Publication

Snelheidsgegevens, verkeersveiligheid en infrastructuur

Verkennend onderzoek naar NDW-snelheidsdata als indicator voor verkeersveiligheid

Author(s)

Petegem, J.W.H. van; Wijlhuizen, G.J.; Nabavi Niaki, M.A.

Year

2019

Download

PDF icon pdf (5.32 MB)

Rijsnelheid geldt als een belangrijke indicator voor verkeersveiligheid, in de literatuur ook wel aangeduid als ‘Safety Performance Indicator’ of kortweg SPI. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) wil weten of snelheidsgegevens van de Nationale Databank Wegverkeers­gegevens (NDW) geschikt zijn om in te zetten als SPI voor risicogestuurd beleid. Daartoe heeft NDW snelheidsdata van voertuigen op de weg – zogeheten floating car data (FCD) – ingewonnen en deze vertaald naar drie variabelen. De eerste is een geschatte V85 (het 85-percentiel van gereden snelheden) per wegvak: dat is de snelheid die door 85% van de voertuigen niet wordt overschreden. Daarnaast is ook de gemiddelde snelheid (Vgem) en de mediaan (Vm, de middelste meting) per wegsegment bepaald.

Namens IenW heeft Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving aan SWOV gevraagd om een verkennende studie te doen naar de bruikbaarheid van deze NDW-snelheidsgegevens voor risicogestuurd verkeersveiligheidsbeleid. Daarbij is gebruikgemaakt van gegevens met betrekking tot weginfrastructuur en ongevallen uit eerder onderzoek van SWOV op gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom in Amsterdam.

Hieronder zetten we per onderzoeksvraag de belangrijkste conclusies op een rij.

1.    In hoeverre zijn NDW-snelheidsdata bruikbaar als indicator voor verkeersveiligheid (SPI)?

De kans op ongevallen neemt toe bij een toename van de rijsnelheid binnen een gegeven weg en bij gegeven omstandigheden, net als de kans op ernstig letsel in het geval van een ongeval. Uit de voertuigdata van NDW – de geschatte V85, de gemiddelde snelheid en de mediaan – blijkt echter niet welk deel van de gereden snelheden boven de snelheidslimiet ligt. Om die reden zijn de NDW-snelheidsgegevens vooralsnog onvoldoende geschikt als SPI voor verkeersveiligheid. De ruwe NDW-gegevens bieden mogelijk wel kansen om de SPI snelheid te benaderen door (net als voor de V85 is gedaan) een modelschatting van het aandeel overtreders te maken. Hiervoor beveelt SWOV nader onderzoek aan naar:

  • de ontwikkeling van een model om het werkelijke aandeel voertuigpassages binnen de limiet te schatten op basis van de FCD (voor verschillende wegtypen);
  • de mogelijkheden om de huidige FCD te verrijken met het (werkelijke) aandeel geregistreerde voertuigen dat binnen de limiet blijft (individuele snelheidsgegevens per voertuig), inclusief het aantal voertuigpassages, per minuut;
  • de consequenties van de onzekerheid over de continuïteit van FCD voor de monitoring van de SPI snelheid.

2.    In hoeverre zijn NDW-snelheidsdata bruikbaar om de relatieve veiligheid van wegen te beoordelen?

Om deze vraag te beantwoorden, heeft SWOV gebruikgemaakt van een dataset van wegkenmerken van gebiedsontsluitingswegen in Amsterdam. Hieruit blijkt dat de mediaan (Vm) van de minuutgemiddelde snelheid kan helpen om relatief onveilige wegen in een netwerk te onderscheiden van relatief veilige wegen. Daarmee kunnen de NDW-snelheidsdata de zogeheten ‘netwerk-screener’ verbeteren. De relatie tussen snelheidsgegevens van floating car data en verkeersveiligheid vraagt wel om nader onderzoek.

3.    Is er een samenhang tussen NDW- snelheidsdata enerzijds en de veilige snelheid (VS) en de geloofwaardige snelheidslimiet (GS) anderzijds?

In deze verkennende studie is die relatie niet gevonden. Mogelijk komt dat doordat het gebruikte instrument om veilige snelheden en geloofwaardige snelheidslimieten te bepalen – VSGS – onvoldoende geschikt is voor wegen binnen de bebouwde kom. De samenhang tussen NDW-snelheidsdata en VS en GS vraagt daarom om nader onderzoek. Daarbij kan ook de geschiktheid van het VSGS-instrument voor wegen binnen de bebouwde kom tegen het licht worden gehouden.

Print this page
report

Report number

R-2019-7

Pages

32

Publisher

SWOV, Den Haag