Fact

DVwegverkeer - Wat houdt het ontwerpprincipe 'Psychologica' in?

Het ontwerpprincipe Psychologica houdt in dat de inrichting van het verkeerssysteem is afgestemd op de gangbare competenties en verwachtingen van vooral oudere verkeersdeelnemers. Dit betekent dat ook voor hen de informatie vanuit het verkeerssysteem waarneembaar, begrijpelijk (‘self-explaining’), geloofwaardig, relevant en uitvoerbaar is. Verkeersdeelnemers zijn bovendien taakbekwaam en in staat om hun gedrag goed af te stemmen op de taakeisen van veilige verkeersdeelname in de betreffende omstandigheden. Dit geldt zowel voor bestuurders van motorvoertuigen (rijvaardig en rijgeschikt) als voor niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers (verkeersvaardig en verkeersgeschikt). Het principe Psychologica is als volgt uitgewerkt:

Eerst het systeem aanpassen aan de mens…

Informatie vanuit het verkeerssysteem wordt overgebracht via de weginrichting, wegomgeving, verkeersborden via het voertuig en via de technologie die in deze onderdelen verwerkt is (zie bijvoorbeeld [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] en [22]). Het gaat daarbij om zowel expliciete als impliciete informatie. Deze informatie moet goed verwerkt kunnen worden door met name oudere verkeersdeelnemers, die doorgaans te maken hebben met afnemende competenties door ziekten en gebreken (zie de SWOV-factsheet Ouderen in het verkeer). Door afstemming op hun competenties wordt het verkeer in principe voor (vrijwel) alle mensen veiliger (zie ook [23] en [24]). Bijvoorbeeld: zowel met snelheidsborden, als met een geloofwaardige weginrichting en snelheidsaanduiding in de auto duidelijk maken wat de maximumsnelheid op een weg is.

… daarna de mens aanpassen aan het systeem

De afstemming van verkeersgedrag op de taakeisen van veilige verkeersdeelname (zie Afbeelding 2) geldt vooral bij verkeersgedrag op strategisch niveau (verplaatsings-, vervoermiddel- en routekeuzen) en op tactisch niveau (manoeuvres; zie [25] en [26]). Hiertoe zijn verkeersdeelnemers adequaat opgeleid, voorgelicht en getraind. Verkeersdeelnemers bij wie de taakbekwaamheid nog in ontwikkeling is – bijvoorbeeld kinderen en jongeren – of mensen die (tijdelijk) niet meer vaardig zijn, nemen deel aan het verkeer onder begeleiding van deskundige volwassenen of onder condities die minder van de verkeersdeelnemers vergen (‘getrapte toelating’; zie ook de Factsheets Verkeerseducatie en 18- tot en met 24-jarigen: Jonge automobilisten). Bestuurders van motorvoertuigen zijn taakbekwaam (zowel rijvaardig als rijgeschikt), en niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers zoals fietsers en voetgangers zijn dat ook (verkeersvaardig en verkeersgeschikt). De taakbekwaamheidseisen zijn wel hoger naarmate het voertuig, bijvoorbeeld door zijn massa of snelheid, een groter gevaar vormt voor anderen. Bijvoorbeeld: om een vrachtwagen of een touringcar te besturen, is een ander rijbewijs nodig dan om een personenauto te besturen.

Afbeelding 2. Schematische weergave van de processen en factoren die een rol spelen bij de taakbekwaamheid van de verkeersdeelnemer (naar [26]).

 

Algemeen uitgangspunt: idealiter is veilig gedrag zo min mogelijk afhankelijk van de individuele keuzen van verkeersdeelnemers. Daarom worden verkeersdeelnemers ondersteund bij het maken van veilige gedragskeuzen (bijvoorbeeld door intelligente snelheidsassistentie – ISA) of door ze (tijdelijk) uit het verkeer te weren indien ze onvoldoende bekwaam blijken te zijn (bijvoorbeeld door middel van een alcoholslot of andere slimme hulpmiddelen). Zolang het verkeerssysteem veilige gedragskeuzen – met name veilige snelheden – nog onvoldoende ondersteunt, zorgen adequate regelgeving, voldoende controle, opsporing, sancties en informatie hierover voor ontmoediging van bewust onveilige handelingen.

Zie Aarts & Dijkstra [6], Hoofdstuk 5 voor meer informatie over het principe Psychologica.

 

Afbeeldingen