Factsheet

Verkeersdoden in Nederland

Samenvatting

Deze factsheet gaat over verkeersdoden: het jaarlijkse aantal in Nederland, de ontwikkeling daarin sinds 1950 en veelgebruikte kenmerken zoals vervoerswijze, leeftijdsgroepen en ongevalslocaties. Het aantal verkeersdoden in Nederland vertoont, na een stijging in de jaren vijftig en zestig, een geleidelijke daling sinds 1973. De laatste jaren is deze daling gestagneerd. In 2020 vielen er 610 doden in het verkeer in Nederland. Hoewel dit een lager aantal is dan in de voorafgaande jaren, is het ondanks het opmerkelijke ‘coronajaar’ niet het laagste aantal verkeersdoden tot nu toe. Ook past dit aantal – voor zover nu bekend – binnen de stagnerende daling die we de laatste jaren zien.

Ruim een derde van de verkeersdoden bestaat in 2020 uit fietsers (229; 38%) en iets minder dan een derde is auto-inzittende (195). De meeste  doden in het verkeer vallen onder ouderen: in 2020 waren 225 (37%) verkeersdoden 70 jaar of ouder. Kinderen (0-14 jaar) komen juist relatief weinig om in het verkeer; in 2020 waren dat er 17 (3%).

Bij vergelijking van aantallen verkeersdoden in verschillende groepen (zoals leeftijd, vervoerswijze, wegtype) moet worden bedacht dat het aantal verkeersslachtoffers in ieder geval afhangt van de mobiliteit: hoe meer men reist, hoe vaker men bij een ongeval betrokken kan raken. Het aantal slachtoffers hangt ook af van de veiligheidskenmerken van die mobiliteit: er zijn veilige en minder veilige wegen en veilige en minder veilige voertuigen. Daarnaast beïnvloedt ook het rijgedrag de kans op een verkeersongeval. Het aantal verkeersdoden in een bepaalde groep wordt dus niet alleen bepaald door hoe ‘gevaarlijk’ die groep is (het risico van die leeftijdsgroep, sekse, vervoerswijze of wegtype), maar ook door de hoeveelheid mobiliteit van die groep (van dat vervoermiddel, op dat wegtype, enzovoort). Ten slotte speelt het toeval ook altijd een rol. (Kleine) verschillen tussen aantallen doden in opeenvolgende jaren kunnen toevallig zijn.

Feiten

Hoeveel verkeersdoden vielen er in 2020 in Nederland?

In 2020 vielen er in Nederland 610 verkeersdoden. Dit zijn er 51 minder dan in 2019, toen er 661 verkeersdoden waren.

Wat is de officiële definitie van een verkeersdode?

Een verkeersdode is internationaal gedefinieerd als iemand die bij of na een ongeval op de openbare weg, waarbij ten minste een rijdend voertuig betrokken is, binnen dertig dagen aan de gevolgen van dat ongeval overlijdt, mits dat geen zelfdoding betreft [1]. Ook Nederland volgt deze internationale definitie [2]

Hoe wordt het aantal verkeersdoden in Nederland vastgesteld?

Tot 1996 werden alle verkeersdodenstatistieken in Nederland gebaseerd op de politieregistratie. Sinds 1996 wordt het aantal verkeersdoden vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), in nauw overleg met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Voor de vaststelling van het aantal verkeersdoden in Nederland analyseert het CBS de gegevens uit drie bronnen:

  1. gegevens van door een arts ingevulde doodsoorzaakformulieren;
  2. de dossiers van arrondissements­parketten over niet-natuurlijke doods­oorzaken;
  3. het (voorlopige) Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland (BRON) dat gebaseerd is op de ongevalsrapporten die door de politie zijn opgemaakt. De definitieve versie van dit bestand wordt door IenW gepubliceerd.

Door deze bronnen te koppelen en te vergelijken stelt CBS het overzicht van het aantal verkeers­doden samen. Dit is geïllustreerd in Afbeelding 1.

