Factsheet

Verkeersongevallen

Samenvatting

Hieronder vind U data over geregistreerde verkeersongevallen. Deze gegevens zijn afkomstig uit BRON: Bestand geregistreerde ongevallen in Nederland.

Feiten

BRON: Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland

Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland, BRON

Een verkeersongeval is een 'gebeurtenis op de openbare weg, die verband houdt met verkeer en waardoor er schade ontstaat aan objecten of letsel bij personen en waarbij ten minste één rijdend voertuig betrokken is'. In de verkeersongevallenregistratie BRON (BestandgeRegistreerde Ongevallen in Nederland) worden alle verkeersongevallen in Nederland verwerkt die door de politie zijn vastgelegd in processen-verbaal of registratiesets. Het bestand wordt samengesteld door de Dienst Verkeer en Scheepvaart (DVS) van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

BRON bevat een groot aantal kenmerken van het ongeval en de daarbij betrokken bestuurders en slachtoffers. De locatie van het ongeval is gekoppeld aan het Nationaal Wegenbestand (NWB). Voertuiginformatie is toegevoegd op basis van het kenteken.

Gegevens zijn beschikbaar vanaf 1976. Voor dodelijke ongevallen is het bestand voor ongeveer 90% compleet. Voor lichtere ongevallen is het bestand minder compleet. Door vergelijking of koppeling met andere bestanden wordt de werkelijke omvang van het aantal slachtoffers geschat.

Het blijkt dat de politie de ernst van een ongeval niet altijd goed kan inschatten. Daarom wordt het BRON-bestand door SWOV verrijkt met informatie uit de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ), voorheen Landelijke Medische Registratie (LMR). Hierdoor is betere informatie beschikbaar over de werkelijke ernst van letsels bij verkeersongevallen.

Toepassing in verkeersveiligheidsonderzoek

De verkeersongevallenregistratie biedt de belangrijkste informatie voor verkeersveiligheidsanalyses. Aard en omvang van de verkeersveiligheidsproblematiek worden meestal eerst op basis van het BRON-bestand vastgesteld. Het wordt gebruikt voor het opsporen van gevaarlijke situaties, het evalueren van maatregelen, voor verkeersveiligheidsanalyses en wetenschappelijk onderzoek. Zowel absolute aantallen als relatieve maten (risico) zijn hierbij belangrijk.

Uit onderzoek is gebleken dat iemand die volgens de politie (en dus volgens BRON) een ziekenhuisgewonde is, geen ernstig gewonde hoeft te zijn. Het aantal ziekenhuisgewonden is dus geen goede maat voor het aantal ernstig gewonden. Door BRON te vergelijken met de ziekenhuisgegevens uit de LBZ is het wél mogelijk het aantal ernstig gewonden te bepalen. Iemand noemen we 'ernstig verkeersgewond' indien deze ten minste een letsel heeft met een AIS-waarde van 2 of hoger (zie ook Ernstig verkeersgewonden). Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft in 2010 besloten om voor monitoring en beleid af te stappen van ziekenhuisgewonden volgens BRON en over te gaan op ernstig verkeers­gewonden. 

Methode

Wanneer iemand betrokken raakt bij een verkeersongeval, dan roept deze persoon of een van de omstanders de hulp in van de politie. De politie heeft tot taak verkeersongevallen af te handelen volgens de Aanwijzing verkeersongevallen (OM, 2009). De politie maakt in het registratiesysteem (Basis Voorziening Handhaving BVH, voorheen Xpol, Genesis of BPS) een proces-verbaal of registratieset aan. Bij erg lichte ongevallen wordt vanaf 2010 volstaan met een kenmerkenmelding. De politie geeft deze informatie vervolgens door aan de Dienst Verkeer en Scheepvaart (DVS) van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu volgens de Aanwijzing informatieverstrekking verkeers­ongevallen (OM, 2009). DVS laat de ongevallen en daarbij vastgelegde bestuurders, voertuigen en slachtoffers in BRON vastleggen.

Met de introductie van BRON in 2004 is DVS overgestapt op een nieuwe werkwijze. De codering van het bestand volgt de informatie op het registratieformulier. Waar deze informatie ontoereikend of ambigu is, wordt geen actie meer ondernomen om deze informatie alsnog aan te vullen. Uitzonderingen op deze regel vormen ernstige ongevallen (dodelijk of ziekenhuisopname). DVS neemt in dat geval contact op met de politie voor:

  • aanvulling van ontbrekende gegevens of corrigeren van inconsistente gegevens;
  • plaatsbepaling, indien exacte locatie op het NWB niet mogelijk is;
  • ontdubbeling, als na screening het vermoeden is ontstaan dat een ongeval al eerder is aangemeld.

