Publication

Geneesmiddelen en drugs in het Nederlandse verkeer

Resultaten van het Europese onderzoeksproject DRUID die relevant zijn voor het Nederlandse verkeersveiligheidsbeleid

Author(s)

Houwing, S.; Hagenzieker, M.P.

Year

2013

Download

PDF icon pdf (1.48 MB)

Rijden onder invloed van alcohol, geneesmiddelen en drugs is een van de belangrijkste factoren die een rol spelen bij verkeersongevallen. Volgens een schatting van de Europese Commissie speelt alcoholgebruik een rol bij 25% van de dodelijke verkeersongevallen in Europa. Over de relatie tussen het gebruik van geneesmiddelen en drugs en verkeersongevallen is minder bekend. Europees onderzoek: DRUID Eind 2011 is het Europese project DRUID afgerond, een grootschalig onderzoek in de periode 2007-2009 naar rijden onder invloed van alcohol, drugs en medicijnen. Het hoofddoel van DRUID (Driving under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines) was om een wetenschappelijke basis te leveren voor het terugdringen van de verkeersonveiligheid in Europa. Om de aanpak van rijden onder invloed van drugs in Nederland te verbeteren, hebben de toenmalige ministers van Verkeer en Waterstaat en Justitie in 2010 een conceptwetsvoorstel gepresenteerd. Dit wetsvoorstel houdt in dat voor vijf soorten drugs (THC, amfetamines, cocaïne, heroïne en GHB) grenswaarden geïntroduceerd worden, net als voor alcohol. Deze grenswaarden zijn bepaald voor tien verschillende stoffen die recent gebruik van deze drugs kunnen aangeven. Daarnaast krijgt de politie in dit wetsvoorstel de bevoegdheid om verkeersdeelnemers door middel van speekseltesters te testen op recent drugsgebruik (Tweede Kamer, 2012). Geneesmiddelen en drugs Dit rapport geeft een samenvatting van de meest interessante resultaten van het DRUID-project voor het Nederlandse verkeersveiligheidsbeleid. Om te bepalen welke resultaten relevant zijn voor Nederland, heeft de SWOV een inventarisatie uitgevoerd onder medewerkers van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hieruit bleek dat er vooral behoefte is aan informatie op het gebied van geneesmiddelen en drugs in het verkeer. Daarom is in dit rapport geen apart overzicht opgenomen van de DRUID-resultaten voor alcohol. Uit een DRUID-studie onder ongeveer vijfduizend automobilisten blijkt dat in Nederland ruim 2% van de gereden autokilometers wordt afgelegd onder invloed van drugs. De meest voorkomende drugs in het verkeer zijn cannabis en cocaïne. Als het gaat om bestuurders onder invloed van rijgevaarlijke geneesmiddelen, is in het DRUID-onderzoek een aandeel gemeten van ongeveer 0,6%. Deze meting komt waarschijnlijk niet overeen met de realiteit, omdat het hier slechts een klein deel betrof van alle veelvoorkomende rijgevaarlijke geneesmiddelen. Het werkelijke aandeel is naar schatting dan ook twee keer zo groot: circa 1,2%. Als we kijken naar het Europese gemiddelde, dan ligt het gebruik van drugs in Nederland iets boven het gemiddelde; het gebruik van geneesmiddelen (en alcohol) is hier juist een stuk lager dan in de rest van Europa. Alcoholgebruik lijkt nog steeds een groter verkeersveiligheidsprobleem dan het gebruik van drugs of geneesmiddelen. In Nederland werd bij 25% van de 187 ernstig gewonde bestuurders alcohol aangetroffen, bij ongeveer 6,5% drugs of geneesmiddelen (inclusief GHB) en bij nog eens 4,5% een combinatie van alcohol en geneesmiddelen of drugs. Relatieve risico’s Niet elke psychoactieve stof is even gevaarlijk. De tabel hieronder geeft een overzicht van de relatieve risico’s van drugs- en geneesmiddelengebruik in het verkeer. Ter vergelijking zijn ook de relatieve risico’s van de verschillende bloedalcoholgehaltes in de tabel opgenomen. Risiconiveau: Matig verhoogd Relatieve risico: 1-3 Stoffengroep: Alcohol 0,1-0,5 g/L; Cannabis Risiconiveau: Middelmatig verhoogd Relatieve risico: 2-10 Stoffengroep: Alcohol 0,5-0,8 g/L; Cocaïne; Illegale opiaten; Medicinale opiaten; Z-drugs en benzodiazepines Risiconiveau: Sterk verhoogd Relatieve risico: 5-30 Stoffengroep: Alcohol 0,8-1,2 g/L; Amfetamines; Drugs-drugscombinaties Risiconiveau: Extreem verhoogd Relatieve risico: 20-200 Stoffengroep: Alcohol >1,2 g/L; Alcohol-drugscombinaties Als we kijken naar de verkeersrisico’s van drugs- en geneesmiddelengebruik, dan is de kans op ernstig letsel met name hoog bij de combinatie van drugs en/of geneesmiddelen