 

Afbeelding 1. Het aantal verkeersdoden wordt bepaald aan de hand van drie bronnen. Een verkeersdode kan in een of meer van die bronnen zijn vermeld.

 

Het CBS gaat ervan uit dat alle verkeersdoden in ten minste één van de drie bronnen is geregistreerd, en dat er derhalve geen verkeersdoden zijn die in geen van deze bronnen geregistreerd worden. Dit betekent voor Afbeelding 1 dat het witte gebied in de cirkel rond de drie gekleurde cirkels geen verkeers­doden bevat. Op basis van een analyse van de gegevens bepaalt het CBS het aantal verkeersdoden. Dubbeltellingen worden verwijderd, en het bestand wordt geschoond van slachtoffers die niet tot de verkeersdoden in Nederland moeten worden gerekend (zoals ongevallen in het buitenland, ongevallen buiten de openbare weg, zelfdodingen en natuurlijke doodsoorzaken).

Wat is het verschil tussen het geregistreerde en het werkelijke aantal verkeersdoden?

Het aantal geregistreerde verkeersdoden volgens BRON was tussen 2011 en 2020 ongeveer 16% lager dan het werkelijke aantal dat door het CBS is vastgesteld. In 2020 was de registratiegraad van BRON 84%: 95 van de 610 verkeersdoden (volgens het CBS) ontbreken in het BRON-bestand. De redenen hiervan zijn onderwerp van nader onderzoek door SWOV. Bekend is dat BRON soms ongevallen mist als er bij het ongeval geen andere partijen betrokken waren, als er uitsluitend ongemotoriseerd verkeer betrokken was, als een slachtoffer pas later overlijdt of als er verwarring mogelijk is over het type ongeval (te-waterraking, ongevallen bij het spoor, onwelwording, zelfdoding, opzet).

Sinds 2012 mag het CBS niet aan IenW terugmelden welke doden in BRON het CBS niet tot de verkeersdoden rekent. Tot en met 2011 gebeurde dit wel. Hierdoor kan het sinds 2012 voorkomen dat een onbekend aantal BRON-verkeersdoden in werkelijkheid geen verkeersdode volgens het CBS is. Het gevolg hiervan is dat voor sommige groepen het aantal verkeersdoden volgens het CBS lager is dan het aantal dat IenW in BRON meldt.

Hoe heeft het aantal verkeersdoden in Nederland zich de laatste tien jaar ontwikkeld?

Afbeelding 2 toont de ontwikkeling van het (door het CBS vastgestelde) aantal verkeersdoden in de laatste tien jaar, naar vervoerswijze. Slachtoffers onder auto-inzittenden daalden tot enkele jaren terug nog tot 187 in 2014, maar hierna is het aantal doden onder auto-inzittenden weer gestegen tot 237 in 2019; in 2020 daalde dit aantal tot 195. Ook bij voetgangers zagen we tot 2013 een gestage daling, maar sindsdien fluctueert het aantal overleden voetgangers rond de 50 en 60. In 2020 waren het er minder: 41. Bij de andere vervoerswijzen is de algehele daling in verkeersdoden tot 2013 minder duidelijk terug te zien.

Voor fietsers lijkt er al jaren geen sprake meer te zijn van een daling. Sinds 2000 was het aantal doden onder fietsers niet zo hoog als in 2020 (229). Er waren in 2017 voor het eerst meer verkeersdoden onder fietsers dan onder auto-inzittenden. In 2018 en 2019 lag die verhouding net weer andersom, maar in 2020 zijn er weer meer fietsers dan auto-inzittenden overleden in het verkeer. Het CBS geeft aan dat minstens 74 (32%) van de fietsers een elektrische fiets bereden. De verkeersdoden die vielen in de categorie ‘scootmobiel/invalidenvoertuig’ waren volgens het CBS sinds 2009 allemaal berijder van een scootmobiel.

