Publication

Veiligheidswaarde van de ANWB-rijopleiding

Een literatuuronderzoek naar de effecten van de compacte ANWB-autorijopleiding op de verkeersveiligheid

Author(s)

Vlakveld, drs. W.P.

Year

2006

Download

PDF icon pdf (532.92 KB)

Mede naar aanleiding van indrukken van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) ontstond bij de ANWB de behoefte om te weten of het aannemelijk is dat beginnende automobilisten die de ANWB-rijopleiding hebben gevolgd, naar verhouding vaker bij ongevallen betrokken zijn dan beginnende automobilisten die een 'gewone' rijopleiding hebben gevolgd. Ervan uitgaand dat dit vermoeden juist is, wat zijn dan de mogelijke oorzaken en wat kan ertegen gedaan worden? Het was niet de bedoeling van de ANWB om het effect van de eigen rijopleiding op de verkeersveiligheid empirisch te toetsen, maar om op basis van de literatuur veronderstellingen te formuleren die dan eventueel in een tweede fase op wetenschappelijk verantwoorde wijze onderzocht worden. Aan de SWOV is de opdracht gegeven de literatuurstudie uit te voeren. Gezocht is naar evaluatiestudies en modellen van rijopleidingen, literatuur omtrent het verwerven en beklijven van vaardigheden, en studies naar de effecten van simulatortraining. Behalve van literatuur is gebruik gemaakt van gegevens uit het Periodiek Rijopleidingsonderzoek (PRO) en het Periodiek Onderzoek Verkeersveiligheid (PROV). Gelet op de vorm en inhoud steekt de ANWB-rijopleiding op een aantal punten boven de traditionele vorm van rijopleiding uit. Met de traditionele opleidingsvorm wordt bedoeld dat er gedurende enkele maanden een à twee rijlessen in de week worden gevolgd, zonder een vast omschreven curriculum. De ANWB-rijopleiding kent een duidelijk leerplan met concrete leerdoelen en heeft een logische opbouw (van gemakkelijk naar moeilijk). Moderne leermiddelen zoals Computer Based Training (CBT) en rijsimulatoren worden op een onderwijskundig verantwoorde wijze ingezet. De vorderingen van de kandidaten worden nauwkeurig bijgehouden en de rijinstructeurs worden jaarlijks bijgeschoold. Toch heeft de ANWB-rijopleiding twee potentieel zwakke kenmerken ten opzichte van de gewone opleiding. Het is mogelijk om reeds in tien dagen in het bezit van het rijbewijs te komen. Naar schatting van de ANWB zelf krijgt slechts 15% van degenen die kiezen voor een ANWB-rijopleiding deze kortste variant aangeboden. De overige kandidaten krijgen een langer leertraject met meer rustmomenten aangeboden. Vermoedelijk is er in de tiendaagse variant te weinig (nacht)rust om kennis en vaardigheden goed te laten beklijven. Verder is het aantal uren praktijkrijles gemiddeld genomen waarschijnlijk te klein om adequate verwachtingspatronen op te bouwen die noodzakelijk zijn voor veilige verkeersdeelname. Mogelijk kunnen die verwachtingspatronen deels aangeleerd worden tijdens simulatorlessen en tijdens het observeren van andere kandidaten. In hoeverre deze onderwijsvormen in de plaats kunnen treden van praktijklessen, is niet bekend. Gelet op het gebleken belang van min of meer terloops opgedane rijervaring in de praktijk, is het echter raadzaam om het aantal praktijklessen niet sterk terug te brengen. De door de ANWB in brochures gedane uitspraak dat drie uur praktijkles vervangen kan worden door een uur simulatorles, is niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en is hoogstwaarschijnlijk onjuist. Alleen op basis van empirisch onderzoek kan worden vastgesteld of de potentieel zwakkere punten (weinig rust, relatief weinig praktijkervaring) inderdaad leiden tot een hoger aanvangsongevalsrisico bij personen die de ANWB-rijopleiding hebben gevolgd ten opzichte van personen die gedurende een langere periode wekelijks een à twee rijlessen hebben genoten. Er is geen onderzoek bekend waaruit is gebleken dat basisrijopleidingen voor het behalen van het rijbewijs tot een duidelijk lager aanvangsongevalsrisico leiden dan het min of meer terloops leren rijden onder begeleiding van leken (meestal een ouder). Het vermoeden bestaat dat bij zowel formele basisrijopleidingen als bij lekentrainingen er niet of nauwelijks sprake is van het trainen van hogereordevaardigheden. Op zaken als risicoperceptie, risicoacceptatie, sociale druk en leefstijl wordt in rijopleidingen nauwelijks ingegaan. Er wordt ook niet getracht om kandidaten zoveel zelfinzicht bij te brengen dat ze de taken die ze in het verkeer aangaan, beter weten af te stemmen