met alcohol. Maar ook het enkelvoudig gebruik van drugs en bepaalde rijgevaarlijke geneesmiddelen verhoogt het risico vaak middelmatig tot sterk. Alleen voor het enkelvoudig gebruik van cannabis is slechts een matig verhoogd risico gevonden. Maar in ongeveer een kwart van de gevallen gebruikten Europese automobilisten cannabis in combinatie met alcohol of andere stoffen. Strafmaatregelen Over het effect van strafmaatregelen voor drugsgebruik in het verkeer is nog weinig bekend. Binnen DRUID is wel een literatuurstudie uitgevoerd op het gebied van rijden onder invloed van alcohol. Daaruit kan worden geconcludeerd dat gevangenisstraffen waarschijnlijk een beperkt specifiek preventief effect hebben op drugsovertreders. Deze sanctie wordt dan ook afgeraden en medische of educatieve maatregelen zijn mogelijk effectiever voor bestuurders die voor het eerst gepakt worden. Van een proeftijd gaat een beter preventief effect uit dan van een onbepaalde gevangenisstraf, mits er voldoende toezicht is. Omdat drugsgebruik niet alleen een probleem is voor de verkeersveiligheid, maar ook voor de maatschappij als geheel, zouden wettelijke maatregelen ook moeten worden gezocht in een breder kader dan alleen de verkeerswetgeving (bijvoorbeeld door de wettelijke minimumleeftijd voor alcoholgebruik te verhogen). Limieten DRUID-onderzoekers pleiten voor een duidelijk onderscheid tussen wetgeving voor drugsgebruik in het verkeer en wetgeving voor drugsgebruik in het algemeen. Het is hierbij niet nodig dat voor alle stoffen wettelijke limieten gelden, zolang de wetgeving voor overige drugs maar is gebaseerd op ‘impairment’: als blijkt dat de rijvaardigheid in ernstige mate is aangetast, kan een bestuurder ook worden bestraft voor het gebruik van een psychoactieve stof waarvoor geen limiet is vastgesteld. De vraag is of een limiet gebaseerd moet zijn op effecten op de rijvaardigheid of op de gevonden concentratie in het lichaam (nul-limiet). Volgens de onderzoekers is het lastig om die vraag te beantwoorden. Voor de meeste drugs gaat de voorkeur uit naar limieten op basis van effecten op de rijvaardigheid. Bij stimulerende drugs, zoals amfetamines, neemt de ongevalskans echter al toe bij lagere concentraties, bijvoorbeeld als de stof is uitgewerkt en de vermoeidheid toeslaat. In de Nederlandse en Noorse drugswetgeving wordt hier rekening mee gehouden en zijn de limieten lager ingesteld. In een DRUID-workshop gaven verschillende experts aan dat wettelijke limieten niet altijd wenselijk zijn. Gebruikers van geneesmiddelen zouden zo gestigmatiseerd kunnen worden als ze bij verkeerscontroles een soort medisch paspoort moeten laten zien. Anders dan bij drugsgebruikers hebben de meeste medicijngebruikers bovendien een hoog verantwoordelijkheidsbesef en houden ze zich doorgaans aan de voorgeschreven dosering. Ook verschillen de effecten bij een bepaalde dosis van persoon tot persoon. Daarnaast is het de verantwoordelijkheid van de medicijnverstrekker om bijvoorbeeld te wijzen op het gevaar van combinatiegebruik met alcohol. Tot slot concluderen de workshopdeelnemers dat illegaal gebruik van geneesmiddelen op dezelfde manier zou moeten worden bestraft als het illegaal gebruik van drugs in het verkeer. Speekseltesters Volgens het Nederlandse conceptwetsvoorstel mag de politie weggebruikers testen op drugsgebruik met speekseltesters. Deze test is een voorselectiemiddel en geldt niet voor de bewijsvoering: daarvoor is een bloedproef nodig. In het DRUID-project is gekeken naar de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van speekseltesters als wettelijk voorselectiemiddel. Als het gaat om de gebruikersaspecten, kwamen acht testers als veelbelovend naar voren. Deze acht testers zijn vervolgens geëvalueerd op de betrouwbaarheid van de analyseresultaten. De gevoeligheid voor sommige soorten drugs, zoals THC en cocaïne, bleek daarbij laag te zijn. Als een tester geen drugsgebruik aangeeft, hoeft dat dus niet te betekenen dat de bestuurder daadwerkelijk niets gebruikt heeft. Een ander aandachtspunt is dat de huidige generatie speekseltesters werkt op basis van antilichamen. Dit betekent dat lichaamseigen stoffen niet gedetecteerd kunnen worden. De drug GHB is zo’n lichaamseigen stof en kan dus niet met een speekseltester opgespoord worden. Al met al blijft de waarneming van de politieagent dus nog altijd van belang.

