Publication

Financiering van duurzaam-veilige regionale weginfrastructuur

Mogelijkheden voor versnelling van de aanleg

Author(s)

Wesemann, Mr. P.

Year

2004

Met de nota Veilig, wat heet veilig? heeft de SWOV eind 2001 aangegeven hoe het jaarlijkse aantal verkeersslachtoffers aanzienlijk omlaag gebracht zou kunnen worden. Deze voorstellen waren te beschouwen als aanvulling op de voorstellen zoals ontwikkeld in het toenmalige Nationaal Verkeers- en Vervoersplan (NVVP) van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. In Veilig, wat heet veilig? wordt onder andere voorgesteld om in een hoger tempo duurzaam-veilige infrastructuur aan te leggen. Daarvoor is extra geld nodig, en de vraag van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat aan de SWOV was om de financiële mogelijkheden voor een versnelling van de aanleg te onderzoeken. In deze studie is daarom nagegaan of wegbeheerders de verschillende budgetten die hen ter beschikking staan efficiënter kunnen besteden. Concreet was de vraag of duurzaam-veilige maatregelen in de periode 2003 tot 2010 vaker gecombineerd kunnen worden met het onderhoud van wegen en rioleringen dan tot op heden het geval is. Sinds 1998 wordt er gewerkt aan Duurzaam Veilig en volgens het NVVP zou in 2010 eenderde van het Nederlandse wegennet duurzaam-veilig ingericht moeten zijn om de doelstelling van -30% doden te halen ten opzichte van het jaar 1998 (het zgn. NVVP-maatregelenpakket). De SWOV heeft voorgesteld om vanaf heden het uitvoeringstempo op te voeren, zodat bijvoorbeeld in 2010 de helft van het wegennet aan de eisen van Duurzaam Veilig zou beantwoorden (het zgn. SWOV-pluspakket). Het onderhavige onderzoek naar de betaalbaarheid hiervan beperkt zich tot de wegen die in beheer zijn van provincies en gemeenten. Stapsgewijs zijn in dit rapport de volgende vragen beantwoord: - Wat kost het om eenderde van het wegennet duurzaam-veilig in te richten? - Welke budgetten stonden de wegbeheerders in de periode 1998-2002 ter beschikking ? - Hoeveel duurzaam-veilige maatregelen zijn in de periode 1998-2002 getroffen, hoeveel geld is daaraan besteed en uit welke budgetten is dat betaald? - Hoeveel maatregelen moeten er nog in de periode 2003-2010 getroffen worden om in 2010 eenderde van het wegennet duurzaam-veilig ingericht te hebben en wat kost dat? - Wat kost het extra om in 2010 de helft van het wegennet duurzaam-veilig ingericht te hebben? - Welke budgetten staan de wegbeheerders in de periode 2003-2010 ter beschikking en hoeveel geld zullen zij daaruit bestemmen voor Duurzaam Veilig? - Is dat voldoende om in 2010 eenderde dan wel de helft van een duurzaam-veilig wegennet ingericht te hebben? De vragen zijn grotendeels beantwoord op basis van kennis uit eerder uitgevoerd onderzoek en een analyse van gegevens uit de Rijksbegroting, aangevuld met een aantal veronderstellingen. Voor meer inzicht in de wijze waarop deze wegbeheerders Duurzaam Veilig momenteel financieren uit hun verschillende budgetten heeft KPMG in opdracht van de SWOV een onderzoek gedaan onder provinciale en gemeentelijke wegbeheerders in Overijssel. Een van de belangrijke onderzoeksresultaten is dat wegbeheerders het treffen van duurzaam-veilige maatregelen al vaak combineren met onderhoudswerk. Er is een scenario doorgerekend waarin zij dat altijd doen en een scenario waarin zij dat beperkt doen. Volgens beide scenario´s is de uitkomst van het onderzoek dat wegbeheerders in de periode 2003-2010 te weinig geld hebben voor realisatie van het NVVP-pakket en dus ook voor het SWOV-pluspakket. In het scenario waarin de wegbeheerders altijd combineren is er jaarlijks ruim 60 miljoen euro extra nodig voor het NVVP-pakket en nog eens 165 miljoen voor het pluspakket van de SWOV. In het andere scenario, waarin wegbeheerders beperkt combineren, is voor het NVVP-pakket 180 miljoen euro extra nodig en nog eens 165 miljoen voor het pluspakket. Het grootste deel van dat geld is nodig voor de herinrichting van de regionale stroomwegen; de rest is nodig voor de gebiedsontsluitingswegen. Deze berekening gaat ervan uit dat de extra middelen met ingang van 2004 beschikbaar komen. Ze hebben betrekking op de wegen van gemeenten en provincies. Met tekorten voor de rijkswegen (allemaal regionale stroomwegen) is geen rekening gehouden.

