Publication

GHB-gebruik onder ernstig gewonde autobestuurders opgenomen in het ziekenhuis

Author(s)

Houwing, S.

Year

2011

Download

PDF icon pdf (297.92 KB)

De drug GHB (gamma-hydroxybutyraat) wordt met name recreatief gebruikt als partydrug. Uit verschillende onderzoeken onder autobestuurders die door de politie verdacht werden van rijden onder invloed, blijkt dat GHB kan leiden tot onveilig rijgedrag. Vanwege deze negatieve effecten op het rijgedrag is GHB opgenomen in het wetsvoorstel voor wettelijke limieten voor drugs in het verkeer, dat in april 2011 aan de Raad van State is aangeboden. De wettelijke limiet die voor GHB is voorgesteld, is 10 nanogram per milliliter bloed of serum (ng/ml). Voor zover bekend is nog geen experimenteel of epidemiologisch onderzoek gedaan naar het precieze effect van GHB-gebruik op de verkeersveiligheid. Zoals gezegd is er wel onderzoek gebaseerd op politierapporten of analyses van bloed van autobestuurders die al verdacht worden van drugsgebruik. Gegevens over de precieze effecten van GHB op de rijvaardigheid en de prevalentie en de risico's van GHB in het verkeer ontbreken echter. In dit verkennend onderzoek zijn de GHB-concentraties bepaald in 180 serummonsters van ernstig gewonde autobestuurders die opgenomen waren in drie ziekenhuizen in Enschede, Tilburg en Nijmegen in de periode 2007-2009. (Dit waren ernstig gewonde autobestuurders volgens de definitie van een 'ernstig verkeersgewonde': autobestuurders die zijn opgenomen in een ziekenhuis met een letselernst, uitgedrukt in de Maximum Abbreviated Injury Score, van ten minste 2.) De serummonsters waren in het kader van het EU-project DRUID (Driving Under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines) eerder geanalyseerd op alcohol en 22 andere psychoactieve stoffen. Van de 180 ernstig gewonde autobestuurders zijn er 5 positief getest voor GHB. Hun serumwaarden varieerden van 42 ng/ml tot 424 ng/ml. In vergelijking met het gebruik van andere drugs, is de prevalentie van GHB onder de onderzochte ernstig gewonde autobestuurders relatief hoog met 5 van de 180 (2,8%). Dit lijkt erop te wijzen dat GHB-gebruik inderdaad een negatief effect heeft op de verkeersveiligheid. In welke mate GHB het risico op ernstig letsel in een verkeersongeval verhoogt, kan echter alleen bepaald worden als er ook gegevens beschikbaar zijn over de prevalentie van GHB in het verkeer. Het is daarom aan te bevelen om bij toekomstige studies naar drugsgebruik in het verkeer ook GHB op te nemen in de lijst met te analyseren stoffen. Het lijkt erop dat de GHB-positieve autobestuurders die ernstig gewond in het ziekenhuis belanden relatief vaak jonge mannen zijn, die minder vaak de gordel dragen en relatief vaak bij eenzijdige ongevallen betrokken zijn. Door het kleine aantal ernstig gewonde autobestuurders dat GHB-positief is, moeten deze resultaten met de nodige voorzichtigheid betracht worden, hoewel ze niet af lijken te wijken van Noorse, Zweedse en Amerikaanse onderzoeksresultaten.

GHB use among seriously injured car drivers who were admitted to hospital The drug GHB (gamma-hydroxybutyric acid) is mainly used for recreation as a club drug. Several studies among car drivers whom the police suspected to have driven under the influence indicate that GHB use can lead to unsafe driving. These negative effects on driving were reason to include GHB in the law proposal for legal limits for drugs in traffic that was offered to the Council of State of the Netherlands in April 2011. The legal limit that was proposed for GHB is 10 nanograms per millilitre blood or serum (ng/ml). To our knowledge no experimental or epidemiological studies have been carried out into the precise effect of GHB use on road safety. As mentioned, there have been studies that were based on police reports or blood analyses of car driver who were already suspected of having used drugs. There is no data, however, on the precise effects of GHB on driving skills and the prevalence and risks of GHB in traffic. In this exploratory study the GHB concentrations were determined in 180 serum samples of seriously injured car drivers who had been admitted to three hospitals in the cities Enschede, Tilburg and Nijmegen during the period 2007-2009. (These drivers were seriously injured according to the definition of a 'serious road injury': drivers who are admitted to hospital with a minimum injury severity of 2 on the Maximum Abbreviated Injury Scale.) Within the EU project DRUID (Driving Under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines) the serum samples had previously been tested for alcohol and 22 other psychoactive substances. Five of the 180 seriously injured car drivers tested positive for GHB. Their serum values ranged from 42 ng/ml to 424 ng/ml. In comparison with the use of other drugs, the prevalence of GHB among the seriously injured car drivers is relatively high with 5 in 180 (2.8%). This seems to indicate that GHB use does indeed have a negative effect on road safety. However, to which extent GHB also increases the risk of sustaining serious injury in a road crash can only be determined if data on the prevalence of GHB in traffic is also available. Therefore, it is to be recommended to include GHB in the list of substances to be analysed for in future studies into the use of drugs in traffic. Relatively often, the GHB positive car drivers who are admitted to hospital with serious road injury seem to be young males who relatively often do not use the seat belt and who are relatively often involved in single vehicle crashes. As the number of seriously injured GHB positive car drivers is small, these results must be interpreted with some caution. However they seem to be similar to the results in Norwegian, Swedish and American research findings.

Print this page