Factsheet

Drugs- en geneesmiddelengebruik in het verkeer

Samenvatting

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 4% van de automobilisten in Europa met drugs en/of genees­middelen in zijn lichaam aan het verkeer deelneemt. In Nederland lag dit aandeel met 3,4% lager, waarbij circa 2,8% van de autobestuurders sporen van drugs en 0,6% sporen van geneesmiddelen in het lichaam had. Het middelengebruik is het hoogst onder jonge mannelijke automobilisten. Het blijkt dat alcohol en cannabis (hasj en wiet) verreweg het meest in het Nederlandse verkeer voorkomen, gevolgd door cocaïne en benzodiazepines (slaap- en kalmeringsmiddelen).

Hoeveel slachtoffers er precies door drugsgebruik in het verkeer vallen is onbekend. Uit een zieken­huis­studie bleek dat ongeveer 10% van de ernstig gewonde autobestuurders positief was voor drugs.

Voor het politietoezicht op drugsgebruik in het verkeer is het goed wanneer er wettelijke grens­waarden voor drugsgebruik in het verkeer zijn. Dergelijke limieten zullen per 1 juli 2016 in Nederland ingevoerd worden. De nieuwe limieten voor elke drug afzonderlijk gaan uit van de relatie met het gedrag, dat wil zeggen aantasting van de rijvaardigheid. Voor ‘combinatiegebruik’ gaat de nieuwe wetgeving uit van nullimieten. Omdat het gebruik van alcohol tot meer verkeersslachtoffers leidt, is het belangrijk dat de handhaving op drugs in het verkeer niet ten koste gaat van die op alcohol.

Feiten

Hoe gevaarlijk zijn drugs en geneesmiddelen in het verkeer?

Drugsgebruik leidt tot hogere risico’s in het verkeer. Met name het gebruik van drugs-drugs- en drugs-alcoholcombinaties leidt tot hogere risico’s. Daarnaast verhoogt het ‘enkel’ gebruik van amfetamines de kans op ernstig of dodelijk letsel in een ongeval ongeveer 5 tot 30 keer, levert cocaïne een 2 tot 10 keer zo hoge kans op ernstig of dodelijk letsel op en het gebruik van cannabis en illegale opiaten ongeveer 1 tot 3 keer [1]. Dit zijn allemaal ‘relatieve risicocijfers’ (zie afbeelding) ten opzichte van het risico op ernstig of dodelijk letsel zónder gebruik van drugs of alcohol.

Hoeveel slachtoffers vallen er door drugsgebruik in het verkeer?

Hoeveel slachtoffers er precies door drugsgebruik in het verkeer vallen is onbekend.

Naar schatting heeft ongeveer 1 op de 10 ernstig gewonde automobilisten drugs in het lichaam. Bij ongeveer de helft hiervan is er ook sprake van alcoholgebruik. Deze cijfers komen uit het DRUID-onderzoek en dateren uit de periode 2007-2009 [2]. In dat onderzoek is er in drie Nederlandse ziekenhuizen bloed afgenomen van ernstig gewonde automobilisten om te kijken in hoeverre men alcohol, geneesmiddelen of drugs had gebruikt. Recentere gegevens zijn niet beschikbaar.

Onderstaande figuur geeft de aandelen ernstig gewonde automobilisten die (positief) zijn getest op middelengebruik (bovenste helft afbeelding; cijfers 2007-2009, Nederland).

Het onderste deel van de afbeelding geeft antwoord op de volgende vraag, namelijk hoeveel bestuurders er in het verkeer onder invloed van drugs en geneesmiddelen rijden.

Hoeveel bestuurders rijden onder invloed van drugs en geneesmiddelen?

Bij ongeveer 4% van de automobilisten in Europa zijn drugs en/of geneesmiddelen in het lichaam aangetroffen [3]. In Nederland lag dit aandeel met 3,4% lager, waarbij circa 2,8% van de autobestuurders sporen van drugs en 0,6% sporen van afzonderlijke geneesmiddelen in het lichaam had. Dit is te zien in de onderste helft van deze afbeelding (periode 2007-2009; [3]).

