Publication

Ernstig verkeersgewonden 2015

Schatting van het aantal ernstig verkeersgewonden in 2015

Author(s)

Bos, N.M.; Houwing, S.; Stipdonk, H.L.

Year

2016

Iets meer ernstig verkeersgewonden in 2015

Het aantal ernstig verkeersgewonden (EVG) in 2015 is geschat op 21.300. Dit is 600 meer (+3%) dan de schatting van het aantal EVG in 2014.

Definitie ernstig verkeersgewonde

Het aantal ernstig verkeersgewonden is een belangrijke indicator voor de verkeersonveiligheid. Een ernstig verkeersgewonde wordt in Nederland sinds 2010 als volgt gedefinieerd:

Een ernstig verkeersgewonde is een slachtoffer dat als gevolg van een verkeersongeval is opgenomen in een ziekenhuis met een letselernst uitgedrukt in MAIS (Maximum Abbreviated Injury Score)[1] van ten minste 2, en dat bovendien niet binnen 30 dagen overleden is aan de gevolgen van het ongeval.

Er is geen register waarin alle ernstig verkeersgewonden zijn geregistreerd. Daarom wordt het aantal ernstig verkeersgewonden sinds 2008 bepaald door de gegevens uit twee databronnen met elkaar te vergelijken: BRON [2] (politieregistratie) en de LBZ (gegevens van ziekenhuisopnamen). Hierbij wordt ervan uitgegaan dat alle ernstig verkeersgewonden in de LBZ [3] voorkomen.

De methode om het aantal ernstig verkeersgewonden te bepalen bestaat uit drie onderdelen:

  1. de koppeling van BRON en LBZ;
  2. een correctie voor incompleetheid van de LBZ en voor ongevallen die niet op de openbare weg plaatsvonden;
  3. een correctie voor misclassificaties in de LBZ. In de LBZ zijn namelijk niet alle verkeersslachtoffers herkenbaar, doordat soms een verkeerde externe oorzaak wordt gecodeerd.

Toename van 3%

Ten opzichte van 2014 is het aantal EVG in 2015 met 3% toegenomen tot circa 21.300. Deze toename deed zich zowel voor in de relatief lichtere letselernstklasse MAIS2 (+2%) als in de relatief zwaardere letselernstklasse MAIS3+ (+4%). Net als in het voorgaande jaar, is het ook in 2015 niet mogelijk om van het totale aantal ernstig verkeersgewonden een onder­verdeling te maken in verschillende vervoerswijzen. Dat komt doordat van een groot aantal slachtoffers (41%) de vervoerswijze niet bekend is in BRON. Dat geldt in 2015 bovendien ook vaak voor de ‘tegenpartij’ van het slachtoffer. Dit is een ongewenste ontwikkeling: het beperkt het inzicht in de verkeersonveiligheid.

We kunnen wel de ontwikkelingen van afzonderlijke groepen slachtoffers in kaart brengen. Hiervoor maken we gebruik van de in de LBZ geregistreerde patiënten met ernstig verkeersletsel (MAIS2+). Dit zijn er in het ontslagjaar 2015 20.411. Het is onzeker of de hierin ontbrekende slachtoffers (circa 1.000) goed worden gerepresenteerd. Deze onzekerheid betekent dat de gegevens over nadere onderverdelingen behoedzaam moet worden geïnterpreteerd. Als we niettemin afgaan op de ontwikkeling van de LBZ-geregistreerde aantallen, lijkt de stijging zich over de gehele linie voor te doen (zowel motorvoertuig-ongevallen als ongevallen zonder motorvoertuig). Dit uit zich in een gelijkblijvend aandeel ongevallen met motorvoertuigen (circa 47%) en met niet-motorvoertuigen (circa 53%).

Monitor verkeersveiligheid

In de Monitor verkeersveiligheid voert SWOV gedetailleerde analyses uit om deze en andere ontwikkelingen te duiden. De resultaten hiervan worden beschreven in het monitorrapport van Korving et al. (2016), dat gelijktijdig zal verschijnen.

Minder nauwkeurig

De schatting van het aantal EVG bevatte tot en met 2009 nog gegevens over de onderverdeling naar ernstklasse, regio en vervoerswijze. De schatting is echter sinds 2010 om drie redenen minder nauwkeurig geworden:

  • de overgang van ziekenhuizen op een ander coderingssysteem (van ICD9-CM naar ICD10 [4]);
  • een achteruitgang in de registratie van slachtoffers in BRON;
  • een minder compleet LBZ-bestand.

Onderzoeksmethode

De methode om het aantal ernstig verkeersgewonden in 2015 te schatten, is in grote lijnen dezelfde als vorig jaar. Het meest praktische verschil is dat de selectie uit het LBZ-bestand niet meer rechtstreeks aan SWOV mag worden geleverd (vanwege de privacywetgeving). Daarom zijn de data dit keer aangeleverd aan het CBS, en is vrijwel het hele SWOV-onderzoek uitgevoerd in de beveiligde on-site-omgeving van het CBS. Ook moest een oplossing worden gevonden voor de ontbrekende informatie over de vervoerswijze van slachtoffer en tegenpartij in BRON.

