Publication

RoadSense in Fryslân: a success?

Effects on behavioural intention and opinions

Author(s)

Stelling, A.; Twisk, D.

Year

2012

Download

PDF icon pdf (1.07 MB)

Dit is een korte samenvatting van de resultaten van het RoadSense-programma zoals uitgevoerd onder leerlingen van het Stellingwerf College in Oosterwolde, op het Verkeerseducatiecentrum (VEC) in Drachten. Alvorens op de evaluatieresultaten in te gaan, behandelt deze samenvatting eerst kort het verkeersveiligheidsprobleem van jonge passagiers en het nut van programma’s zoals RoadSense. Achtergrond en doel van programma RoadSense Van alle overleden autopassagiers in Nederland is meer dan een derde een jongere in de leeftijdscategorie 10-24 jaar. Het merendeel overlijdt in een auto met een 18- tot 24-jarige achter het stuur. Deze aandelen zijn veel groter dan je op grond van de bevolkingssamenstelling zou mogen verwachten (SWOV, 2012). Er zijn vier mogelijke verklaringen, die ten dele al door eerder onderzoek zijn bevestigd: - Jonge passagiers leggen het overgrote deel van hun passagierskilometers af als passagier van een jonge bestuurder. Of dit ook feitelijk zo is, is door het gebrek aan de noodzakelijke gegevens nog niet vast te stellen. - Jonge bestuurders hebben door hun mentale onvolwassenheid en gebrek aan ervaring een verhoogd ongevalsrisico; passagiers van deze jonge bestuurders staan dus bloot aan datzelfde verhoogde risico. Dit is een feit dat al door veel onderzoek is bevestigd. - Jonge passagiers hebben te maken met groepsdruk, waardoor bestuurders zich vaker riskant gedragen als zij leeftijdsgenoten als passagiers vervoeren. Dit blijkt bijvoorbeeld uit Amerikaans onderzoek, maar of dat ook onder Nederlandse jongeren een grote rol speelt is nog niet onderzocht. - Jonge passagiers zijn door hun gedrag een bron van afleiding voor de beginnende bestuurders. Dit blijkt ook uit Amerikaans onderzoek, maar is ook nog niet onderzocht onder Nederlandse jongeren. Het programma RoadSense is in Nederland een van de weinige programma’s die zich richten op de doelgroep ‘jonge passagiers’. Dit door Mercedes-Benz ontwikkelde programma heeft tot doel het probleembewustzijn bij jongeren van 13 tot 16 jaar te vergroten en hun houding en gedrag als passagier te verbeteren. Het programma biedt aan kleine groepen praktische demonstraties, waaronder het zelf autorijden op een verkeersoefenterrein. Daarnaast worden jongeren in een groepsdiscussie gestimuleerd om hun eigen gedrag en dat van anderen kritisch te bezien. Eerder onderzoek liet zien dat het programma positieve effecten heeft op het voorgenomen gedrag en ook op het veiligheidsbewustzijn (Twisk & Vlakveld, 2011). Doel van het onderzoek De provincie Friesland heeft de SWOV opdracht gegeven onderzoek te doen onder Friese jongeren. Dit onderzoek had drie doelen: 1. het in kaart brengen van de omstandigheden waarin Friese jongeren zich als passagier blootstellen aan gevaarlijk rijgedrag; 2. het in kaart brengen van hun meningen over gevaarlijk rij- en passagiersgedrag en hun beleving van het risico daarvan; 3. het vaststellen van het effect van RoadSense op het voorgenomen gedrag (gedragsintenties) en op hun meningen en risicobeleving. Uitvoering van het onderzoek Leerlingen van het Stellingwerf College, gevestigd in Oosterwolde, hebben vlak voor het RoadSense-programma en vlak erna, een vragenlijst ingevuld. De vragenlijst voorafgaande aan het programma had tot doel om te achterhalen hoe vaak jongeren al te maken hebben gehad met gevaarlijk rijgedrag van hun bestuurders. De vragenlijst na de cursus bekeek of jongeren na de cursus zeiden dat ze van plan waren zich anders te gaan gedragen, bijvoorbeeld door niet meer in te stappen bij een bestuurder die gedronken had. Deze opzet maakt het mogelijk om direct na de deelname al