Bij de genoemde 3,4% automobilisten met drugs en/of geneesmiddelen in het lichaam is echter nog niet het gebruik gerekend van de partydrug GHB en van SSRI’s (geneesmiddelen die vooral als antidepressivum worden gebruikt). Van beide middelen is ten tijde van het DRUID-project niet gemeten hoe vaak zij in het verkeer worden aangetroffen. Naar schatting rijdt in totaal ongeveer 1,2% van alle automobilisten met rijgevaarlijke geneesmiddelen in het Nederlandse verkeer [4].

De preciezere cijfers achter de getoonde cirkeldiagrammen staan in onderstaande tabel: de aandelen afzonderlijke psychoactieve stoffen en het 95%-betrouwbaarheidsinterval daarbij [2] [3].

Het drugsgebruik is het hoogste onder jonge mannelijke automobilisten (18-24 jaar). In totaal was 8,1% van hen positief voor het gebruik van een of meer drugs [3]. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat sporen van drugs ook gevonden kunnen worden als iemand al langer geleden drugs heeft gebruikt, en dit niet per se betekent dat iemand ook daadwerkelijk onder invloed van drugs aan het verkeer deelneemt. Het blijkt dat alcohol en cannabis verreweg het meest in het verkeer voorkomen, gevolgd door cocaïne en benzodiazepines (slaap- en kalmeringsmiddelen, angstremmers).

Wat is het effect van drugs- en geneesmiddelen op de rijvaardigheid?

Uit rijsimulatoronderzoek blijkt dat het effect van drugs en geneesmiddelen op de rijvaardigheid verschilt per type drug en zelfs binnen één type drug zijn er verschillen in de effecten [5] [6]. De tabel vat de mogelijke werking van verschillende drugstypen samen.

Van cannabis worden gebruikers 'high' of 'stoned' waardoor ze complexe rijtaken, waarbij de aandacht over verscheidene taken verdeeld moet worden, slechter kunnen uitvoeren. Cannabisgebruikers lijken zich echter bewust van de verminderde vaardig­heden en proberen hiervoor te corrigeren. Hierdoor kunnen de negatieve effecten geringer zijn dan verwacht. In combinatie met alcohol leidt cannabisgebruik echter weer tot een extra verslechtering van prestaties, doordat de negatieve effecten van beide stoffen elkaar versterken [7] [8].

Stimulerende drugs kunnen ertoe leiden dat men overmoedig wordt terwijl de controle over het voertuig juist minder wordt [6] [9].

Ook geneesmiddelen kunnen de rijvaardigheid beïnvloeden. Het gebruik in Nederland ligt onder het Europese gemiddelde. Waarschijnlijk komt dit doordat in Nederland een strikt beleid heerst voor het voorschrijven van medicijnen [4]. In Nederland gaat het voornamelijk om benzodiazepines (slaap- en kalmeringsmiddelen, angstremmers) en SSRI’s (antidepressiva). Door de versuffende werking van deze middelen op de hersenen neemt de rijvaardigheid af [4]. Aangezien de negatieve effecten van benzodiazepines in combinatie met alcohol extra sterk zijn, wordt het gebruik van deze combinatie ontraden (zie bijvoorbeeld [7] en [9]).

Welke maatregelen zijn mogelijk en wat is het effect?

De huidige maatregelen tegen rijden onder invloed zijn vooral gericht op alcoholgebruik en nauwelijks op drugs- en geneesmiddelengebruik. Toch zijn er maatregelen mogelijk die het gebruik van rijgevaarlijke geneesmiddelen en drugs in het verkeer kunnen terugdringen, namelijk:

  • Invoering van limieten en handhaving van deze limieten
  • Vergroting kennis en risicobewustzijn drugsgebruik in het verkeer
  • Verstrekking informatie over rijgevaarlijke geneesmiddelen

Over de precieze effecten van bovengenoemde maatregelen is nog niets bekend. Dit komt met name doordat er nog te weinig gegevens beschikbaar zijn om deze maatregelen te evalueren. Wanneer het gebruik van psychoactieve stoffen onder bijvoorbeeld automobilisten in het verkeer en onder ernstig gewonde verkeersdeelnemers in ziekenhuizen zou worden gemonitord, is het in de toekomst beter mogelijk om toch de effecten van maatregelen tegen drugsgebruik in het verkeer te meten.

