Publication

Ouderen achter het stuur

Identificatie van aandachtspunten voor onderzoek

Author(s)

Davidse, Drs. R.J.

Year

2000

Dat Nederland vergrijst is een algemeen bekend fenomeen. Het aantal ouderen zal de komende jaren sterk toenemen. Mobiliteit is voor ouderen van groot belang voor de kwaliteit van leven, en met name de auto biedt hen de gelegenheid om op zelfstandige wijze sociaal actief te blijven. Vanuit dit perspectief probeert dit rapport antwoord te geven op de vraag of de groep van oudere automobilisten een groep verkeersdeelnemers is waar het beleid en onderzoek extra aandacht aan dienen te besteden. Tevens is onderzocht welke maatregelen ervoor kunnen zorgen dat ouderen zo lang mogelijk op een veilige wijze als automobilist aan het verkeer kunnen blijven deelnemen. Het onderzoek dat hiertoe werd verricht, bestond uit drie deelstudies: een analyse van de huidige situatie, een prognose voor de toekomst, en een inventarisatie en evaluatie van maatregelen die het risico mogelijk kunnen verlagen. Bij de analyse van de huidige stand van zaken zijn het risico, het aantal verkeersslachtoffers en de ongevalsbetrokkenheid van oudere automobilisten vergeleken met die van automobilisten uit de andere leeftijdsgroepen. De leeftijdsgroep die gehanteerd werd voor de oudere automobilisten was de groep van 65 jaar en ouder, nader onderverdeeld in de categorieën 65 t/m 74 jaar en 75 jaar en ouder. De andere leeftijdsgroepen werden gevormd door automobilisten van 18 t/m 24 jaar, 25 t/m 29 jaar, 30 t/m 39 jaar, 40 t/m 49 jaar, 50 t/m 59 jaar en 60 t/m 64 jaar. De analyse bracht het volgende beeld naar voren: - Van alle leeftijdsgroepen hebben 75-plussers het grootste risico om te overlijden in een verkeersongeval (overlijdensrisico). De groep 18- t/m 24-jarigen komt hierbij op de tweede plaats. - De 75-plussers nemen de tweede plaats in bij het slachtofferrisico: het risico om te overlijden of gewond te raken, ongeacht de ernst, in een verkeersongeval. Het grootste slachtofferrisico hebben de 18- t/m 24-jarige automobilisten. - Het overlijdensrisico van 75-plussers is vooral hoog omdat ze kwetsbaarder zijn dan andere leeftijdsgroepen, terwijl het overlijdensrisico van 18- t/m 24-jarige (mannelijke) automobilisten vooral hoog is doordat ze vaker dan andere leeftijdsgroepen bij een ongeval betrokken zijn. Oudere automobilisten zullen derhalve het meest (meer dan andere automobilisten) profiteren van een verbetering van de secundaire veiligheid: het letsel beperken als het ongeval eenmaal gebeurd is. - Een reductie van het aantal ongevallen met oudere automobilisten (primaire veiligheid) is te behalen door maatregelen te ontwerpen die gericht zijn op de ongevalstypen waarbij ouderen vaker de ‘schuldige' partij blijken te zijn. Dit blijken vooral ongevallen te zijn ten gevolge van geen voorrang of doorgang verlenen, en ongevallen bij links afslaan. Door dergelijke maatregelen te treffen kan geanticipeerd worden op de verwachte toename in het aantal ernstig gewonde (overleden en in een ziekenhuis opgenomen) oudere automobilisten. Deze toename wordt verwacht op basis van prognoses die berekend zijn aan de hand van de trends van het risico, de mobiliteit en het percentage rijbewijsbezitters. Volgens deze prognoses neemt de vertegenwoordiging van ouderen in het totaal aantal ernstig gewonde automobilisten toe van 11,8% nu, tot 14,3% in 2010. Eenandere schattingsprocedure maakt louter gebruik van de toename van het bevolkingsaandeel en geeft daarmee een ondergrens aan voor het werkelijke aandeel van ouderen in het totaal aantal slachtoffers. Deze procedure komt voor 2010 uit op een percentage van 12,9% en voor 2030 op 18,4%. Deze prognoses geven aan dat oudere automobilisten een belangrijke groep verkeersdeelnemers vormen, waar zowel bij onderzoek als in het beleid aandacht aan besteed dient te worden. Maatregelen die tot een verlaging van het risico van oudere automobilisten kunnen leiden, zijn vormen van keuring die beter zijn toegesneden op de belangrijkste probleemgroepen, en vormen van ondersteuning zoals duurzaam-veilige aanpassingen van de infrastructuur, telematica, voorlichting en training. Voordat een aantal van deze maatregelen beleidsmatig geïmplementeerd kan worden, is nader onderzoek nodig. Hiervoor zijn in het kader van dit project onderzoeksvoorstellen geformuleerd. De SWOV zal zich de komende jaren richten op de uitvoering van twee van deze voorstellen: - onderzoek naar de effecten van infrastructureel ontwerp op het verkeersgedrag, en de mate waarin een duurzaam-veilige infrastructuur aansluit op de sterkten en zwakten van oudere verkeersdeelnemers; - onderzoek naar de mate waarin intelligente transportsystemen een positieve bijdrage kunnen leveren aan een goede afstemming tussen de verkeersomgeving en oudere verkeersdeelnemers. Het doel van dit onderzoeksprogramma is om te komen tot een infrastructuur die ook voor ouderen duurzaam-veilig is, en intelligente transportsystemen die samen met de infrastructuur leiden tot een zo lang mogelijke veilige automobiliteit van oudere verkeersdeelnemers.

Print this page