Financing of sustainably-safe regional road infrastructures; Possibilities of speeding up the construction In the report of late 2001 Safe, What is Safe?, SWOV indicated how the annual number of traffic casualties could be reduced considerably. These proposals were to be regarded as an addition to the proposals as were developed in the then National Traffic and Transport Plan of the Ministry of Transport. (NVVP). In Safe, What is Safe?, it was recommended, among other things, to implement the sustainably-safe infrastructure at a faster pace. This needs extra money and the Ministry of Transport asked SWOV to study the financial consequences of speeding up the implementation. This is why this study explored whether the road authorities could spend the various budgets made available more efficiently. The question came down to whether the sustainably-safe measures for the period 2003-2010 could be combined more often (than was the case up till now), with the road and sewage maintenance. Work has been going on since 1998 on Sustainably-Safe and, according to the NVVP, one third of the Netherlands road network would have had a sustainably-safe layout by 2010 to achieve the target of 30% less road deaths in comparison with 1998 (the so-called NVVP measure package). SWOV has proposed, from now onwards, to increase the implementation pace so that, for example, half of the road network would meet the Sustainably-Safe requirements in 2010 (the so-called SWOV plus-package). The present study of the affordability of this, limits itself to the roads of which provinces and boroughs are the (road) authority. In this report, the following questions are answered step by step: - What does it cost to provide one third of the road network with a sustainably-safe layout? - Which budgets were available to road authorities in the period 1998-2002? - How many sustainably-safe measures have been taken in the period 1998-2002, how much has been spent on them, and from which budgets did this money come? - How many measures will have to be taken during the period 2003-2010 to ensure that one third of the road network has a sustainably-safe layout, and what will this cost? - What are the extra costs for half of the road network to have a sustainably-safe layout in 2010? - Which budgets are available to the road authorities in the period 2003-2010, and how much of this is intended for Sustainably-Safe? - Is that sufficient to have given one third or half of the road network a sustainably-safe layout? The questions were mainly answered on the basis of knowledge from a previously conducted study together with an analysis of data from the State Budget, supplemented by a number of assumptions. In order to obtain a greater insight into the way in which these road authorities are financing Sustainably-Safe from their various budgets, SWOV commissioned KPMG accountants to conduct a study of the (provincial and municipal) road authorities in the province of Overijssel. One of the most important results was that road authorities already often combine sustainably-safe measures with maintenance work. A scenario was calculated in which they always do this, and one in which they only sometimes do it. The result of the study was that, according to both scenarios, road authorities do not have enough money in the period 2003-2010 to realise the NVVP package, let alone the SWOV plus-package. In the scenario in which the road authorities always combine, more than €60 million extra is needed for the NVVP package, and an additional €165 million for the SWOV plus-package. In the other scenario, in which road authorities only sometimes combine, €180 million extra is needed for the NVVP package, and an additional €165 million for the plus-package. By far the most of the money is needed for a new layout of the regional through-roads; the rest is needed for the distributor roads. This calculation assumes that the extra funds will be available starting 2004. They concern the provincial and municipal roads. The shortfalls of the state highways (all of which are regional through-roads) have not been taken into account.

Print this page
report

Report number

R-2003-9

Pages

38 + 1

Publisher

SWOV, Leidschendam