Onderdeel van het verwerkingsproces is het koppelen van de ongevallengegevens aan het NWB. In principe gebeurt dat geautomatiseerd op basis van straatnamen en woonplaats. Een ongeval wordt hierbij op het midden van een wegvak geplaatst, op gehectometreerde wegen bij een hectometerpunt. De exacte locatie van het ongeval kan daardoor afwijken van de geregistreerde locatie.

Sinds 2001 worden op basis van het kenteken ook voertuigkenmerken van de RDWaan de voertuiggegevens in BRON toegevoegd.

Voor informatie over de MAIS-waarde en het koppelen van BRON aan de LBZ, zie het hoofdstuk Ernstig verkeersgewonden.

Beschikbaarheid ongevallengegevens

Jaarlijks in april komen de ongevallengegevens van het voorgaande jaar in BRON beschikbaar. Ook wordt dan het aantal verkeersdoden door de minister bekend gemaakt (zie ook: Statistiek Verkeersdoden). In het derde kwartaal worden de gegevens van de verkeersslachtoffers in het ziekenhuis beschikbaar gesteld. Bij SWOV vindt de koppeling plaats tussen LBZ-gegevens en BRON-gegevens van gewonde verkeersslachtoffers, op basis waarvan ook een schatting van de werkelijke omvang van het aantal ernstig verkeersgewonden wordt gemaakt.

De ongevallengegevens, inclusief medische ernst op basis van de LBZ-koppeling, zijn voor de jaren vanaf 1993 beschikbaar op de SWOV-website. De gegevens voor de jaren vanaf 2004 zijn afkomstig uit BRON; de oudere gegevens zijn geconverteerd vanuit het voorgaande systeem (Ongevallen en Netwerk). De oorspronkelijke, door de politie aangegeven, ernst is als aparte variabele in deze tabellen nog steeds beschikbaar. Ook de oorspronkelijke gegevens uit BRON (1987-heden) en VOR / Ongevallen en Netwerk (1976-2003) zijn nog beschikbaar. 

Betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en volledigheid

De verkeersongevallenregistratie is niet compleet. De politie registreert namelijk om diverse redenen niet alle verkeersongevallen en -slachtoffers. De mate van volledigheid wordt aangeduid met de term 'registratiegraad' (zie ook Registratiegraad). De registratiegraad is het aandeel van het werkelijk aantal slachtoffers dat in BRON geregistreerd is. De registratiegraad is hoger naarmate een ongeval en letsel ernstiger is en is bij ongevallen met een motorvoertuig veel hoger dan bij ongevallen waar geen motorvoertuigen bij betrokken zijn. Eenzijdige ongevallen met fietsers ontbreken vrijwel geheel in het ongevallenbestand. Uiteraard bemoeilijkt dit de analyse van dergelijke ongevallen en van de kenmerken van de slachtoffers die erbij vallen.

Van de gevallen die door de politie worden geregistreerd, worden in de regel ongeveer veertig kenmerken genoteerd. Naast datum en tijd, locatie, kenteken, vervoerswijze, slachtofferkenmerken en bestuurderskenmerken wordt ook informatie over de tegenpartij(en) vastgelegd. Veel kenmerken hiervan zijn objectief en na het ongeval vast te stellen. Zaken die na het plaatsvinden van het ongeval niet eenvoudig door de politie zijn vast te stellen (zoals een overschrijding van de snelheidslimiet) worden minder vaak als oorzaak aangeduid dan de wat duidelijker omstandigheden zoals 'geen voorrang' of 'geen doorgang' verlenen.

Het werkelijk aantal verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden wordt bepaald door de gegevens uit de verkeersongevallenregistratie te vergelijken met die uit andere bronnen zoals Doodsoorzaken, de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

Literatuur en bronnen

Statistiek Verkeersdoden

Een verkeersdode is iemand die als gevolg van een verkeersongeval overlijdt, binnen 30 dagen na dat ongeval. De statistiek Verkeersdoden van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geeft het aantal verkeersdoden aan naar een aantal kenmerken.

Het aantal verkeerdoden wordt sinds 1996 jaarlijks door het CBS in samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgesteld op basis van drie bronnen:

  • de doodsoorzakenstatistiek,
  • rechtbankverslagen en
  • BRON.

In BRONzijn op basis van politierapporten veel details over geregistreerde ongevallen bekend. Ontbrekende gevallen worden uit de andere twee statistieken aangevuld. Van deze extra verkeersdoden is niet veel informatie bekend. De Verkeersdodenstatistiek van het CBS geeft slechts de aantallen naar een beperkt aantal kenmerken.