Door de verminderde nauwkeurigheid van de schatting sinds 2009 wordt er met terugwerkende kracht alleen nog beperkt gestratificeerd naar ernstklasse (MAIS2 en MAIS3+) en vervoerswijze (motorvoertuigongevallen en niet-motorvoertuigongevallen). Door deze maatregel blijft het mogelijk om een consistente reeks te produceren, maar zijn stratificaties naar andere variabelen helaas niet meer mogelijk.

Politieregistratie verbetert, kwaliteit invoer blijft achter

De invoering van het registratie­systeem KenmerkenmeldingPLUS bij de politie (in 2013), heeft voor het derde jaar op rij geleid tot een toename van het aantal goede koppelingen tussen BRON- en LBZ-records. Toch blijft de kwaliteit van de koppelingen nog te laag. Bepaalde velden ontbreken in BRON (ziekenhuisnaam, vervoerswijzen en andere kenmerken), terwijl die wel nodig zijn voor een goede koppeling en berekening van het aantal ernstig verkeersgewonden. Daardoor is het ook nog steeds niet mogelijk om meer onderverdelingen te maken in het aantal ernstig verkeersgewonden. Hiervoor zal de kwaliteit van de registratie, en vooral de kwaliteit van de invoer verder moeten verbeteren.

Ook de ziekenhuisregistratie verbetert

De LBZ is de laatste jaren steeds completer geworden. In 2015 ontbreekt minder dan 1% van de klinische opnamen. De nieuwe codeerinstructie in ziekenhuizen, met betrekking tot het registreren van externe oorzaken (DHD ICD10 codeadviezen (2015)), lijkt bij de meeste ziekenhuizen goed te werken. In 2015 worden slachtoffers onder motorrijders weer apart geregistreerd. Ook is het nu mogelijk om onderscheid te maken tussen bromfiets en snorfiets en tussen racefiets en elektrische fiets (voor zover informatie daarover beschikbaar is in het medisch dossier).

Gegevens van ambulanceritten

Een ander initiatief om meer inzicht te krijgen in de verkeersonveiligheid, is het ontsluiten van gegevens van ambulanceritten voor verkeersveiligheids­onderzoek. Dit initiatief is in 2013 gestart door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de dienst Water, Verkeer en Leefomgeving (WVL) van Rijkswaterstaat en SWOV. Dit heeft in het najaar van 2015 geleid tot een database met geanonimiseerde ongevals- en patiëntgegevens van spoedeisende ambulanceritten in de periode 2009-2012. Omdat deze database nog geen ambulancegegevens bevat van na 2012, kunnen we deze database nog niet benutten voor aanvullende analyses.


[1]AIS staat voor Abbreviated Injury Scale. De waarde van een letsel op deze schaal representeert de ernst van het letsel. De waarde van de Maximum AIS (MAIS) representeert het ernstigste letsel bij een slachtoffer. De MAIS loopt van 1 (licht letsel) tot 6 (maximaal). De AIS is opgesteld door de Association for the advancement of automotive medicine (AAAM; www.aaam.org) en wordt door de EU aanbevolen als indicator van letselernst in verkeersongevallen.

[2]BRON: Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland, de politieregistratie van verkeersongevallen.

[3]LBZ: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg, de registratie van ziekenhuizen. De LBZ volgt sinds 2013 de LMR (Landelijke Medische Registratie) op.

[4]ICD10: International Classification of Diseases (versie 10).

Serious road injuries 2015; Estimate of the number of serious road injuries in 2015

Slight increase in serious road injuries in 2015

The number of serious road injuries (SRI) in 2015 has been estimated at 21 300. This is 600 higher (+3%) than the estimate of the number of SRI in 2014.

Definition serious road injury

The number of serious road injuries is an important road safety indicator. Since 2010, a serious road injury is defined as follows in the Netherlands:

A serious road injury is a road crash casualty who has been admitted to hospital with a minimum injury severity of 2, expressed in MAIS (Maximum Abbreviated Injury Score [1]), and who also did not die of the consequences within 30 days after the crash.

No register is available in which all serious road injuries are registered. Since 2008, the number of serious road injuries is therefore determined by comparing the data in two different data sources:  BRON [2] (police registration) and the LBZ [3] (hospital discharge data). All serious traffic injuries are assumed to occur in the LBZ.

The method to determine the number of serious road injuries consists of three steps:

  1. linking BRON and LBZ;
  2. a correction for incompleteness of the LBZ and for crashes that did not occur on a public road;
  3. a correction for misclassifications in the LBZ. Not all road crash casualties can be identified in the LBZ, because sometimes a wrong external cause is encoded.