Invoering van limieten en handhaving van deze limieten

Per 1 juli 2016 worden in Nederland wettelijke limieten voor drugsgebruik in het verkeer ingevoerd. De nieuwe wetgeving gaat uit van gedragsgerelateerde limieten voor gebruik van afzonderlijke drugs (enkelvoudig gebruik) en nullimieten voor combinatiegebruik. Gedragsgerelateerde limieten zijn grenswaarden van psychoactieve stoffen waarboven de rijvaardigheid wordt aangetast. In Nederland zijn de grenswaarden zodanig opgesteld dat de aantasting van de rijvaardigheid vergelijkbaar is met die bij het gebruik van alcohol boven de 0,5 g/l [10].

Bij handhaving van de wettelijke limieten voor drugsgebruik in het verkeer is het vanuit verkeersveiligheidsoogpunt verstandig om zich met name te richten op de groepen met het hoogste risico, zoals de multidrugsgebruikers en de jonge mannelijke bestuurders.

Er zijn geen evaluaties bekend van het effect van drugswetgeving en -handhaving op de verkeersveiligheid. De verwachting is dat wetgeving en handhaving op het gebied van drugs in het verkeer, zowel een specifiek effect, als een generaal preventief effect zullen hebben. Het is echter belangrijk om te blijven beseffen dat er veel minder verkeersslachtoffers vallen als gevolg van drugs- en geneesmiddelengebruik dan als gevolg van alcoholgebruik. Wanneer de handhaving op drugs in het verkeer ten koste zou gaan van handhaving op alcohol in het verkeer, zou dit dus een negatief effect hebben op de verkeersveiligheid [11].

De meeste drugs kunnen opgespoord worden met behulp van speekseltesters. Deze testers zijn echter niet in staat om alle soorten drugs op te sporen. De detectie van GHB is bijvoorbeeld om technische redenen niet mogelijk. Daarnaast neemt een speekseltest veel tijd in beslag en is het erg duur om deze zomaar bij iedere willekeurige automobilist te gebruiken. Daarom zal een voorselectie, bijvoorbeeld op basis van uiterlijke kenmerken en gedragingen waarschijnlijk nodig zijn vanuit het oogpunt van kosteneffectiviteit.

Vergroting kennis en risicobewustzijn van drugsgebruik in het verkeer

Om de effecten van wetgeving en handhaving te versterken en te bestendigen is het goed om gebruikers zich meer bewust te laten worden van de risico’s die aan het gebruik van drugs in het verkeer kleven. Preventieprogramma’s kunnen een rol spelen bij het versterken van de sociale norm dat rijden onder invloed niet acceptabel is [12] [13]. Daarnaast moet het afschrikkende effect van wetgeving vergroot worden door publiciteit te verbinden aan de invoering van de wet, zodat verkeersdeelnemers op de hoogte zijn van de wetgeving omtrent rijden onder invloed van drugs.

Verstrekking informatie over rijgevaarlijke geneesmiddelen

Maatregelen tegen de negatieve effecten van geneesmiddelen in het verkeer richten zich met name op informatievoorziening. Door verschillende vormen van communicatie kunnen bestuurders gewaarschuwd worden voor het potentiële risico van het gebruik van geneesmiddelen in het verkeer, zoals waarschuwingsstickers op de verpakkingen van geneesmiddelen, informatie in bijsluiters, folders en voorlichtingscampagnes in de media. Ook landelijke campagnes van de overheid zoals ‘Rij veilig met medicijnen’ hebben als doel om gebruikers van rijgevaarlijke geneesmiddelen bewust te maken van de risico's van deelname aan het verkeer. Deze campagnes gaan met enige regelmaat van start.

Een andere vorm is voorlichting door artsen en apothekers aan individuele patiënten. Tijdens een consult zou de arts de patiënt stapsgewijs moeten informeren over de risico’s en bijwerkingen van de voorgeschreven geneesmiddelen en over eventuele alternatieven. Daarnaast moet de arts alle informatie vastleggen die relevant is om te bepalen of iemand rijgeschikt is [14].

