Fact

Afleiding - Hoe gevaarlijk is het als automobilisten zijn afgeleid in het verkeer?

Veel van afleidende activiteiten lijken de kans om betrokken te raken bij een ongeval te vergroten. Amerikaanse Naturalistic Driving onderzoeken laten zien dat activiteiten die voor visuele afleiding zorgen het meest gevaarlijk zijn, bijvoorbeeld intoetsen van een telefoonnummer, lezen of schrijven, typen of lezen van tekstberichten, maar ook reiken naar objecten en langdurig kijken naar objecten buiten de auto [13] [18]. In Tabel 2 staan de risico’s (de zogenaamde ‘odds ratio’s’) en het aandeel tijd dat automobilisten bezig zijn (‘prevalenties’) met allerlei afleidende activiteiten die Amerikaanse automobilisten uitvoerden in het ND-onderzoek van Dingus et al. [13]. Bijzonder aan deze studie is dat het ongevalsrisico berekend is op basis van daadwerkelijke ongevallen. Dit in tegenstelling tot de eerdere ND-studies, waarin behalve ongevallen ook bijna-ongevallen zijn meegenomen. Het gebruik van bijna-ongevallen kan echter mogelijk tot vertekening van de resultaten leiden (voor meer informatie zie [7]).

Een odds ratio hoger dan 1 betekent dat een activiteit meer risico met zich meebrengt dan 'gewoon' autorijden, terwijl een odds ratio lager dan 1 juist op een lager risico duidt. Een odds ratio van 1,4 bij de activiteit ‘praten met passagiers’ in Tabel 2 betekent dat de kans op een ongeval 1,4 keer zo groot is als wanneer men niet praat met passagiers. De odds ratio is een schatting. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval dat achter de odds ratio staat, geeft aan dat het in ieder geval voor 95% zeker is dat de odds ratio van het praten met passagiers groter is dan 1,1 (het eerste getal) en kleiner dan 1,8 (het tweede getal). Een prevalentie van 14,58% bij dezelfde activiteit betekent dat automobilisten gemiddeld 14,58% van de rijtijd met passagiers praten.

Activiteit (niet telefoongerelateerd)

Odds Ratio

(95%-betrouwbaarheidsinterval)

Prevalentie

Reageren op kinderen op de achterbank

0,5 (0,1 – 1,9)

0,80%

Praten met passagiers

1,4 (1,1 – 1,8)

14,58%

Eten onder het rijden

1,8 (1,1 – 2,9)

1,90%

Drinken onder het rijden

1,8 (1,0 – 3,3)

1,22%

‘Dansen en swingen’ op je stoel

1,0 (0,4 – 2,3)

1,10%

Opmaken/persoonlijke hygiëne

1,4 (0,8 – 2,5)

1,69%

Lezen en schrijven (ook op tablet, m.u.v. telefoon)

9,9 (3,6 – 26,9)

0,09%

Langdurig kijken naar objecten buiten de auto

7,1 (4,8 – 10,4)

0,93%

Naar objecten reiken (bijvoorbeeld in het dashboardkastje)

9,1 (6,5 – 12,6)

1,08%

Handeling met een handheld telefoon
(niet gedefinieerd of het een smartphone betrof):

 

 

Browsen op de telefoon (bijvoorbeeld een contactpersoon opzoeken, zoeken op internet)

2,7 (1,5 – 5,1)

0,73%

Telefoonnummer intoetsen

12,2 (5,6 – 26,4)

0,14%

Reiken naar de telefoon

4,8 (2,7 – 8,4)

0,58%

Tekstberichten maken, versturen en lezen (’whatsappen’)

6,1 (4,5 – 8,2)

1,91%

Gesprek voeren over de telefoon

2,2 (1,6 -3,1)

3,24%

Alle handelingen met de telefoon samen

3,6 (2,9 – 4,5)

6,40%

Tabel 2. De odds ratio’s en prevalenties van enkele nevenactiviteiten van automobilisten [13].

Afbeeldingen