Fact

DVwegverkeer - Wat houdt het organisatieprincipe ‘Verantwoordelijkheid’ in?

Het organisatieprincipe ‘Verantwoordelijkheid’ houdt in dat verantwoordelijkheden voor een verkeersveilig systeem zodanig zijn vastgelegd, dat deze voor iedere verkeersdeelnemer een maximaal verkeersveiligheidsresultaat garanderen en optimaal aansluiten bij de natuurlijke rollen en beweegredenen van partijen. Er is een onderscheid tussen systeem- of eindverantwoordelijkheid en operationele verantwoordelijkheid. Hieronder lichten we deze verschillende soorten verantwoordelijkheden toe.

Systeem- of eindverantwoordelijkheid: de centrale overheid is eindverantwoordelijk voor de verkeersveiligheid (zie bijvoorbeeld [27] [28] [29] [30] [31] en [32]). Zij ziet erop toe dat economische doelen voor de korte termijn de maatschappelijke doelen voor de langere termijn, zoals verkeersveiligheid, niet in de weg staan.[i] Zij stelt hiertoe doelen (bijvoorbeeld een maximaal aantal doden en ernstig verkeersgewonden), aangevuld met tussendoelen (uitgedrukt in risicofactoren of SPI’s; zie Afbeelding 3) en randvoorwaarden (bijvoorbeeld financiële middelen en ‘spelregels’). Deze tussendoelen zijn de basis voor afspraken met direct betrokken actoren en voor integrale beleidsafwegingen (zie bijvoorbeeld hoe men dit in Zweden aanpakt: [34] en [35]).

Daarnaast levert de overheid ook de juiste uitvoeringscondities (bijvoorbeeld via afspraken en voorlichting over gewenst gedrag, uitkomsten en consequenties van beleids- en consumentenkeuzen), stelt wet- en regelgeving over het na te streven maatschappelijke resultaat en zorgt voor (financiële) prikkels om het gewenste gedrag van actoren te stimuleren. Bij dit alles wordt rekening gehouden met ‘de menselijke maat’ [36] [37], maar ook met utiliteit (het maatschappelijke nut) en proportionaliteit (afweging van kosten en baten van maatregelen). Ten slotte controleert de overheid de resultaten en stelt zij op basis hiervan de (tussen)doelen en eventueel ook de randvoorwaarden bij (conform de beleidscyclus, zie [38]).

 

Afbeelding 3. Samenhang tussen ongevallen, risicofactoren (SPI’s) en maatregelen, en de verbindende activiteiten die nodig zijn om bij te dragen aan een duurzaam veilig verkeersysteem: doelen stellen, maatregelen nemen en monitoren (zie ook het principe van Leren en innoveren).

 

Operationele verantwoordelijkheid: planologen, wegbeheerders, handhavers, wetgevers, voorlichters en soortgelijke verkeersprofessionals hebben de operationele verantwoordelijkheid om een duurzaam veilig verkeerssysteem daadwerkelijk te realiseren (zie ook [29] en [30]. Bijvoorbeeld:

  • Planologen zorgen dat buurten zo worden ontwikkeld, dat er een veilig hiërarchisch georganiseerd wegennet ontstaat (zie principe van Functionaliteit).
  • Wegbeheerders zorgen dat wegen veilig zijn ingericht en onderhouden, afgestemd op hun functie (zie principe van (Bio)mechanica en Psychologica zie ook de SWOV-factsheet Principes voor veilig wegontwerp).
  • Wetgevers stellen eerlijke, veilige en geloofwaardige wetgeving op en handhavers zorgen voor een eerlijke en effectieve naleving van regels (zie het principe van Psychologica; zie ook de SWOV-factsheets Politietoezicht in het verkeer en en Snelheid en snelheidsmanagement).
  • Opleiders en voorlichters zorgen dat verkeersdeelnemers optimaal zijn toegerust en hebben kunnen oefenen in een veilige leeromgeving (zie principe van Psychologica; zie de SWOV-factsheets Voorlichting en Verkeerseducatie).
  • Beleidsmakers stimuleren en zien erop toe dat er geen producten op de markt komen of gebruikt worden die bijdragen aan onveiligheid op de weg.
  • De markt – waaronder de voertuigindustrie – ontwikkelt producten voor verkeersdeelnemers die maximale bescherming bieden aan gebruikers en hun omgeving en hen ondersteunen in veilige gedragskeuzen. De markt zet strategieën in om de veiligste producten maximaal aantrekkelijk te maken voor consumenten en werknemers.
  • Aanbieders van vrijetijdsbesteding (verenigingen, clubs, bars en dergelijke) dragen bij aan veilige condities waaronder hun leden of klanten aan het verkeer deelnemen. Zij stimuleren bijvoorbeeld dat er niet te veel alcohol wordt gedronken door verkeersdeelnemers (zie de SWOV-factsheet Rijden onder invloed van alcohol) en bieden een aantrekkelijk assortiment van alcoholvrije alternatieven. Zij attenderen op verkeersregels en stimuleren de aandacht voor veilig verkeersgedrag.
  • Werkgevers en productaanbieders bieden veilige verkeersomstandigheden door productiviteit niet boven verkeersveiligheid te stellen (chauffeurs krijgen bijvoorbeeld genoeg tijd om producten te vervoeren en worden niet in verleiding gebracht om te telefoneren tijdens het rijden) en voldoende veilige werkomstandigheden te bieden.
  • Maatschappelijke organisaties toetsen of de verkeersveiligheidsbelangen van hun achterban voldoende gediend worden en ontplooien zo nodig initiatieven die tot verbeteringen leiden (zie bijvoorbeeld [39] en [40]).

Als de operationele verantwoordelijkheden nog niet optimaal vastgelegd zijn of als er conflicten met andere belangen zijn, heeft de bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers prioriteit. De overheid heeft de verantwoordelijkheid dat met name voor deze groep het verkeerssysteem vergevingsgezind is (zie ook Aarts & Dijkstra [6], Hoofdstuk 6, voor een verdere beschouwing van dit principe).


[i] Het duurzaamheidsbeginsel uit het Brundtland-rapport [33] .

Afbeeldingen