 

Afbeelding 2. Verkeersdoden in Nederland in de laatste tien jaar, naar vervoerswijze. De categorie brom-/snorfiets bevat ook brommobielen en speed-pedelecs. Bron: CBS Statline.

 

Hoe is het aantal verkeersdoden verdeeld over vervoerswijzen, leeftijd en geslacht?

Afbeelding 3 toont welke vervoerswijze de verkeersdoden ten tijde van het ongeval in 2020 hadden. De meeste slachtoffers waren in 2020 fietsers (38%) en auto-inzittenden (32%). Gemotoriseerde tweewielers (in totaal 13%) vormen een derde grote groep, voor iets meer dan de helft zijn dit motorrijders, voor de rest zijn het berijders van een brom- of snorfiets (waaronder ook brommobiel en speed-pedelec). In 2020 was 7% van de doden een voetganger, 6% een berijder van een scootmobiel en 4% een inzittende van een vracht- of bestelauto. Van 1% van de doden behoort de vervoerswijze tot ‘overige vervoerswijzen’ of is de vervoerswijze onbekend.

Afbeelding 3. Verkeersdoden 2020 in Nederland naar vervoerswijze. * De categorie brom-/snorfiets bevat ook brommobielen en speed-pedelecs. Bron: CBS Statline.
 

In Afbeelding 4 is de leeftijdsverdeling te zien van de verkeersdoden in 2020. De meeste verkeersdoden (117; 19%) waren 70’ers, gevolgd door de groep van 80 jaar en ouder (108; 18%). Een andere grote groep zijn de doden onder 20’ers: 93 (15%) mensen overleden in deze leeftijdscategorie. Onder kinderen tot 15 jaar vielen de minste doden (17; 3%).

In 2020 was 74% van de verkeersdoden een man, 26% was vrouw.

Afbeelding 4. Verkeersdoden 2020 in Nederland naar leeftijd. Bron: CBS Statline.
Hoe heeft het aantal verkeersdoden zich ontwikkeld voor verschillende vervoerswijzen, leeftijdsgroepen en geslacht?

In Afbeelding 5 vergelijken we het aantal verkeersdoden in 2020 met het aantal in 2011, naar vervoerswijze, leeftijd en geslacht. De figuur maakt duidelijk dat er de laatste jaren verschuivingen hebben plaatsgevonden: bijvoorbeeld van mannelijke auto-inzittenden van middelbare leeftijd naar oudere mannelijke fietsers. Het aantal verkeersdoden onder mannelijke fietsers van 80 jaar en ouder fluctueert in de periode 2011-2020 tussen de ca. 30 en 50 doden per jaar. In de groep mannen tussen 70 en 80 jaar overleden er in 2020 47 fietsers. Dit aantal is hoger dan de ca. 30-40 verkeersdoden die we de afgelopen jaren in deze groep zagen.

Het aantal doden onder mannelijke auto-inzittenden tussen 15 en 30 jaar vertoont tussen 2011 en 2020 geen duidelijke ontwikkeling in een bepaalde richting. Dat geldt ook voor vrouwelijke auto-inzittenden. Ontwikkelingen zijn vooral zichtbaar bij verkeersdoden onder oudere fietsers. Met name onder 70’ers is het aantal verkeersdoden tussen 2011 en 2020 opvallend toegenomen, zowel onder mannen als vrouwen.

Hoewel het aantal verkeersdoden onder scootmobielberijders in 2020 weer wat lager lag dan de jaren daarvoor, is het aantal doden onder berijders van scootmobielen de laatste jaren toegenomen; het betreft hier vooral 80-plussers (zie ook de SWOV-factsheet Scootmobielen, gehandicaptenvoertuigen en brommobielen). Inmiddels vallen er in deze groep verkeersdeelnemers tussen de ruim 30 en 40 doden per jaar, vergelijkbaar met het aantal doden onder brom- en snorfietsers.

In 2020 was 26% van de verkeersdoden vrouw. Van hen overleed 45% (71 van de 157)  als fietser.