op dat wat ze werkelijk kunnen. Dit fenomeen wordt kalibratie genoemd. De geringe aandacht voor hogereordevaardigheden en kalibratie geldt ook voor de gestructureerde opleidingen zoals de Rijopleiding In Stappen (RIS) en de ANWB-rijopleiding. De redenering dat basisrijopleidingen in algemene zin weinig tot geen effect hebben op de verkeersveiligheid en dat het er daarom weinig toe doet of men een compacte opleiding of een gewone opleiding heeft gevolgd, is niet valide. Mensen die onder begeleiding hebben leren rijden, hebben vaak gedurende een lange periode veel rijervaring onder wisselende omstandigheden opgedaan voordat het rijbewijs wordt behaald. Het is mogelijk dat lekenopleidingen juist daarom niet negatief afsteken bij een rijopleiding met professionele instructeurs. Naast de inhoudelijke zaken (mogelijk te weinig rustmomenten om het geleerde te doen beklijven en te weinig praktijkervaring) is er waarschijnlijk nog een extern aspect waardoor 'compactopgeleiden' in het algemeen (en dus niet alleen ANWB-opgeleiden) relatief vaker negatief opvallen in het verkeer. De keuze voor een compactopleiding wordt beduidend vaker gemaakt door jonge mannen dan door jonge vrouwen. Het risico om per gereden kilometer betrokken te raken bij een ernstig ongeval is aanmerkelijk groter voor jonge mannen dan voor jonge vrouwen. Doordat jonge mannen jaarlijks meer kilometers rijden dan jonge vrouwen wordt het extra aannemelijk dat compactopgeleiden vaker negatief opvallen in het verkeer. Door de hogere expositie neemt immers de 'kans' om gepakt te worden ook toe. Het is daarnaast mogelijk dat jongeren die voor een compactopleiding kiezen, meer waarde hechten aan autorijden dan jongeren die voor een gewone rijopleiding kiezen. Uit onderzoek is gebleken dat jongeren die veel belangstelling hebben voor auto's, en autorijden vooral ook als expressiemiddel zien — uit je (sportieve) rijstijl blijkt wie je bent — een hoger ongevalsrisico hebben dan jongeren die autorijden niet belangrijk vinden voor hun imago. Ten slotte zou uit het feit dat men in heel korte tijd het rijbewijs heeft gehaald ten onrechte de conclusie kunnen trekken dat men beter kan autorijden dan anderen. Hierdoor durft men wellicht meer risico's te nemen en dit leidt dan weer tot meer ongevallen. Aanbevolen wordt om de gemaakte veronderstellingen op basis van wetenschappelijk onderzoek te toetsen. Zolang uit dergelijk onderzoek niet anders blijkt, wordt de ANWB in overweging gegeven om de kortste variant (een rijbewijs in tien dagen) uit te smeren over meer dagen en simulatortijd niet ten koste te laten gaan van het aantal gewone praktijklessen. Voorts zouden kandidaten tijdens de opleiding moeten leren om hun vaardigheden niet te overschatten en alleen verkeerstaken aan te gaan die ze werkelijk beheersen. Aan kandidaten moet worden aanbevolen direct na hun rijopleiding veel te gaan rijden, maar dan uitsluitend onder begeleiding van een oudere en meer ervaren bestuurder. Nog afgezien van de vraag of de veiligheidswaarde van compactopleidingen beter of slechter is dan die van traditionele opleidingen, is de SWOV van mening dat het leertraject voor iedereen die het rijbewijs wil halen, langer moet worden. Dit betekent dat de rijopleidingen in Nederland juist niet naar compactvormen moeten gaan. Gebrek aan rijervaring is een van de belangrijkste redenen waarom jonge beginnende automobilisten zo'n hoog ongevalsrisico hebben. Het zou daarom beter zijn als, voordat het rijbewijs wordt afgegeven, ruim ervaring wordt opgedaan onder relatief veilige omstandigheden. Dit is mogelijk bij een zogenaamd getrapt rijbewijssysteem. Bij een dergelijk systeem mag men eerst alleen onder begeleiding rijden. Hierna volgt een periode van zelfstandig rijden, maar niet onder omstandigheden die extra gevaarlijk zijn (niet met leeftijdsgenoten en niet in het donker). Ten slotte mag men onder alle omstandigheden rijden, maar gelden er wel extra zware straffen indien men zich in de eerste periode niet aan de regels houdt (bijvoorbeeld een verzwaard puntensysteem voor beginnende bestuurders). In veel Angelsaksische landen heeft de invoering van een dergelijk 'graduated driver licensing system' (getrapt rijbewijs) tot een duidelijke afname van het ongevalsrisico bij beginnende automobilisten geleid. Door het rijexamen op te splitsen in een aantal deelcertificaten, moet het mogelijk zijn om ook in Nederland een getrapt rijbewijs in te voeren.

