Fact

Snelheid - Wat is het effect van snelheid op de verkeersveiligheid?

In zijn algemeenheid geldt dat, bij gelijkblijvende omstandigheden, een snelheidsverhoging gepaard gaat met meer slachtoffers; een snelheidsverlaging met minder slachtoffers (Nilsson, 1982; Aarts & Van Schagen, 2006; Elvik, 2009, Elvik, 2013). Een snelheidsverlaging of -verhoging heeft het grootste effect op het aantal verkeersdoden. Op het aantal ernstig verkeersgewonden is het effect van eenzelfde verandering iets geringer, en op het aantal lichtgewonden nog weer iets minder.

Het effect van een verhoging (of verlaging) van de rijsnelheid op een weg is in de jaren tachtig op basis van kinetische wetten in een formule uitgedrukt (Nilsson, 1982):

Hiermee is er een relatie gelegd tussen het aantal letselongevallen en de gemiddelde snelheid voor en na de snelheidsverandering. In woorden: de verhouding tussen het aantal letselongevallen voor en na een snelheidsverandering is gelijk aan de verhouding tussen de gemiddelde snelheid voor en na die verandering in het kwadraat. Als we niet naar het effect op alle letselongevallen kijken, maar op het aantal ongevallen met ernstig letsel, moeten we de snelheidsverhouding verheffen tot de macht 3 in plaats van 2 (het kwadraat). Voor de relatie met het aantal dodelijke ongevallen is de macht zelfs 4. Deze formule van Nilsson betekent dat een snelheidsverhoging van bijvoorbeeld 10% (bij benadering en gemiddeld genomen) zal leiden tot 20% meer letselongevallen, tot 30% meer ongevallen met ernstig verkeersgewonden en tot 40% meer dodelijke verkeersongevallen.    

De genoemde formules van Nilsson – met als exponenten 2, 3 en 4 – zijn zoals gezegd gebaseerd op de theorie: kinetische wetmatigheden. In de loop der jaren is echter een groot aantal empirische studies naar snelheid en ongevallen gedaan. Op basis daarvan heeft Elvik (2009) de exponenten – dat wil zeggen de macht waartoe de snelheidsverhouding in de formule wordt verheven – nader gespecificeerd. Tabel 1 geeft de resultaten: zowel de beste schatting als de range waartussen de waarde zich met 95% zekerheid bevindt.

Voorbeeld: als we een indicatie willen hebben van het effect van een snelheidsverandering op het aantal verkeersdoden buiten de bebouwde kom, dan gebruiken we de formule:

Dit resulteert in een ‘beste schatting’. Om te weten waartussen het effect zich met 95% zekerheid bevindt, passen we deze formule twee keer toe, namelijk met de exponenten die in de tabel tussen haakjes staan – in dit voorbeeld dus 4,0 en 5,2.

Tabel 1. De exponenten in de formules voor de relatie tussen snelheid en ongevallen/slachtoffers met verschillende letselernst (Elvik, 2009).

Afbeeldingen

Factsheet

Deze fact hoort bij:

Geactualiseerd

21 nov 2016

Thema's

Deze factsheet gebruiken?