Het totale aantal voetgangers dat overlijdt na een aanrijding met een voertuig is over het geheel genomen gedaald sinds 2011. Vanaf 2014 schommelt het aantal doden tussen de ca. 50 en 60 per jaar, in 2020 was het aantal met 41 verkeersdoden wel weer wat lager.

Afbeelding 5. Verkeersdoden naar vervoerswijze en leeftijd, voor mannen en vrouwen, 2020 vergeleken met 2011. Alle cirkels hebben dezelfde schaal, waarbij het oppervlak evenredig is met het aantal. De categorie brom-/snorfiets bevat ook brommobielen en speed-pedelecs. Bron: CBS, bewerking SWOV.
Hoe is het aantal verkeersdoden verdeeld over de verschillende soorten wegen?

Als we willen weten hoeveel verkeersdoden er vallen op verschillende soorten wegen, zijn we aangewezen op de registratie door de politie die door Rijkswaterstaat in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt verwerkt tot het Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland (BRON). Van de 610 verkeersdoden in 2020 zijn er 515 in BRON geregistreerd, en 95 alleen in de verkeersdodenstatistiek van het CBS. Dat betekent dat we van 16% van de ongevallen in 2020 – het deel dat alleen door het CBS wordt geregistreerd – niet weten waar het ongeval heeft plaatsgevonden. Daarnaast geldt ook voor 3% van de doden die wel in BRON te vinden zijn, dat we niet weten of het ongeval waar ze bij betrokken waren binnen of buiten de bebouwde kom heeft plaatsgevonden (zie Afbeelding 6) en van 2% van de gevallen weten we niet welke snelheidslimiet er gold op de weg waar het ongeval gebeurde (zie Afbeelding 7).

Van de verkeersdoden in de politieregistratie (BRON) is 59% buiten de bebouwde kom gevallen (50% van het totaal aantal doden). De overige 37% (31% van alle doden) viel in ongevallen binnen de bebouwde kom. Dit is afgebeeld in Afbeelding 6.

Afbeelding 6. Verkeersdoden 2020 naar binnen en buiten de bebouwde kom. Bronnen: IenW (BRON), CBS, bewerking SWOV.

 

Afbeelding 7 toont de doden naar snelheidslimiet. Hier is te zien dat op 50km/uur-wegen en op 80km/uur-wegen het grootste aandeel verkeersdoden valt (op beide groepen wegen 23% van het totale aantal doden; dit is 28% van de in BRON geregistreerde doden). Ook op 60km/uur-wegen valt een aanzienlijk deel, namelijk 17% van de verkeersdoden (20% van de doden in BRON). Op wegen met een snelheidslimiet van 100, 120 of 130 km/uur) valt 9% van de doden (11% in BRON). Op 30km/uur-wegen is het aandeel vergelijkbaar (8% in totaal, 9% in BRON).

Van het werkelijke aantal dodelijke ongevallen in 2020 gebeurde 55% op wegvakken en 30% op kruispunten (zie Afbeelding 8; respectievelijk 65% en 35% van de door de politie geregistreerde aantallen in BRON).

Afbeelding 7. Verkeersdoden 2020 naar snelheidslimiet. Bronnen: IenW (BRON), CBS, bewerking SWOV.

 

Afbeelding 8. Verkeersdoden 2020 naar wegvak en kruispunt. Bronnen: IenW (BRON), CBS, bewerking SWOV.

 

Afbeelding 9 toont de verkeersdoden 2020 in ongevallen naar wegbeheerder. Het grootste deel van de verkeersdoden in Nederland valt op gemeentelijke wegen (52% van het totaal, 61% van de geregistreerde aantallen in BRON), gevolgd door provinciale wegen (21% totaal en 25% in BRON) en wegen van het Rijk (10% totaal en 11% in BRON). De minste doden gebeuren op wegen van overige wegbeheerders zoals waterschappen (2% totaal, 3% in BRON). Deze cijfers reflecteren niet alleen de mate van gevaar op deze wegen, maar vooral ook de hoeveelheid wegen en verkeer over deze wegen.

