Publication

Emoties bij vrachtautochauffeurs

Vragenlijststudie naar emoties en stemmingen in diverse verkeerssituaties en de relaties met onveilig gedrag

Author(s)

Levelt, Dr. P.

Year

2001

Vrachtautochauffeurs ervaren op de weg zowel de prettige als de onprettige kanten van hun werk. Het werk zelf wordt vaak prettig gevonden, maar de speciale maatregelen voor vrachtauto's worden soms onprettig of zelfs irritant gevonden. Deze vragenlijststudie onder vrachtautochauffeurs gaat erover of deze emoties consequenties hebben voor veilige en onveilige gedragingen. Het onderzoek bestaat uit drie onderdelen. In het eerste werd onderzocht of er verkeerssituaties zijn die met het inhaalverbod voor vrachtauto's en de snelheidsbegrenzer voor vrachtauto's te maken hebben. Er werd aan 85 vrachtautochauffeurs gevraagd hoe frequent ze deze situaties tegenkomen en hoe ‘vervelend' ze die vinden. In het tweede deel van het onderzoek werd onderzocht hoe, vooral negatieve, emoties zich in zes van deze verkeerssituaties ontwikkelden en wat hiervan de consequenties waren voor gedrag en veiligheid. Dit werd onderzocht aan de hand van stellingen die aan 206 vrachtautochauffeurs werden voorgelegd. In het derde deel van het onderzoek werd meer in het algemeen de ‘emotionele huishouding' onderzocht: welke stemmingen en emoties zijn er in het algemeen aanwezig vóór en tijdens het rijden en hoe hangen deze samen met (on)veiligheid. Aan alle vrachtautochauffeurs werden vragen gesteld over leeftijd, ervaring, soort transport, afgelegde afstanden, en ook over overtredingen, bekeuringen, bijna-ongevallen en ongevallen. Verkeerssituaties door inhaalverboden en snelheidsbegrenzer Uit het eerste deel van het onderzoek blijken van de 32 verkeerssituaties een aantal aan beide maatregelen, inhaalverbod en snelheidsbegrenzer, geweten te worden. Daarvan worden het meest irritant gevonden: - niet langs een langzame vrachtauto kunnen; - geen constante snelheid kunnen houden; - in colonne moeten rijden; - een andere vrachtwagen heel dicht achter zich hebben om de chauffeur sneller te laten rijden (‘dicht op rijden'). Deze vier situaties worden wel veel vaker aan het inhaalverbod dan aan de snelheidsbegrenzer geweten. Ook werden er irritante verkeerssituaties aangewezen die als het gevolg van één van beide maatregelen worden gezien. Conflictsituaties met bestuurders van ‘luxewagens' (personenauto's) worden over het algemeen vervelender gevonden dan die met vrachtautochauffeurs, ook al komen ze minder voor. Dit is een aanwijzing voor grotere empathie met vrachtautochauffeurs. Opvallend is verder dat de inhaalverboden irritanter worden gevonden dan snelheidsbegrenzers, en aanleiding zijn tot meer boosheid. Ontwikkeling van emoties in verkeerssituaties Emoties ontstaan als een belang (norm, wens, verlangen, attitude) wordt geschaad of bevorderd. Hierdoor ontstaan gevoelens (boosheid, trots, enzovoort), actietendensen (neigingen om actie te ondernemen) en acties (openlijke gedragingen, gedachten, expressies). Dit ‘emotieproces' is onderzocht bij vrachtautochauffeurs in het tweede deel van dit onderzoek. Een belang dat onder andere geschaad wordt is dat men niet lekker in eigen tempo kan rijden. Dat kan betekenen dat men tijdverlies ervaart. Maar het kan ook zijn dat men langzamer of sneller moet rijden dan men wil. Opvallend is verder dat men niet graag medeweggebruikers ophoudt. Aantasting van veiligheid komt ook regelmatig voor. Vrijheid, controle en tijd zijn minder in het geding. De gevoelens ergernis en boosheid volgen als men iemand anders de schuld geeft en zich tegelijkertijd geschaad voelt in een belang. Deze negatieve gevoelens leiden tot acties die in drie typen kunnen worden onderscheiden: ‘actief vooruit' (dicht op rijden, proberen in te halen bij inhaalverbod, knipper en of toeteren), ‘uitingen' (mopperen tegen collega's, de ander aanspreken, vloeken op de maatregelen, knipperen of toeteren, hard rijden na afloop) en ‘doorzetten-afzakken' (bij moeilijk inhalen: onverstoorbaar doorrijden, sneller gaan rijden, zich juist niet laten afzakken, hard rijden na afloop). Jongere chauffeurs ageren iets meer dan oudere. Het zal duidelijk zijn dat veel van deze acties niet veilig zijn of weer tot onveilige acties van anderen kunnen leiden. De opluchting is erg sterk wanneer dergelijke verkeerssituaties ophouden. Vrachtautochauffeurs begaan meer overtredingen en krijgen meer bekeuringen wanneer ze meer schade aan belangen ervaren, meer negatieve