Publication

Evaluatie snelheidscampagnes op 80- en 100 km/uur-wegen in Overijssel

Rapportage over fase 0, 1 en 2

Author(s)

Oei, Ir. H.L.; Goldenbeld, Dr. Ch

Year

1995

Download

PDF icon pdf (2.32 MB)

In 1994 is in Overijssel een snelheidscampagne gehouden op 80- en 100 km/uur wegvakken. De campagne werd gedurende twee perioden van elk ongeveer drie maanden gehouden. In fase 1 werd op 32 wegvakken (vier politiedistricten) gecontroleerd op de snelheid van auto's en motoren gecontroleerd en in fase 2 op 39 wegvakken (vijf districten). Toezicht op naleving van de snelheidslimiet werd uitsluitend op kenteken - met radar en camera - verricht, vanuit een langs de weg geparkeerde onopvallende auto. Na de controle werd voorbij de controleplaats een bord geplaatst met de tekst ‘Uw snelheid is gecontroleerd. Politie'. Ter verhoging van de attentie van de automobilisten werd periodiek een snelheidsbord toegepast, waarop passerende automobilisten de gereden snelheid konden aflezen. Voor de start van de campagne en ook tijdens de campagne werd voorlichting gegeven via de regionale media. De rijsnelheid werd geëvalueerd door metingen uit te voeren vóór de start van de campagne en gedurende fase 1 en fase 2. Een enquête onder automobilisten werd gehouden, onder meer om de grootte van het draagvlak van deze vorm van controle na te gaan. De politie heeft rapport uitgebracht aangaande haar ervaringen met deze vorm van controle. Gemiddeld is ieder wegvak in fase 1 om de zes werkdagen gedurende 1,5 uur gecontroleerd geweest. In fase 2 was dit om de zeven dagen. Het snelheidsniveau is in fase 1 vrij sterk afgenomen, om in fase 2 echter weer toe te nemen. Op de autoweg is het percentage voertuigen dat sneller dan de limiet rijdt van 27 naar 22 en 19% afgenomen. Op wegen gesloten voor langzaam verkeer is de verandering geweest van 59% naar 49% en 58% en voor wegen gesloten voor (brom)fietsers van 56% naar 48% en 53%. Op wegen open voor alle verkeer is de verandering geweest van 47% naar 28% en 32%. De enquête-resultaten gaven te zien dat deze vorm van snelheidscontrole door een grote meerderheid van de automobilisten werd geaccepteerd. De landelijke reorganisatie van de politie vormde een handicap bij een goede uitvoering van de campagne: verandering van communicatielijnen en procedures vormden aanvankelijk een probleem. Slechts in één district was het aanvankelijk een probleem om aan voldoende opgeleide radar-waarnemers te komen; waarnemers moesten speciaal opgeleid worden. Van de afgesproken politie-inzet werd in fase 1 gemiddeld 84% en in fase 2 gemiddeld 49% gerealiseerd. De gemiddelde inzet over de twee fases samen bedroeg 65%. Om de taakstelling met betrekking tot het speerpunt ‘Snelheid' voor het jaar 2000 te kunnen realiseren, wordt aanbevolen om verkeerstoezicht, in het bijzonder toezicht op snelheid, hogere prioriteit te verlenen en meer menskracht in te zetten

A speed enforcement campaign was conducted on a 2-lane provincial road network in the province of Overijssel in 1994. The speed limit on the greater part of the network is 80 km/h, the other part having a limit of 100 km/h. The campaign was conducted during two periods of around three months each, before and after the summer holidays. The number of roads selected was 32 in phase 1 - joined by four police districts - and 39 in phase 2, joined by five districts. The enforcement was done using radar and camera from an umarked car parked along side the road. Down-stream of the radar car a portable sign reading ‘Your speed has been enforced. Police' (translated in English) is placed. For the purpose of enhancing the attentiveness of drivers a portable speed sign showing the speed of passing cars is periodically applied. Before the start and also during the campaign information regarding the campaign and the results of the police control is given in regional media. Each road section is enforced on average every six workdays in phase 1 during 1,5 hours per day and every seven working days in phase 2. A survey was conducted to ascertain the bearing of this type of enforcement among car drivers. The police made an evaluation report regarding their experience with the campaign and the problems encountered. The speed level was reduced considerably in phase 1, to increase again on most road types in phase 2. On roads having a speed limit of 100 km/h the percentage of speeders went from 27% to 22% and 19%. On roads closed for slow vehicle types this percentage was lowered from 59% to 49% to increase again to 58%, and on roads with a separate bicycle track these percentages are 56% to 48% and 53%. Roads open for all vehicle types show the following percentages: 47% to 28% and 32%. The survey showed that this type of speed enforcement was accepted by a great majority of the car drivers. The national reorganisation of the police force was a handicap for the campaign, as traffic enforcement getting low priority, in one district specialised and experienced radar operators was lacking, so special training was needed. The planned police manpower for the campaign could partly be realised: 85% in phase 1 and 49% in phase 2, the average for both phases is 65%. For realisation of the national objectives regarding speed and safety higher priority should be given to speed enforcement

Print this page
report

Report number

R-95-36

Pages

24 + 44

Publisher

SWOV, Leidschendam