Afbeelding 9. Verkeersdoden 2020 naar wegbeheerder. Bronnen: IenW (BRON) CBS, bewerking SWOV.
Hoe heeft het aantal verkeersdoden zich ontwikkeld voor verschillende soorten wegen?

Er vallen veel meer verkeersdoden op wegvakken dan op kruispunten, behalve op gemeentelijke 50km/uur-wegen. Ten opzichte van het jaar 2011 zijn opvallende verschillen in 2020: 23 minder geregistreerde verkeersdoden op wegvakken van 120km/uur-wegen, 19 doden meer op wegen met een limiet van 100 km/uur, en 14 meer op 130km/uur-wegen (zie Afbeelding 10). Daarnaast vielen er in 2020 minder geregistreerde doden op gemeentelijke 50km/uur-wegen: in totaal 49 minder dan in 2011 op zowel wegvakken als kruispunten. Bij 80km/uur-wegen is vooral het kleiner aantal (20 minder) verkeersdoden op gemeentelijke wegvakken opvallend. Op gemeentelijke 30km/uur- en 60km/uur-wegen is tussen 2011 en 2020 juist een relatief grote toename van geregistreerde doden te zien: 23 meer op 30km/uur-wegen en 35 meer op 60km/uur-wegen.

Afbeelding 10. Door de politie geregistreerde verkeersdoden (BRON) naar snelheidslimiet en wegbeheerder, voor 2011 en 2020 op kruispunten en wegvakken. Alle cirkels hebben dezelfde schaal, waarbij het oppervlak evenredig is met het aantal. Bronnen: IenW,  bewerking SWOV.
Wat is het risico per vervoerswijze om te overlijden in het verkeer?

Het risico om te overlijden in het verkeer (aantal verkeersdoden per afgelegde km) is het hoogst voor gemotoriseerde tweewielers: brom- en snorfietsers en motorrijders (Afbeelding 11). In deze afbeelding zijn tweejaargemiddelden weergegeven, omdat op jaarbasis berekende risico’s door onzekerheden in mobiliteitsgegevens en ongevalsaantallen meer van het toeval afhangen. Tevens is te zien dat het overlijdensrisico voor alle vervoerswijzen in de periode 2010-2019 is afgenomen.

Afbeelding 11. Het overlijdensrisico (slachtoffers per afgelegde afstand) in Nederland voor verschillende vervoerswijzen, gemiddeld over periodes van twee jaar. Bronnen: CBS , IenW, bewerking SWOV.
Hoe heeft het aantal verkeersdoden in Nederland zich sinds 1950 ontwikkeld?

In 1950 waren er circa 1000 verkeersdoden. Dat aantal steeg gestaag tot ruim 3000 in 1972. Vanaf 1973 daalt het jaarlijks aantal verkeersdoden geleidelijk. Afbeelding 12 en Afbeelding 13 tonen het door de politie geregistreerde aantal verkeersdoden tussen 1950 en 1995 en het door het CBS bepaalde aantal verkeersdoden vanaf 1996. In Afbeelding 12 zijn de verkeersdoden ingedeeld naar de vervoerswijze van het slachtoffer, en in Afbeelding 13 zien we het aantal verkeersdoden per leeftijdsgroep.

 

Afbeelding 12. Verkeersdoden (politieregistratie tot 1995; door het CBS bepaald vanaf 1996) in Nederland sinds 1950, naar vervoerswijze. De categorie brom-/snorfiets bevat hier ook brommobielen, scootmobielen en invalidenvoertuigen. Bronnen: CBS, IenW.

 

Afbeelding 13. Verkeersdoden (politieregistratie tot 1995; door het CBS bepaald vanaf 1996) in Nederland sinds 1950, naar leeftijd van het slachtoffer. Bronnen: CBS, IenW.

