Publication

Inventarisatie van het preventief gebruik van alcoholsloten in Europa, Noord-Amerika en Australië

Author(s)

SWOV

Year

2010

Download

PDF icon pdf (245.86 KB)

Op verzoek van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft de SWOV geïnventariseerd in welke mate alcoholsloten wereldwijd preventief worden toegepast en hoe deze toepassingen zijn gestimuleerd. Preventieve toepassingen staan geheel los van strafrechtelijke of bestuursrechtelijke maatregelen tegen betrapte rijders onder invloed. Ten behoeve van de inventarisatie heeft de SWOV een korte schriftelijke enquête uitgevoerd onder sleutelfiguren op het gebied van onderzoek en beleid rond de invoering van alcoholsloten in Europa, Noord-Amerika en Australië. Op grond van de bevindingen zijn aanbevelingen voor de Nederlandse situatie opgesteld, die gericht zijn op preventief gebruik door twee duidelijk onderscheiden categorieën bestuurders: beroepschauffeurs en bestuurders met een alcoholprobleem. De inventarisatie van ervaringen in het buitenland heeft geen (wetenschappelijk ondersteund) bewijs opgeleverd van de veiligheidseffecten van het preventief gebruik van alcoholsloten. Doordat dit preventief gebruik in het buitenland nog weinig geïntroduceerd is, zijn er ook weinig aanknopingspunten voor een succesvolle introductie in ons land. Wel kunnen op basis van de buitenlandse ervaringen enkele overwegingen worden gegeven ten behoeve van de besluitvorming over dit onderwerp. Het valt te overwegen het gebruik van alcoholsloten wettelijk verplicht te stellen in bussen en busjes voor het vervoer van schoolkinderen en gehandicapten, vanwege de kwetsbaarheid en afhankelijkheid van deze groepen. Uit een oogpunt van draagvlak kan dit het best gebeuren na de invoering van een alcoholslotprogramma (ASP) voor overtreders. Overwogen kan worden om hierover eerst met de sector in gesprek te gaan, voorlichting over de mogelijkheden te geven en/of een gezamenlijk demonstratieproject uit te voeren. Voor andere vormen van commercieel gebruik van alcoholsloten — in vrachtauto's, taxi's en het openbaar vervoer — kan de verdere verbreiding van alcoholsloten waarschijnlijk aan de markt worden overgelaten. Zeker als de prijs van alcoholsloten in de toekomst omlaag gaat, de overheid de wettelijke BAG-limiet voor beroepschauffeurs verlaagt, de overheid haar eigen wagenpark uitrust met alcoholsloten en — last but not least — de alcoholslotsystemen nog minder belastend worden. De overheid kan dan volstaan met voorlichting en het eventueel medefinancieren van een enkel demonstratieproject. In de regelgevende sfeer lijkt het wel gewenst om kwaliteitseisen aan de alcoholsloten te stellen, ongeacht of het gebruik ervan wettelijk verplicht wordt. Hiervoor volstaat het om de bestaande NEN-norm voor alcoholsloten voor preventief gebruik verplicht te stellen voor de Nederlandse markt. Bij het (vrijwillig) preventief gebruik van alcoholsloten door bestuurders met een alcoholprobleem ligt de situatie ingewikkelder. Enerzijds lijkt een ASP voor deze groep een positief effect op de verkeersveiligheid te kunnen hebben, maar anderzijds is er wereldwijd nog nauwelijks ervaring mee opgedaan. Daarom lijkt het verstandig om in eerste instantie een goed experiment op te zetten en uit te voeren. Wellicht moet de overheid via wetgeving het preventief gebruik van alcoholsloten door bestuurders met een alcoholprobleem reguleren. Te overwegen valt hierbij ook de verslavingszorg in te schakelen. Dit zal leiden tot relatief hoge kosten, waarbij de vraag beantwoord moet worden of de doelgroep die geheel voor haar rekening kan of wil nemen. Uiteraard kan worden onderzocht of er alternatieve financieringsbronnen kunnen worden aangeboord.

Commissioned by the Dutch Ministry of Transport, Public Works and Water Management, SWOV made an inventory of preventive alcolock implementation and stimulation worldwide. Preventive alcolock installation is not related to judicial or administrative offender programmes. In order to obtain the desired information, SWOV sent a questionnaire to the most important actors regarding preventive alcolock implementation in Europe, North America and Australia. Based on the results, recommendations are made for the situation in the Netherlands, focusing on two clearly distinguished driver categories: professional drivers and drivers with an alcohol problem. The inventory of international experiences did not yield any (scientific) evidence of the safety effects of preventive use of alcolocks. As preventive use has not internationally been adopted much, there are few leads for a successful introduction in the Netherlands. However, international experiences are a basis for a number of considerations in relation with this topic. Mandatory alcolock installation in vehicles that are used for the transport of school children and disabled people might be considered because of the vulnerability and dependence of these groups. In order to gain sufficient public support, prior implementation of an alcolock programme for drink-driving offenders is recommendable. It could be considered to first discuss the issue with the transport sector concerned, provide information about the possibilities and/or carry out a joint demonstration project. For further use of the alcolock in a commercial environment — in trucks, taxis and public transport — further implementation of the alcolock is probably best left to free-market processes, especially if their future price gets lower, if the government lowers the legal BAC limit for professional drivers, if the government installs alcolocks in its own vehicles, and — last but not least — if the use of alcolock systems becomes less incriminating. The government can then limit itself to public information and possibly co-funding of the odd demonstration project. Concerning legislation, setting quality standards for the alcolock seems advisable, independent of whether or not their use is made mandatory. It suffices to make the existing NEN standard for preventively used alcolocks mandatory in the Netherlands. The situation is more complex for (voluntary) preventive use of alcolocks by drivers with an alcohol problem. On the one hand, an alcolock programme may have a positive road safety effect for this group, but, on the other hand, there has hardly been any experience worldwide. It therefore seems sensible to first carry out a thorough experiment. The government may have to legislate the preventive use of alcolocks by drivers with an alcohol problem. It is worthy of consideration to ask for support from the sector of care and treatment of drug addiction. This will result in relatively high costs, of which it is uncertain whether the target group can or will be prepared to settle the bill. It can of course be investigated whether alternative sources of financing can be found.

Print this page
report

Report number

R-2010-20

Pages

18 + 5

Publisher

SWOV, Leidschendam