Medicines and drugs in Dutch traffic; Results of the European research project DRUID that are relevant for road safety policy in the Netherlands Driving under the influence of alcohol, psychoactive medicines and drugs is one of the major factors in road crashes. An estimate by the European Commission indicates that alcohol use is involved in 25% of the fatal crashes in Europe. Less is known about the relation between the use of psychoactive medicines and drugs and road crashes. European study: DRUID Late 2011, the European research project DRUID was rounded off. DRUID was a large-scale project into driving under the influence of alcohol, drugs and medicines. The main goal of DRUID (Driving under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines) was to create a scientific basis for reducing road unsafety in Europe. In 2010, the then Ministers of Traffic and Justice put forward a concept bill to improve the approach towards driving under the influence of drugs in the Netherlands. This bill entails that, just as for alcohol, legal limits are introduced for five types of drugs: THC, amphetamines, cocaine, heroin and GHB. Legal limits are determined for ten different substances that can indicate recent use of these drugs. In addition, in this bill the police are granted the power to test road users on recent drug use with saliva testers. Medicines and drugs The present report presents a summary of the most interesting results of the DRUID project for road safety in the Netherlands. To determine which of the results are relevant for the Netherlands, SWOV made an inventory among the staff of the Ministry of Infrastructure and the Environment. The inventory showed that there mainly is a need for information in the area of medicines and drugs in traffic. Therefore, this report does not discuss the DRUID results in relation with alcohol. A DRUID study among about five thousand drivers indicates that more than 2% of the kilometres travelled in the Netherlands are driven under the influence of drugs. The most common drugs used in traffic are cannabis and cocaine. When it comes to drivers under the influence of medicines that affect driving, their proportion measured in the DRUID research was about 0.6%. Probably this value does not agree with the real value as the medicines considered were only a small selection from all widely used medicines that may affect driving skills. Therefore, the real proportion is estimated to be twice as high: about 1.2%. Driving under the influence of drugs is just above the European average in the Netherlands; driving under the influence of medicines (and alcohol), on the other hand, is considerably lower in the Netherlands than in the rest of Europe. Alcohol use still seems to present a greater road safety problem than the use of drugs or medicines. In the Netherlands alcohol was found in 25% of the 187 seriously injured drivers, approximately 6.5% had used drugs or medicines (including GHB), and another 4.5% had used a combination of alcohol and medicines or drugs. Relative risks Not all psychoactive substances are equally dangerous. The table below presents a survey of the relative risks of the use of drugs and medicines in traffic. The relative risks of the different BAC’s are included in the table for comparison. Risk: Slightly increased Relative risk: 1-3 Substance: Alcohol 0,1-0,5 g/L; Cannabis Risk: Moderately increased Relative risk: 2-10 Substance: Alcohol 0,5-0,8 g/L; Cocaine; Illegal opiates; Medicinal opiates; Z-drugs and benzodiazepines Risk: Strongly increased Relative risk: 5-30 Substance: Alcohol 0,8-1,2 g/L; Amfetamines; Drug-drug combinatiins Risk: Extremely increased Relative risk: 20-200 Substance: Alcohol >1,2 g/L; Alcohol-drug combinations If we look at the traffic hazards due to the use of drugs and medicines, the risk of serious injury is especially high for the combination of different drugs and/or drugs and alcohol. But also the use of one single