Toepassing in verkeersveiligheidsonderzoek

Bij voorkeur wordt in onderzoek naar verkeersveiligheid het werkelijk aantal verkeersdoden gehanteerd. Zoals hierboven is uitgelegd, kunnen deze echter maar naar een beperkt aantal kenmerken worden uitgesplitst. In die onderzoeken waar nadere kenmerken nodig zijn, worden daarom de geregistreerde aantallen uit BRON gehanteerd en wordt in de rapportage ingegaan op de onderregistratie van de specifieke groep. Soms wordt, indien nodig, met een ophoogfactor gecorrigeerd.

Methode

Verkeersdoden worden op diverse manieren in registraties vastgelegd:

  • Een arts die de doodsoorzaak vaststelt, geeft dit door aan het CBS en aan de burgerlijke stand van de overlijdensgemeente. Deze muteert de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) als de persoon een ingezetene is van Nederland en stuurt de doodsoorzaakverklaring naar het CBS. Op basis van deze gegevens maakt CBS de doodsoorzakenstatistiek. De doodsoorzakenstatistiek heeft geen waarnemingen in gevallen dat een niet-ingezetene overlijdt. Buitenlanders die wel in de GBA zijn ingeschreven, zijn daarin wel opgenomen. Ingezetenen van Nederland die overlijden als gevolg van een ongeval in het buitenland, zijn ook uit de statistiek weggelaten.
  • In het geval van een niet-natuurlijke dood doet de politie onderzoek naar de toedracht en maakt zij proces-verbaal op. De rechtbank doet een uitspraak. Het CBS raadpleegt de verslagen en combineert deze met de doodsoorzakenstatistiek tot de statistiek van niet-natuurlijke dood.
  • Over het algemeen wordt de politie ingeschakeld bij ernstige ongevallen. Dit is niet alleen voor de verkeersafhandeling of verzekering, maar ook voor het bepalen van de toedracht en het opmaken van een proces verbaal voor de rechtbank. Uiteraard worden deze gegevens ook gebruikt voor het doen van onderzoek naar preventieve maatregelen en het monitoren en evalueren van ontwikkelingen of maatregelen. In het geval van ernstig letsel wordt door omstanders en betrokkenen vaak eerst medische hulp ingeroepen. De politie is in dergelijke gevallen niet altijd in staat om het ongeval en de daarbij betrokken slachtoffers goed vast te leggen. Het kan daarom voorkomen dat er van een dodelijk verkeersongeval geen registratie voor de Verkeersongevallenregistratie is. Dit is vaker het geval als het slachtoffer later overlijdt of als er geen motorvoertuig bij het ongeval betrokken is.

Het statistiekjaar is gelijk aan het jaar waarin het ongeval plaatsvond en hoeft niet gelijk te zijn aan het jaar waarin de persoon is overleden. Iets dergelijks geldt ook voor dag, tijdstip en provincie; deze variabelen verwijzen naar plaats en tijd van het ongeval.

In de medische registratie (LBZ) wordt ook informatie vastgelegd van verkeersslachtoffers die in het ziekenhuis overlijden. Omdat deze gegevens pas later in het jaar beschikbaar komen, worden deze data niet bij het vaststellen van de statistiek verkeersdoden gebruikt.

Beschikbaarheid gegevens

Jaarlijks in het tweede kwartaal worden de gegevens aangevuld. De gegevens zijn beschikbaar vanaf 1996.

Betrouwbaarheid, nauwkeurigheid, volledigheid

Door het combineren van verschillende bronnen wordt zo nauwkeurig mogelijk aantal verkeersdoden in Nederland bepaald. In gevallen dat de bronnen met elkaar in tegenspraak zijn, is de bron met de betrouwbaarste gegevens leidend. Voor persoonskenmerken (leeftijd, geslacht) is de doodsoorzakenstatistiek bepalend; deze is immers gebaseerd op de GBA. Voor ongevalskenmerken is dat het BRON-bestand (datum, tijdstip en plaats van het ongeval, vervoerwijze, tegenpartij).

Elke bron afzonderlijk is behoorlijk compleet. Toch is het niet uit te sluiten dat er nog enkele gevallen zijn die in geen van deze drie bronnen zijn geregistreerd. In het onderzoeken van de verkeersveiligheid op basis van verkeersdoden baseren we ons echter altijd op de gevallen waar informatie over beschikbaar is. 

Bronvermelding en gegevens

Printvriendelijke versie

Geactualiseerd

19 nov 2018