gevoelens hebben, en vooral wanneer ze meer ageren. Kortom, wanneer ze emotioneler zijn in deze situaties. Stemmingen, emoties en onveiligheid In het derde deel van het onderzoek is in algemenere zin naar de ‘emotionele huishouding' (stemmingen en emoties) gekeken. Er blijken drie soorten stemmingen te kunnen worden onderscheiden: een ‘energieke' stemming, een ‘goede, kalm-ontspannen' stemming, en een ‘gejaagd-geïrriteerde' stemming. Deze stemmingen hangen niet samen. Dit betekent bijvoorbeeld dat als men vaker in een goede, kalm-ontspannen stemming is, dit niets zegt over het feit hoe vaak men al of niet energiek is of gejaagd-geïrriteerd. Er blijken drie soorten emoties te kunnen worden onderscheiden: ‘genieten van hard rijden', ‘schuldgevoel (over benadelen van anderen) en spijt (over bewuste overtredingen)', en ‘genieten van rijden en vrijheid'. Ook deze emoties komen onafhankelijk van elkaar voor. Vrachtautochauffeurs die vaker in een energieke stemming zijn hebben ook vaker spijt en schuldgevoel. Is men vaker in een goede kalm-ontspannen stemming dan geniet men meer van rijden en vrijheid. En is men vaker in een gejaagd-geïrriteerde stemming dan geniet men meer van snelheid en geniet men iets minder van rijden en vrijheid. Vrachtautochauffeurs zijn veelal in een goede, kalm-ontspannen stemming, en genieten van het rijden. Genieten van hard rijden komt bij een kwart voor, evenals gebrek aan schuld en spijt. Jongere chauffeurs zijn iets minder vaak in een energieke stemming en in een goede, kalm-ontspannen stemming; zij genieten iets meer van hard rijden, hebben minder spijt en schuldgevoel, en genieten iets minder van rijden en vrijheid. Het begrip ‘vermoeidheid' wordt meestal niet opgevat als een emotie of stemming. Toch is dat een interessante opvatting. In deze studie is bij chauffeurs op twee manieren naar vermoeidheid gevraagd: er is gevraagd naar een ‘energieke' stemming (tegenover een ‘vermoeide' stemming), en er is gevraagd of men zijn auto wel eens aan de kant zet omdat men te moe is. De antwoorden op deze twee vragen blijken samen te hangen: chauffeurs met een minder ‘energieke' stemming zetten ook iets vaker hun auto aan de kant omdat ze te moe zijn. Dit komt relatief vaker voor bij jongere chauffeurs. Opvallend is dat dit geen relatie heeft met duur van de werkweek. Mogelijke verklaringen zijn dat jongere chauffeurs buiten hun werk minder uitgerust raken. Het kan ook zijn dat de rijtaak voor hen te weinig uitdagend is waardoor verveling toeslaat. De snelheidsbegrenzer, de inhaalverboden en het colonne-rijden maken de taak monotoon. Monotone taken leiden tot verveling, en verveling doet de alertheid afnemen met gevolgen voor onveiligheid. Positieve gevolgen van emoties Chauffeurs die vaker in een energieke en in een goede, kalm-ontspannen stemming zijn, en chauffeurs die meer spijt en schuldgevoel hebben en meer genieten van rijden en vrijheid, maken minder overtredingen en krijgen minder bekeuringen. Is men energieker, dan gaat men ook minder over tot kleven, knipperen en toeteren als men wordt opgehouden. Is men vaker in een goede, kalm-ontspannen stemming, heeft men meer spijt en schuldgevoel en geniet men meer van rijden en vrijheid dan heeft men ook iets minder bijna-ongevallen. Is men energieker, heeft men meer spijt en schuldgevoel, en geniet men meer van rijden en vrijheid, dan gedraagt men zich in de zes onderzochte specifieke situaties ook veiliger. Negatieve gevolgen van emoties Chauffeurs die vaker in een gejaagd-geïrriteerde stemming zijn, en die meer genieten van hard rijden, maken meer overtredingen en krijgen meer bekeuringen. Is men vaker in een gejaagd-geïrriteerde stemming dan heeft men meer bijna-ongevallen. Geniet men meer van hard rijden dan heeft men iets meer ongevallen. Is men meer gejaagd-geïrriteerd, en geniet men meer van hard rijden dan gedraagt men zich in de zes onderzochte specifieke situaties ook onveiliger. Aanbevelingen Het is gebleken dat stemmingen en emoties consequenties hebben voor veilig en onveilig gedrag. Het is zaak, waar mogelijk, invloed uit te oefenen om stemmingen en emoties met negatieve consequenties te voorkomen en te reguleren, zodat onveiligheid voorkomen wordt. De aanbevelingen uit dit onderzoek zijn er dan ook op gericht dat onveilige stemmingen en emoties worden vermeden, en veilige worden bevorderd. Erwordt daarbij onderscheid gemaakt in aanbevelingen voor de overheid, de transportbedrijven en de chauffeurs zelf.

Print this page