A 3% increase 

Compared to 2014, the number of SRI in 2015 increased with 3% to approximately 21 300. This increase occurred both in the relatively lighter injury severity category MAIS2 (+ 2%) and in the relatively heavier injury severity category MAIS3+ (+ 4%). Like in the preceding year, it is also not possible in 2015 to make a distribution of the total number of serious road injuries by mode of transport. This is due to the fact that for a large number of casualties (41%) the mode of transport has not been registered in BRON. Moreover, in 2015 this is often also the case for the crash opponent of the casualty. This is an undesirable development: it limits the insight in road safety problems.

We can, however, give insight in the developments of individual groups of casualties. For this, we use the patients who are registered in the LBZ with serious traffic injury (MAIS2+). In the year 2015, 20,411 patients in this category were discharged from hospital. It is uncertain whether the unobserved casualties (around 1,000) are represented correctly. This uncertainty means that in further distributions the data should be interpreted with caution. If we nevertheless rely on the development of the numbers registered in LBZ, the increase seems to occur for all categories (both for crashes with motor vehicles and for crashes without motor vehicles). This is expressed by a constant proportion of crashes involving motor vehicles (approximately 47%) and crashes not involving motor vehicles (approximately 53%).

Road Safety Monitor

In the Road Safety Monitor SWOV carries out detailed analyses to interpret these and other developments. The results will be described in the monitor report of Korving et al. (2016), which will be published simultaneously.

Less accurate

Until the year 2010 the estimate of the number of SRI also contained data about the distribution by the category of severity, region and mode of transport. Since 2010, however, the estimate has become less accurate for three reasons:

  • the transition by hospitals to a different encoding system (from ICD9-CM to ICD10 [4]);
  • a decline in the registration of casualties in BRON;
  • a less complete LBZ file.

Research method

The method used to estimate the number of serious road injuries in 2015 is largely the same as last year. The most practical difference is that the selection from the LBZ database could not be handed over to SWOV directly, due to privacy legislation. For this reason the data were provided to Statistics Netherlands this time, and nearly all of the SWOV research was carried out in the secure on-site environment of Statistics Netherlands (CBS). A solution also had to be found for the missing information in BRON about the modes of transport of both casualty and crash opponent.

Due to the reduced accuracy of the estimation since 2009, there is only limited stratification for severity category (MAIS2 and MAIS3+) and mode of transport (motor vehicle crashes and non-motor vehicle crashes). This is done retrospectively and it is therefore possible to produce a consistent series.  However, stratifications for other variables are unfortunately no longer possible.

Police registration improves, quality of the input falls short 

For the third year in a row, the introduction of the registration system KenmerkenmeldingPLUS at the police force (in 2013), has led to an increase in the number of correct matches between BRON records and LBZ records. Nevertheless, the quality of the matches is still insufficient. Certain fields are missing in BRON (hospital name, transport modes and other characteristics), while these are necessary for a correct link and for calculating the number of serious road injuries. Thereby, it is still not possible to make more distributions in the number of serious traffic injuries. This requires further improvement of the quality of the registration, and especially of the quality the input.

The hospital registration also improves

In recent years, the LBZ has become more and more complete. In 2015 less than 1% of clinical admissions are missing. The new coding instruction in hospitals, with regard to the registration of external causes (DHD ICD10 coding advice (2015)), seems to work well in most hospitals. In 2015, casualties among motorcycle riders are registered separately again. Also it is now possible to distinguish between moped and light moped, and between racing bike and pedelec (as far as information is present in the medical record).

Data of ambulance rides

Another initiative to gain more insight in road safety problems is making data from ambulance rides available for road safety research. In 2013, this initiative was started by the Ministry of Infrastructure and the Environment, in collaboration with RIVM (National Institute for Public Health), Rijkswaterstaat Water, Traffic and Living environment (WVL) and SWOV. In the autumn of 2015 this has led to a database of anonymised crash and patient data of emergency ambulance rides in the period 2009-2012. Because this database does not yet contain data of years after 2012, we cannot yet use this database for additional analyses.


[1] AIS is short for Abbreviated Injury Scale. The value of an injury on this scale indicatest he severit waarde van een letsel op y of that injury. The value of the Maximum AIS (MAIS) represents the most serious injury a casualty has sustained. The MAIS ranges from van 1 (slight injury) to 6 (maximum). The AIS has been designed by the Association for the advancement of automotive medicine (AAAM; www.aaam.org) and is recommended by the EU as the indicator of injury severity due to road traffic crashes.

[2] BRON: Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland, the police registration of road traffic crashes.

[3] LBZ: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg, the hospital registration. In 2013, the LBZ replaced the LMR (Landelijke Medische Registratie).

[4] ICD10: International Classification of Diseases (version 10).

Print this page
report

Report number

R-2016-13

Pages

54 + 12

Publisher

SWOV, Den Haag