The safety value of the ANWB driving course; A literature study of the road safety effects of the ANWB compact car driving course Partly because of the impressions of the CBR Driving Test Organization, the Royal Dutch Touring Association ANWB felt the need to know whether it was plausible that novice car drivers who had followed the ANWB driving course were relatively more often involved in crashes than novice drivers who had followed the 'ordinary' driving course. Assuming that this suspicion was correct, what are the possible causes and what can be done about them? It was not the ANWB's intention to empirically test the effect of their own driving course but, based on a literature study, to formulate suppositions that, if necessary, could be scientifically studied in a second phase. SWOV was commissioned to carry out this literature study. We looked for assessment studies and driving course models, research into obtaining and retaining skills, and studies of the effects of simulator training. Besides literature data, we also used data from the Periodic Driving Course Study and the Periodic Road Safety Survey. With regard to its design, the ANWB course is better than the ordinary one in a number of points. The ordinary course consists of one or two lessons a week during several months, without a fixed curriculum. The ANWB course does have such a clear learning plan with concrete learning goals and a logical structure: from easy to difficult. Modern learning aids such as Computer Based Training (CBT) and driving simulators are applied in a didactically responsible way. The progress of the candidates is accurately followed and the driving instructors receive refresher courses annually. In spite of this, the ANWB course has two potentially weak features when compared with the ordinary course. It is possible to have already passed the driving exam after 10 days. The ANWB itself estimates that only 15% of those who choose an ANWB course are offered this shortest version. The other candidates get a longer driving course with more moments of rest. We suspect that in the 10-day version, there is too little rest and sleep to allow the knowledge and skills to sink in properly. In addition, the average number of hours of practical lessons is probably too small to form an adequate pattern of expectations that is necessary for safe driving. It is possible that these expectations can be partly learnt during simulator lessons and during observations of other candidates. It is not known what the extent is to which these forms of learning can replace the practical lessons. However, seeing the apparent importance of more or less casually acquired driving experience in practice, it is not advisable to greatly reduce the number of practical lessons. The statement the ANWB makes in its brochures that three hours of practical lessons can be replaced by one hour of simulator lessons is not based on scientific research and is very probably incorrect. Only empirical research can determine if the potentially weak points i.e. little rest and relatively little practical experience, do indeed lead to a higher initial crash rate among those who have followed the ANWB driving course in comparison with those who have had one or two lessons a week during a longer period. No research is known that shows basic driving courses for passing the driving test lead to a clearly lower initial crash rate than more or less casually learning to drive while being accompanied by a layman who is usually a parent. The assumption exists that there is virtually no training in higher order skills, either in formal driving courses or in layman training. Matters such as risk perception, risk acceptance, social pressure, and lifestyle are hardly dealt with. Neither is any attempt made to instil candidates with so much self-knowledge that they adjust the traffic tasks they encounter better to what they are really capable of. This phenomenon is called calibration. The slight attention paid to higher order skills and calibration also applies to the structured