Voor beide vormen van voorlichting is het belangrijk dat de geneesmiddelen op een uniforme wijze geclassificeerd zijn volgens hun potentiële effect op de rijvaardigheid. Een dergelijk uniform classificatiesysteem is uitgewerkt binnen DRUID [15]. Dit vernieuwde classificatiesysteem wordt echter nog niet toegepast.

Publicaties en bronnen
  1. Hels, T., Bernhoft, I.M., Lyckegaard, A., Houwing, S., et al. (2011). Risk of injury by driving with alcohol and other drugs. Deliverable 2.3.5 of DRUID, Driving under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines. European Commission, Brussels.
  2. Isalberti, C., Linden, T. van der, Legrand, S.-A., Verstraete, A., et al. (2011). Prevalence of alcohol and other psychoactive substances in injured and killed drivers. Deliverable 2.2.5 of DRUID, Driving under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines. European Commission, Brussels.
  3. Houwing, S., Hagenzieker, M., Mathijssen, R., Bernhoft, I.M., et al. (2011). Prevalence of alcohol and other psychoactive substances in drivers in general traffic. Part 1: General results; Part 2: Country reports. Deliverable 2.2.3 of DRUID, Driving Under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines. European Commission, Brussels.
  4. Houwing, S. & Hagenzieker, M.P. (2013). Geneesmiddelen en drugs in het Nederlandse verkeer: Resultaten van het Europese onderzoeksproject DRUID die relevant zijn voor het Nederlandse verkeersveiligheidsbeleid. D-2013-3. Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV, Leidschendam.
  5. Berghaus, G., Ramaekers, J.G. & Drummer, O.H. (2007). Demands on scientific studies in different fields of forensic medicine and forensic sciences: Traffic medicine-impaired driver: Alcohol, drugs, diseases. In: Forensic Science International, vol. 165, p. 233-237.
  6. Ramaekers, J.G. (2011). Effects of stimulant drugs on actual and simulated driving. Deliverable 1.2.1 of DRUID, Driving Under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines. European Commission, Brussels.
  7. Steyvers, F.J.J.M. & Brookhuis, K.A. (1996). Effecten van lichaamsvreemde stoffen op het rijgedrag: een literatuuroverzicht. Rijksuniversiteit Groningen RUG, Verkeerskundig Studiecentrum VSC, Haren.
  8. Bosker, W.M., Theunissen, E.L., Conen, S., Kuypers, K.P.C., et al. (2012). A placebo-controlled study to assess Standardized Field Sobriety Tests performance during alcohol and cannabis intoxication in heavy cannabis users and accuracy of point of collection testing devices for detecting THC in oral fluid. In: Psychopharmacology, vol. 223, nr. 4, p. 439-446.
  9. Shinar, D. (2006). Drug effects and their significance for traffic safety. In: Drugs and traffic: a symposium, 20-21 June  2005, Woods Hole, Massachusetts. National Research Council NRC, Transportation Research Board TRB, Washington D.C.
  10. Staatscourant (2011). Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs. In: Staatscourant, september 2011, nr. 16916.
  11. Veisten, K., Houwing, S., Mathijssen, R. & Akhtar, J. (2011). Cost-benefit analysis of drug driving enforcement by the police. Deliverable 3.3.1 of DRUID, Driving under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines. European Commission, Brussels.
  12. Holmes, E., Vanlaar, W. & Robertson, R. (2014). The problem of youth drugged driving and approaches to prevention: A systematic literature review. Canadian Centre on Substance Abuse, Ottawa.
  13. Heissing, M., Holte, H., Schulze, H., Baumann, E. & Klimmt, C. (2011). DRUID outcomes and risk communication to young drivers. Deliverable 7.4.3 of DRUID, Driving Under the Influence of Drugs Alcohol and Medicines. European Commission, Brussels.
  14. Monteiro, S.P. (2014). Driving-impairing medicines and traffic safety; patients’ perspectives. PhD thesis, Groningen University, Groningen.
  15. Gier, J.J. de, Heissing, M., Alvarez, J. & Tant, M. (2009). Recommendations for improving medical guidelines for assessing fitness to drive in patients who use psychotropic medicines. Deliverable 7.2.1 of DRUID, Driving Under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines. European Commission, Brussels.
1.623x gelezen
Printvriendelijke versieSend by email

Geactualiseerd

01 jul 2015