een beeld te krijgen van de voorgenomen gedragingen. Helaas zeggen de resultaten dus alleen iets over de effecten op de ‘goede voornemens’ op de zeer korte termijn. De resultaten kunnen dus niets zeggen over de langetermijneffecten op de gedragsintenties en over de effecten op het feitelijke gedrag. Resultaten Hoe vaak en wanneer stellen Friese passagiers zich bloot aan gevaar? Om na te gaan hoe vaak passagiers van 13 en 14 jaar al te maken hebben gehad met gevaarlijk gedrag van een bestuurder, hoe ze daarmee zijn omgegaan en hoe ze dat beleefd hebben, is bij de 173 jongeren die deelnamen aan de RoadSense-cursus in Drachten een vragenlijst afgenomen. Van deze jongeren bleken 162 de vragenlijst voldoende duidelijk te hebben ingevuld. Net als in een eerdere studie naar het gedrag van jonge passagiers, blijkt uit de antwoorden dat deze jongeren niet ‘zomaar’ bij iedereen in de auto stappen, maar dat ze daarbij rekening houden met de verwachting of de bestuurder zich wel veilig zal gaan gedragen. Echter, wanneer de bestuurder een vriend is, zijn ze veel minder voorzichtig. 22% van de ondervraagde jongeren (36 uit 162) meldt wel eens meegereden te zijn met een bestuurder die gedronken had. Dit aandeel komt overeen met de 19% die in een eerdere Nederlandse studie is gevonden (Kemler et al., 2007). Veel jonge Friese deelnemers zeggen weleens te maken hebben gehad met bestuurders die te hard reden, zowel ouders (68% van de deelnemers) als vrienden (35% van de deelnemers). Dat is vaker zo bij jongens dan bij meisjes. Jongens stapten vaker dan meisjes in de auto van een vriend waarvan ze wisten dat hij gevaarlijk reed, of van een bestuurder die gedronken had. Zij gaan er vaker blindelings van uit dat elke bestuurder ‘wel oké’ is, omdat zij menen dat het bezitten van een rijbewijs betekent dat iemand het gevaar goed kan inschatten. Over het algemeen bleken de ondervraagde jongeren zich er weinig bewust van te zijn dat zij met hun gedrag bestuurders kunnen beïnvloeden en dat zij daarmee medeverantwoordelijk zijn voor hun eigen veiligheid. Ook zien jongens in mindere mate dan meisjes dat het gedrag van passagiers afleidend kan zijn voor de bestuurder. Naast deze verschillen tussen de geslachten, is er ook een verschil tussen leerlingen van verschillende schooltypen. Over het algemeen gedragen jongeren die naar het vmbo gaan zich riskanter en hebben ze ook riskantere meningen dan jongeren die naar de havo of naar het vwo gaan. Hoe groot is het effect van de cursus? Jongeren bleken zich voorafgaande aan de cursus regelmatig blootgesteld te hebben aan gevaren. Bovendien bleken ze weinig inzicht te hebben in hoe het gedrag van passagiers de veiligheid in gevaar kan brengen. Na de cursus namen ze zich voor om dit minder vaak te doen en bleken zij hun mening in een veilige richting te hebben bijgesteld. De omvang van die verbetering onder jongeren verschilt tussen subgroepen, zoals: - Eerdere blootstelling aan gevaar. Jongeren die bij ouders in de auto hebben gezeten die vaak te hard reden, verbeterden meer dan jongeren die dat niet hadden meegemaakt. Dit gold niet voor jongeren die met dronken bestuurders hadden meegereden. Beide groepen (wel of niet eerder met dronken bestuurders meegereden) verbeterden even sterk. Dit kan komen doordat voorafgaande aan de cursus ‘rijden onder invloed’ al afgekeurd werd, terwijl dat voor ‘te hard rijden’ nog niet het geval was. De cursus heeft dit incorrecte beeld over het gevaar van snelheidsovertredingen dus goed bijgesteld. - Leeftijd en geslacht. Beide geslachten en alle leeftijden profiteerden van de cursus, maar meisjes iets meer dan jongens. Dat betekent wel dat de cursus dus niets extra’s doet voor de jongens. Dat is ongunstig omdat deze groep voorafgaande aan de cursus zich al wel vaker dan meisjes riskant bleek