driving courses such as Learning to Drive in Steps and the ANWB course. The reasoning that, in general, basic driving courses have little or no effect on road safety, and that it therefore doesn't really matter whether one follows a compact course or ordinary course, is not valid. Those who have learned driving while accompanied have, often during a long period, gained a lot of driving experience under varying circumstances before they get their driving licence. It is possible that this is the reason why layman training is no worse than a driving course with a professional driving instructor. Besides matters of content (possibly to0 few moments of rest allowing what has been learned to sink in, and too little practical experience), there is probably another external aspect explaining why those having followed 'compact courses' in general (and not only that of the ANWB) are negatively noticeable in traffic. Young men choose a compact course much more often than young women, and their involvement per kilometre in severe crashes is a lot higher. As young men drive more kilometres annually than young women, it is more plausible that those who have followed compact courses are more negatively noticeable in traffic. After all, their greater exposure also increases the chance of being caught. It is also possible that those young candidates who choose a compact course attach more importance to driving a car than those who choose an ordinary course. Studies have shown that the young who are very interested in cars and see car driving as a means of expression - your (sportive) driving style shows who you are — have a greater crash rate than those who don't think it's important for their image. Finally, it is incorrect to draw the conclusion that one can drive a car better because one has gained a driving licence within a very short time. This short time is perhaps just the reason why they take more risks and leads to them having more crashes. We recommend scientifically testing the suppositions made. For as long as such research does not show them to be the case, we request that the ANWB a) consider spreading the shortest version (a driving licence in 10 days) over a greater number of days, and b) not to allow simulator time to occur at the expense of ordinary practical lessons. In addition, during the driving course, candidates should learn not to overestimate their skills, and only to take on traffic tasks that they really have a command of. Candidates should be recommended to drive a lot immediately after passing their test, but only accompanied by an older and more experienced driver. Not counting the question of whether the safety value of compact courses are better or worse than ordinary courses, SWOV is of the opinion that the learning period of everyone who wants a driving licence should be longer. This means that courses in the Netherlands should not go in the direction of compact courses. A lack of experience is one of the most important reasons why young novice drivers have such a high crash rate. It would, therefore, be better if they had had a lot of experience with relatively safe circumstances before the licence is issued. What is known as a Graduated Driving Licensing system makes this possible. In such a system, only accompanied driving is initially permitted. A period of driving alone then follows, but not under extra dangerous circumstances, i.e. not with passengers of your own age group and not during hours of darkness. After this period they may drive under all circumstances but, during the first period, the penalties are higher if they do not adhere to the rules, e.g. a severer points system for novice drivers. The introduction of this system in many English-speaking countries has led to a clear reduction of the crash rate of novice drivers. By splitting the driving test into a number of partial certificates, it must be possible to introduce such a graduated driving licence in the Netherlands.

Print this page
report

Report number

D-2006-5

Pages

46

Publisher

SWOV, Leidschendam