Publication

Inventarisatie inhoud Voortgezette Rijopleiding voor motorrijders en vereiste kennis en vaardigheden bij instructeurs

Eerste fase onderzoek naar werkveld en reguleringsmogelijkheden ter kwaliteitsverbetering

Author(s)

Goldenbeld, Dr. Ch

Year

1998

Op 1 januari 1995 is de nieuwe Wet Rijonderricht Motorrijtuigen (WRM 1993) in werking getreden. De nieuwe wetgeving stelt strengere eisen aan de rij-instructeurs. Doel van deze hogere kwaliteitseisen voor de opleiding van de (aspirant-)instructeur is een verbetering van de rijopleiding en daarmee de rijvaardigheid van de jonge rijbewijsbezitter. In een evaluatie van de nieuwe wetgeving is op een belangrijke leemte tussen de nieuwe wetgeving en de praktijk gewezen. In artikel 7 van de WRM 1993 is bepaald dat degene die rijonderricht geeft, in het bezit dient te zijn van een door het instituut Innovam afgegeven instructeurscertificaat. Dit heeft de vraag opgeroepen of alle activiteiten gericht op het bevorderen van de rijvaardigheid, onder de WRM 1993 zouden moeten vallen. Als dat zo is, zou dat betekenen dat personen die instructie geven aan rijbewijsbezitters in het kader van - niet wettelijk verplichte - voortgezette rijopleidingen (hierna afgekort als VRO), ook in het bezit moeten zijn van een instructiecertificaat. Bovendien zouden ze een applicatietoets moeten maken. Met name voor de voortgezette rijopleidingen voor motorrijders is hier momenteel een knelpunt, omdat een aanmerkelijk deel van de VRO-instructeurs niet in het bezit is van een ‘certificaat rij-instructeur'. Tegen deze achtergrond heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat aan de SWOV gevraagd een onderzoek uit te voeren dat duidelijkheid moet verschaffen over de manier waarop de kwaliteit van voortgezette rij-opleidingen gewaarborgd kan worden, en wat daarbij de mogelijke rol van wettelijke regelingen kan zijn. Doordat de mogelijke complicaties vooral liggen op het terrein van voortgezette rijopleidingen voor privé-motorrijders, zal het onderzoek zich richten op die opleidingen. Het totale project is opgedeeld in twee onderdelen. In het eerste deel van het onderzoek wordt het werkveld zelf in beeld gebracht. Dat houdt in: er wordt een beschrijvend overzicht gegeven van de belangrijkste leerstof van de VRO, van de werkzaamheden die VRO-instructeurs verrichten om deze leerstof actief over te brengen, en er wordt aangegeven welke vaardigheden daarbij vereist zijn. Ook wordt een overzicht verkregen hoe VRO-opleidingen door de grootste aanbiedende organisaties, zoals NVVM, KNMV, zelf worden gedefinieerd. In het tweede deel van het onderzoek wordt nagegaan welke mogelijkheden er zijn om de kwaliteitseisen die men zou moeten stellen aan VRO-instructeurs, te toetsen. Dit rapport doet verslag van de uitkomsten van het eerste deel van het onderzoek. De onderzoeksvragen kunnen als volgt geformuleerd worden: 1.Wat wordt tijdens de VRO-opleidingen voor motorrijders aan cursisten geleerd? 2.Welke werkzaamheden verricht de VRO-instructeur tijdens de VRO? 3.Uitgaande van de werkzaamheden die worden verricht en de definitie van het werkterrein, welke eisen zijn te stellen aan inzichten en vaardigheden van VRO-instructeurs? 4.Welke definities of definiërende kenmerken zijn van toepassing op voortgezette rijopleidingen? De conclusies van dit rapport zijn mede uitgangspunt voor het tweede deel van het onderzoek

An inventory of advanced driving instruction for motorcyclists and the knowledge and skills instructors should possess in order to provide this instruction The new Motor Vehicle Driver Instruction Act (WRM 1993) became effective on 1 January 1995. This new legislation sets higher requirements on driving instructors. The purpose of these higher quality demands in regard to the training of future instructors is to improve motorcyclist training and therefore the driving skills of young licensed drivers. When evaluating the new legislation, a significant gap was found between the new legislation and what was happening in practice. Article 7 of the WRM 1993 states that persons providing driving instruction should be awarded an instructor's certificate by the Innovam institute. This has raised the question whether all activities aimed at improving driving skills have to be included under the WRM 1993. If so, this would mean that persons who provide instruction to licensed drivers within the framework of advanced driving instructions, which are not required by law, would also have to have an instructor's certificate. Furthermore, they would be required to pass an application test. At this time, this poses a problem, especially in regard to the advanced motorcyclist training courses, since a considerable number of advanced instructors does not have a driving instructor's certificate. Due to this situation, the Minister of Transport and Public Works asked the SWOV Institute for Road Safety Research to conduct a study that would provide clarity about how the quality of advanced motorcyclist training courses can be assured and the possible role of legal regulations in this. Since possible complications are concentrated in the area of advanced motorcyclist training courses for individual motorcyclists, the study will focus on these training courses. The study is divided in two parts. The first part describes the field of action itself. This includes a descriptive overview of the most important subject matter covered by the advanced motorcyclist training, the instructors' activities to teach this subject matter, and the skills required to accomplish this. Another overview shows how advanced motorcyclist training courses are defined by the largest providers of such courses, including the ‘Dutch association for increased motor driving skills' (Nederlandse Vereniging voor Verhoogde Motorrijvaardigheid, NVVM) and a Dutch motorcyclists association (Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging, KNMV). The second part of the study examines the possibilities for testing the quality requirements to be placed on advanced motorcyclist instructors. This report relates the outcomes of the first part of the study. The research questions can be formulated as follows: -What is taught to students during the advanced motorcyclist courses? -What activities is the advanced motorcyslist instructor engaged in? -Based on the activities being engaged in and the definition of the field of activity, what requirements can be made in regard to the insights and skills of the instructors? -What definitions or defining characteristics apply to advanced motorcyclist training courses? The conclusions of this report will be a point of departure for the second part of the study

Print this page