (voor zover deze is geregistreerd) en wegbeheerder, op kruisingen en wegvakken, voor het recentste jaar in vergelijking met tien jaar daarvoor, het jaar 2007.

Er vallen veel meer verkeersdoden op wegvakken dan op kruispunten, behalve op gemeentelijke 50km/uur-wegen. Bij 43 verkeersdoden in het STAR-bestand is in 2016 niet achterhaald wat de snelheidslimiet op de betreffende weg was. In 2015 was deze limiet bij 34 doden onbekend. Ook ontbreken in 2016 verhoudingsgewijs meer verkeersdoden in het STAR-bestand dan in 2007 in BRON. Relatief gezien valt sinds 2007 een steeds groter deel van de verkeersdoden bij wegvakongevallen. Ten opzichte van het jaar 2015 (niet in de afbeelding) is er een daling van 31 naar 20 geregistreerde verkeersdoden op 130km/uur-wegvakken.

Afbeelding 4. Door de politie geregistreerde verkeersdoden naar snelheidslimiet en wegbeheerder, voor 2007 (BRON) en 2016 (STAR, beschikbaar gesteld door VIA[i]), op kruispunten en wegvakken. Alle cirkels hebben dezelfde schaal, waarbij het oppervlak evenredig is met het aantal. Bronnen: IenM, VIA, bewerking SWOV.

 


[i] De geregistreerde aantallen verkeersdoden 2016 zijn voorlopige cijfers. Ze zijn gebaseerd op de politiegegevens die in STAR zijn opgenomen. STAR = Smart Traffic Accident Reporting, een initiatief van het Verbond van Verzekeraars, de politie en VIA Traffic Solutions Software. Het BRON-bestand met de officiële geregistreerde verkeersongevallen zal het ministerie van Infrastructuur en Milieu in november 2017 publiceren.

Hoe heeft het aantal verkeersdoden in Nederland zich sinds 1950 ontwikkeld?

In 1950 waren er circa 1000 verkeersdoden. Dat aantal steeg tot 1972 tot ruim 3000. Vanaf 1973 daalt het jaarlijks aantal verkeersdoden geleidelijk. Afbeelding 5 en Afbeelding 6 tonen het door de politie geregistreerde aantal verkeersdoden tussen 1950 en 1995 en het door CBS bepaalde aantal verkeersdoden vanaf 1996. In Afbeelding 5 zijn de verkeersdoden ingedeeld naar de vervoerswijze van het slachtoffer, en in Afbeelding 6 zien we het aantal verkeersdoden per leeftijdsgroep.

Afbeelding 5. Verkeersdoden (politieregistratie tot 1995; door CBS bepaald vanaf 1996) in Nederland sinds 1950, naar vervoerswijze. De categorie brom-/snorfiets bevat hier ook ook brommobielen, scootmobielen en andere invalidenvoertuigen. Bronnen: CBS, IenM.

 

Afbeelding 6. Verkeersdoden (politieregistratie tot 1995; door CBS bepaald vanaf 1996) in Nederland sinds 1950, naar leeftijd. Bronnen: CBS, IenM.

 

In 1950 waren er vooral veel verkeersdoden onder fietsers en voetgangers. Daarna zette een sterke stijging van het aantal verkeersdoden onder bromfietsers en vooral auto-inzittenden in, en werden deze vervoerswijzen steeds belangrijker voor het totale patroon. Sinds 1973 daalt het aantal verkeers­doden voor vrijwel alle vervoerswijzen. Alleen de ontwikkeling voor motorfietsen en vracht- en bestelverkeer wijken enigszins van dit patroon af; de laatste jaren neemt ook het aantal verkeersdoden onder fietsers nog maar weinig af.

Kinderen (0-14) zijn er nog maar nauwelijks onder de verkeersdoden: in 2016 vielen in deze groep 12 doden. Alleen in 2013 waren dit er iets minder (9). Jongeren en vooral kinderen vormden tussen 1950 en 1980 juist een groot aandeel van de verkeersdoden. Tegenwoordig zijn het juist steeds meer ouderen die in het verkeer overlijden.

Hoe verhoudt het aantal verkeersdoden in Nederland zich tot dat in andere landen?

Vergeleken met de officiële aantallen verkeersdoden die andere Europese landen rapporteren, stond Nederland met het werkelijk aantal verkeersdoden in 2015 op de negende plaats in Europa.[i] Daarbij is gecorrigeerd voor de grootte van elk land door niet het aantal slachtoffers, maar de verkeersmortaliteit (verkeersdoden per inwoner) onderling te vergelijken.

De EU verzamelt in haar database CARE de geregistreerde aantallen verkeersdoden van de 28 lidstaten (dus bijvoorbeeld exclusief Noorwegen en Zwitserland), en zonder de correctie die Nederland nog toepast. Uitgaande van de verkeersmortaliteit op basis van CARE, staat Nederland op de vierde plaats binnen de EU.[ii] Deze vergelijking levert een vertekend beeld, omdat daarin de 90 verkeersdoden in 2015 niet zijn meegerekend die in BRON ontbraken, maar wel door CBS zijn vastgesteld.


[i] Adminaite, D., Jost, G., Stipdonk, H. & Ward, H. (2016). Ranking EU progress on road safety; 10th Road Safety Performance Index Report. European Transport Safety Council ETSC, Brussels.

[i] CARE (2016). Road Safety evolution in the EU by population. European Commission, Brussels.

Printvriendelijke versieSend by email

Geactualiseerd

02 mei 2017