 

In 1950 waren er vooral veel verkeersdoden onder fietsers en voetgangers. Daarna zette een sterke stijging van het aantal verkeersdoden onder bromfietsers en vooral auto-inzittenden in, en werden deze vervoerswijzen steeds belangrijker voor het totale patroon. Sinds 1973 daalde het aantal verkeers­doden voor vrijwel alle vervoerswijzen. Alleen de ontwikkeling voor motorfietsen en vracht- en bestelverkeer wijken enigszins van dit patroon af; de laatste jaren nam ook het aantal verkeersdoden onder fietsers nog maar weinig af.

Kinderen (0-14) zijn er nog maar nauwelijks onder de verkeersdoden: in 2020 vielen in deze groep 17 doden. Jongeren en vooral kinderen vormden tussen 1950 en 1980 juist een groot aandeel van de verkeersdoden. Tegenwoordig zijn het juist steeds meer ouderen die in het verkeer overlijden.

Wat zijn de maatschappelijke kosten van verkeersdoden?

Ongeveer 11% van de totale kosten van verkeersongevallen is toe te rekenen aan verkeersdoden (zie Afbeelding 14). Ruim een derde van de totale kosten van verkeersongevallen (ongeveer 37%) is toe te rekenen aan ernstig verkeersgewonden. Lichtgewonden (behandeld op spoedeisendehulpafdeling van een ziekenhuis) hebben een aandeel van circa 22% en de overige gewonden van circa 6% in de kosten. Ongeveer een kwart (24%) van de kosten is toe te rekenen aan ongevallen met uitsluitend materiële schade (UMS).

Het totaal aan maatschappelijke kosten van verkeersongevallen wordt geschat op 17 miljard euro in 2018 (€16 tot €19 miljard) [3]. Dit is ruim 2% van het bruto binnenlands product. De kosten per verkeersdode bedragen circa €2,8 miljoen en per ernstig verkeersgewonde circa €300.000. Zie voor meer informatie de SWOV-factsheet Kosten van verkeersongevallen

Afbeelding 14. Aandeel van doden, ernstig/licht/overige gewonden en ongevallen met uitsluitend materiële schade (UMS) in de totale kosten van verkeersongevallen (2018) [3].
Wat is de doelstelling voor het aantal verkeersslachtoffers?

Voor 2020 was de doelstelling maximaal 500 verkeersdoden [4]. Voor de nieuwe periode tot 2030 is voor Nederland(nog) geen doelstelling vastgesteld. De minister streeft naar 0 verkeersslachtoffers in 2050. Bij een gemiddelde jaarlijkse reductie van bijna 11% komen we in 2050 uit op ca. 20 verkeersdoden [5]. In de periode 2000-2010 was de gemiddelde reductie 4% per jaar.

Ook de Europese Unie heeft doelstellingen geformuleerd voor het maximaal aantal doden in 2020[i] en 2030 [6]: een halvering van het aantal doden ten opzichte van het aantal in respectievelijk 2010 en 2020. Als we deze doelstelling zouden toepassen op Nederland alleen, zou dit een maximum aantal van rond de 300-350 verkeersdoden in 2030 betekenen.[ii] Gezien het feit dat 2020 in de meeste landen een afwijkend jaar is geweest vanwege de contactbeperkende maatregelen om het COVID-19-virus een halt toe te roepen, wordt er nog over gesproken of 2020 wel een goed referentiejaar is voor de Europese doelstelling voor 2030.[iii]


[ii] NB: De Europese Unie gebruikt de door de politie gerapporteerde cijfers die de EU-landen zelf aanleveren. De Nederlandse overheid gaat uit van de door CBS vastgestelde werkelijke aantallen.

[iii] CARE Expert Meeting, februari 2021, Brussel

Hoe verhoudt het aantal verkeersdoden in Nederland zich tot dat in andere landen?

