Publication

Effectiviteit van een app tegen smartphonegebruik op de fiets

Evaluatiestudie van de PhoNo-app

Author(s)

Stelling-Kończak, A.; Hermens, F.; Kint, S.T. van der

Year

2019

In het kader van het programma Slimme Oplossingen Mobiliteit heeft Interpolis een speciale app – de PhoNo-app – ontwikkeld om het smartphonegebruik onder jonge fietsers terug te dringen. Studies hebben uitgewezen dat telefoongebruik op de fiets een negatieve invloed heeft op het fietsgedrag. Fietsers die een telefoongesprek voeren of tekstberichten typen of lezen, fietsen langzamer, zien vaker relevante zaken over het hoofd en vertonen vaker onveilig gedrag. Uit onderzoek blijkt ook dat telefoongebruik op de fiets vooral populair is onder jongeren.

Interpolis heeft SWOV gevraagd om de effecten van de PhoNo-app onder fietsers van 14 t/m 17 jaar te analyseren. Interpolis heeft gezorgd voor de ontwikkeling van de PhoNo-app, de werving van deelnemers en de dataverzameling. SWOV heeft gezorgd voor de data-analyse en deze rapportage. De vragenlijsten en dagboekjes die in dit onderzoek zijn gebruikt, zijn in samenwerking ontwikkeld door SWOV en Interpolis. Het onderzoek is uitgevoerd net na de introductie van een verbod op het vasthouden van de mobiele telefoon tijdens het fietsen (1 juli 2019) en had tot doel de effectiviteit van de PhoNo-app onder jongeren te toetsen. Deelnemers in dit onderzoek werden willekeurig toegewezen aan een van twee groepen: 1) de PhoNo-groep (de experimentele groep die gevraagd werd de PhoNo-app te downloaden en te gebruiken) of 2) de controlegroep (die niet geïnformeerd werd over de PhoNo-app en deze niet gebruikte). Beide groepen werd gevraagd de vragenlijsten in te vullen en de dagboekjes bij te houden. Door het gebruik van vragenlijsten en dagboekjes werd het smartphonegebruik op de fiets op verschillende manieren gemeten.

De PhoNo-app werd positief beoordeeld door de deelnemers. De resultaten uit deze studie geven evenwel geen eenduidig beeld van het effect van de PhoNo-app op het smartphonege­bruik van fietsende jongeren. Hoewel er enkele aanwijzingen zijn dat de PhoNo-app een positief effect heeft op het zelfgerapporteerd smartphonegebruik, zijn de bevindingen niet consistent en soms lastig te interpreteren (bijvoorbeeld een daling in het smartphonegebruik bij deelnemers in de PhoNo-groep die de app niet daadwerkelijk hadden gebruikt). Daardoor is het uit de huidige data onduidelijk of de PhoNo-app een direct effect heeft op het smartphonegebruik.

De PhoNo-app

De PhoNo-app dient bij de aanvang van een fietsrit te worden aangezet waarbij de fietser ook voooraf de duur van de fietsrit aangeeft: een standaardinstelling is 5 minuten, maar men kan ook kiezen voor een langere periode (steeds in sprongen van 5 minuten). De app registreert vervolgens of de eigenaar van de app tijdens de ingestelde tijd het scherm van de smartphone aanraakt of niet. Hoe langer men rijdt zonder de smartphone aan te raken, hoe meer punten voor een goed doel (Stichting Noordzee) worden gespaard.

Onderzoeksmethode

Jongeren tussen de 14 en 17 jaar werden uitgenodigd om mee te doen aan een fietsexperiment via aankondigingen op sociale media, flyers, informele contacten en via markonderzoekbureau CG Selecties. In de uitnodiging stond dat het fietsexperiment bedoeld was om het effect van een oplossing ter verbetering van verkeersveiligheid te onderzoeken. Ruim duizend deelnemers meldden zich aan voor het onderzoek. De deelnemers kwamen met name uit de omgeving van Utrecht en Tilburg en waren relatief vaak meisje en hoger opgeleid. Hiermee is de steekproef qua geslacht, opleidingsniveau en geografische spreiding niet representatief.

De deelnemers werden vervolgens willekeurig toegewezen aan een van twee groepen: de PhoNo-groep of de controlegroep. De PhoNo-groep kreeg te horen dat ze een nieuwe fietsapp ging testen. Deze groep werd gevraagd de PhoNo-app te downloaden en gebruiken. De controlegroep wist alleen dat ze meededen aan een fietsexperiment om het effect van een oplossing ter verbetering van verkeersveiligheid te onderzoeken. Deze groep kreeg de app niet aangeboden en kreeg ook geen informatie over de app.