te gedragen. - Schooltype. Jongeren van havo/vwo en vmbo gaan beide vooruit. Maar jongeren die op het vwo en de havo zitten hebben meer profijt van de cursus dan vmbo-leerlingen. Dit is ongunstig omdat vmbo-leerlingen voorafgaande aan de cursus al vaker ‘gevaarlijke’ meningen hebben, dan havo/vwo-leerlingen. Beperkingen van de studie Deze studie heeft alleen naar de effecten op de korte termijn gekeken, en dan ook nog alleen naar de ‘goede voornemens’. Die goede voornemens, weten we uit onderzoek, verzwakken en leiden in vele gevallen niet tot een echte gedragsverandering. Ook al zijn alle deelnemers van plan het anders te doen, dan zal slechts een klein deel dat ook echt doen en dat volhouden. Redenen zijn niet alleen een ‘zwakke wil’, maar ook omstandigheden die weinig alternatieven toelaat. Om het beeld dus compleet te maken is het nodig om ook naar de effecten op de langere termijn te kijken, en ook na te gaan wat de faal- en succesfactoren daarbij zijn. Conclusies en aanbevelingen Zijn jonge passagiers ook in Friesland een relevante doelgroep? Ja, jonge passagiers stellen zich bewust of onbewust bloot aan gevaren. Dat geldt vooral voor jongens en jongeren op het vmbo. Om te kijken welke interventies nodig zijn, is het ook noodzakelijk meer inzicht te krijgen in de achtergronden van dit gedrag. Is de RoadSense nuttig? Ja, maar het kan beter. De cursus verbetert het voorgenomen gedrag en de meningen van jongeren. Echter, de cursus zou in kracht toenemen wanneer deze: - een groter effect heeft dan nu het geval is op de hoogrisicogroepen ‘jongens’ en ‘leerlingen van het vmbo’; - rekening houdt met de eerdere ervaringen van jongeren; - aandacht besteedt aan de omstandigheden waarin ‘vriendschap’ in combinatie met ‘groepsdruk’ een rol speelt; - ouders erbij betrekt, met het doel hun probleembewustzijn en hun vaardigheden te vergroten, waardoor zijn hun ‘puber’ effectief kunnen ondersteunen en corrigeren. Is deze studie voldoende om RoadSense grootschalig in te voeren? Nee, daarvoor is het nodig om ook de effecten op het gedrag op de langere termijn te onderzoeken.

The Regional Road Safety Council of Fryslân commissioned the present study in order to investigate the magnitude and nature of the road risk of young car passengers in the south-east of Fryslân, and to assess the effects of the RoadSense programme on their behavioural intentions and opinions. Using questionnaires, a before and after study without a control group was carried out among 162 participants in the programme. These questionnaires were administered just before and immediately after participants had attended RoadSense. The results showed a significant number of young passengers to be exposed to dangerous driving, mostly speeding. Young males engaged more frequently in dangerous behaviour and also held more risky opinions than girls did. Also, youngsters who had been passengers with a drunk driver, expressed more risky opinions. After having completed the RoadSense course, participants had improved their behavioural intentions and opinions. The programme did not have an 'extra' effect on the high-risk groups, such as young males. However, such an extra effect was present in the group who had been riding with a drunk driver. The implications of the findings for programme development were discussed, whereby the limitations of the present study were taken into account. It was recommended to strengthen the programme's impact on high-risk groups, especially on young male passengers, to explore the theme of peer pressure, and to involve parents. To assess the effects on safety, an evaluation is required of the long-term effects of the programme on actual behaviour. Such an evaluation should not solely include a pre- and post-test but also include a control group.

Print this page