Vergeleken met de officiële aantallen verkeersdoden die andere Europese landen rapporteren, stond Nederland met het werkelijk aantal verkeersdoden in 2019 op de 13e plaats in Europa [7]. Daarbij is gecorrigeerd voor de grootte van elk land door niet het aantal slachtoffers, maar de verkeersmortaliteit (verkeersdoden per inwoner) onderling te vergelijken. Als het gaat om de verbetering in verkeersveiligheid gemeten als de daling in het aantal verkeersdoden per land in 2019 ten opzichte van 2010, dan staat Nederland op de (een na laatste) 31e plaats met een stijging van ruim 3%.

De EU verzamelt in haar database CARE de geregistreerde aantallen verkeersdoden van de 27 EU-lidstaten, en daarnaast nog van enkele andere landen zoals Noorwegen en Zwitserland. In CARE wordt geen correctie toegepast voor de onderregistratie van verkeersdoden in BRON. Uitgaande van de verkeersmortaliteit op basis van CARE, staat Nederland in 2020 op de vierde plaats binnen de EU, op basis van de toen bekende gegevens uit 2019 [8] en op de achtste plaats als ook andere Europese landen in de vergelijking worden meegenomen [9]. Deze vergelijkingen leveren een vertekend beeld, omdat daarin de 16% verkeersdoden niet zijn meegerekend die in BRON ontbraken, maar wel door het CBS zijn vastgesteld. De ETSC heeft in 2018 onderzocht of ook andere landen meer dan één bron gebruiken bij het vaststellen van het aantal verkeersdoden [10]. Ongeveer de helft (17 van de 32) bevraagde landen betrekken daarbij ziekenhuisgegevens, doodsoorzakenverklaringen of gegevens over niet-natuurlijk overlijden. De compleetheid van de politieregistratie in de verschillende landen is op dit moment niet bekend.

In de SWOV-factsheet Nederlandse verkeersveiligheid in internationaal perspectief is breder naar de vergelijking van de verkeersveiligheidsprestaties van Nederland in vergelijking met andere landen gekeken.

Publicaties en bronnen

Hieronder vindt u de lijst met referenties die in deze factsheet zijn gebruikt. Op ons kennisportaal vindt u meer literatuur over dit onderwerp.

[1]. European Commission (2016). CARE database CaDaS. Directorate General for Mobility and Transport. European Commission, Brussels.

[2]. CBS (2019). Begrippen. Lijst met begrippen die CBS hanteert in zijn statistieken. CBS. Geraadpleegd 25 oktober 2019 op https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/begrippen?tab=v#id=verkeersdode

[3]. KiM (2019). Mobiliteitsbeeld 2019. Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), Den Haag.

[4]. Ministerie van Verkeer en Waterstaat (2008). Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2008-2020; Van, voor en door iedereen. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, ’s-Gravenhage.

[5]. Weijermars, W., Schagen, I. van & Aarts, L. (2019). Verkeersveiligheidsverkenning 2030. Slachtofferprognoses en beschouwing SPV. R-2018-17. SWOV, Den Haag.

[6]. Raad van de Europese Unie (2017). Conclusies van de Raad over verkeersveiligheid ter bekrachtiging van de verklaring van Valletta van maart 2017. Resultaat bespreking van het Secretariaat-Generaal van de Raad. 9994/17 / TRANS 252 / 8666/1/17 REV 1 TRANS 158. Raad van de Europese Unie, Brussel.

[7]. Carson, J., Adminaité-Fodor, D.& Jost, G. (2020). Ranking EU progress on road safety; 14th Road Safety Performance Index Report. European Transport Safety Council ETSC, Brussels.

[8]. Decae, R. & Hermens, F. (2020). Road safety targets. Monitoring report. Reporting period 2010-2019. European Commission, Mobility and transport, Brussels.

[9]. EC (2020). Road Safety: Key figures 2020. European Commission, Mobility and transport. European Commission, Mobility and transport, Brussels.

[10]. Adminaite, D., Jost, G., Stipdonk, H.L. & Ward, H. (2018). An overview of road death data collection in the EU. PIN Flash Report 35. European Transport Safety Council ETSC, Brussels.

Print this page

Geactualiseerd

14 apr 2021