drug type or o one certain skill affecting medicine often increases the risk to moderately or strongly increased. A slightly increased risk was only found for the use of just cannabis. However, in a quarter of the cases European drivers used cannabis in combination with alcohol or other substances. Sanctions As yet, little is known about the effect of sanctions for drug use in traffic. Within the DRUID project a literature study was conducted concerning driving under the influence of alcohol. This study led to the conclusion that prison sentences probably have only a limited preventive effect on drug offenders. This sanction is therefore not recommended and medical or educational measures may be more effective for first offenders. Probation has a better preventive effect than imprisonment, provided sufficient supervision is available. As drug use is not just a road safety problem, but affects society as a whole, legal measures should not only cover traffic legislation, e.g. raising the legal minimum age for alcohol use. Limits DRUID researchers advocate making a clear distinction between legislation for drug use in traffic and drug use in general. It is unnecessary to set legal limits for all substances, provided that the legislation for the other drugs is based on ‘impairment’: if driving skills are found to have been seriously affected, a driver can also be punished for having used a psychoactive substance for which no limit has been set. The question is whether a limit must be based on the effects on driving skills or on the concentration found in the body (zero limit). According to researchers this question is hard to answer. For most drugs the preference is for limits that are based on the effects on the driving skills. For stimulating drugs like amphetamines, however, the risk of crashes already increases at small concentrations, for instance when the substance has ceased to be active and fatigue sets in. Legislation in the Netherlands and in Norway anticipates on this and the limits have been set lower. In a DRUID workshop several experts indicated that legal limits for psychoactive medicines are not always desirable. Those who have to use medicines could then be stigmatized if they were required to show some kind of medical passport at traffic surveillance. Other than drug users most users of medicines have a strong sense of responsibility and generally keep to the prescribed dosage. The effects of a certain dose also differ for each person taking it. Furthermore, the medicine supplier is responsible for indicating, for instance, the dangers of combined use with alcohol. Finally, the workshop attendants concluded that illegal use of medicines in traffic should be punished similarly to the illegal use of drugs in traffic. Saliva testers The concept legal bill in the Netherlands states that the police can use saliva testers to establish whether or not a road user has used drugs. This test is a preselection tool and cannot be used as evidence; a blood test is required for this. The DRUID project also investigated the usability and reliability of saliva testers as a legal preselection tool. On aspects concerning usability, eight testers appeared to be promising. These eight testers were then assessed on reliability of the analysis results. They were found to have low sensitivity for some drug types, e.g. THC and cocaine. This means that if a tester indicates that no drugs have been used, it is not necessarily the case that the driver indeed did not use any drugs. Another point of interest is that the present generation of saliva testers operates on the basis of antibodies. This means that the substances similar to the body’s own substances cannot be detected. The drug GHB is such a substance and can therefore not be traced with a saliva tester. All in all, police observation is therefore still important.

Print this page
report

Report number

D-2013-3

Pages

60 + 5

Publisher

SWOV, Leidschendam