Voorafgaand aan de week waarin de deelnemers in de PhoNo-groep met de app aan de slag gingen, vulden alle jongeren online een vragenlijst in, en legden ze gedurende een week hun smartphonegebruik tijdens het fietsen vast in dagboekjes (de voormeting; zie ook Afbeelding). Direct na de week waarin de PhoNo-groep werd gevraagd de app te gebruiken, vulden alle jongeren weer gedurende een week de dagboekjes in en vervolgens de tweede vragenlijst (1e nameting). De vragenlijsten bevatte vragen waarmee: (1) de frequentie van het fietsgebruik en van smartphonegebruik op de fiets is bepaald, (2) een aantal psychologische determinanten is bepaald (waaronder smartphoneverslaving, intentie om het smartphonegebruik op de fiets te verminderen), en (3) het gebruik van de PhoNo-app tijdens het fietsen en de beoordeling van de PhoNo-app is bepaald. Tot slot vulden deelnemers drie weken later voor de derde keer (alleen) de dagboekjes in (2e nameting). De controlegroep en de PhoNo-groep vulden op dezelfde momenten de vragenlijsten en de dagboekjes in. Deelnemers werden hieraan herinnerd via berichten op hun mobiele telefoon, met daarin instructies voor het invullen van de vragenlijsten en de dagboekjes. Daarnaast werden er pushberichten vanuit de PhoNo-app verstuurd om deelnemers in de PhoNo-groep te motiveren de app te gebruiken. De PhoNo-app registreerde tevens gegevens over het gebruik van de app.

Niet alle deelnemers in de PhoNo-groep blijken de PhoNo-app daadwerkelijk te hebben gebruikt. Sommigen hebben de app wel gedownload, maar gebruikten de app vervolgens niet, of ze downloadden de app pas na de eerste nameting.

Afbeelding: Tijdsschema van het experiment

Smartphonegebruik op de fiets

Het gerapporteerde smartphonegebruik op de fiets ligt hoog, zowel voor het gebruik in de hand als handsfree. Dat komt overeen met eerdere studies naar smartphonegebruik onder jonge fietsers. In de voormeting geeft een groot deel van de deelnemers in de vragenlijst toe dat ze hun smartphone voor bijna alle handelingen weleens (dus ‘niet nooit’) op de fiets gebruiken. De meest uitgevoerde handelingen (ruim 75% van de deelnemers) zijn het muziek uitkiezen met de telefoon in de hand, berichten lezen met de telefoon in de hand, en bellen via oortjes of koptelefoon. Volgens rapportage in de dagboekjes wordt de telefoon gemiddeld in ongeveer 30% tot 35% van de ritten gebruikt. Ondanks het verbod op het vasthouden van de telefoon, geven veel jongeren toe hun smartphone handheld te gebruiken tijdens het fietsen.

Beoordeling van de PhoNo-app

De PhoNo-app wordt positief beoordeeld door de deelnemers. Positieve beoordelingen werden gegeven voor de app in het algemeen, het technisch werken van de app, en het goede doel. Het meest gegeven cijfer was een 8. Gemiddeld kreeg de app een 7,1. De mening over het goede doel was ook overwegend positief. Hoe vaak de app buiten het onderzoek gebruikt gaat worden, moet nog blijken. Deelnemers gaven namelijk aan dat de belangrijkste reden om de PhoNo-app te gebruiken, het meedoen aan het experiment was. De deelnemers gaven ook aan dat als ze de app niet gebruikten, dat vaak was omdat ze vergaten de app aan te zetten. Verschillende deelnemers (11 van de 130 deelnemers met tips) gaven als tip dat de app automatisch zou moeten starten.

Invloed van de PhoNo-app op het smartphonegebruik op de fiets

De resultaten uit deze studie geven geen eenduidig beeld van het effect van de PhoNo-app op het smartphonegebruik op de fiets. Aan de ene kant zijn er in de PhoNo-groep grotere dalingen in de frequentie van het smartphonegebruik gevonden dan in de controlegroep, zowel op basis van de dagboekjes als op basis van de vragenlijsten. Het smartphonegebruik gemeten door de dagboekjes daalde in de PhoNo-groep van 32% van de fietsritten in de voormeting naar 27-28% van de ritten in de nameting (respectievelijk de eerste nameting en de tweede nameting). Een dergelijke daling niet werd waargenomen in de controlegroep.

Aan de andere kant zijn er geen positieve effecten gevonden van de PhoNo-app op het aandeel deelnemers dat hun smartphone gebruikt op de fiets, noch bij de vragenlijsten noch bij de dagboekjes. Wanneer gekeken wordt naar het type smartphonegebruik, laten de vragenlijsten wel een grotere daling zien in het handheld smartphonegebruik bij de PhoNo-groep dan bij de controlegroep, maar op basis van de dagboekjes zijn er juist geen verschillen gevonden tussen de groepen.

Ook het daadwerkelijk gebruik van de PhoNo-app leidt niet tot consistente bevindingen. Volgens de vragenlijsten vermindert de frequentie van het smartphonegebruik op de fiets onder de PhoNo-deelnemers die de app daadwerkelijk hebben gebruikt. Volgens de dagboekjes is dit echter niet het geval: het daadwerkelijk gebruik van de PhoNo-app heeft verder geen positief effect op het aandeel deelnemers dat in de dagboekjes aangeeft hun telefoon te gebruiken tijdens het fietsen. Bovendien, wanneer de aandelen fietsritten met smartphonegebruik uit de dagboekjes worden beschouwd, doen de effecten zich in gelijke mate voor bij de PhoNo-deelnemers die de PhoNo-app wel en die de app niet daadwerkelijk hebben gebruikt.

Het is onduidelijk waardoor het smartphonegebruik van de PhoNo-deelnemers die de app niet hebben gebruikt is gedaald. Een relatief groot deel van deze deelnemers kwam niet voor in de data die door de PhoNo-app zelf waren geregistreerd, wat suggereert dat ze de app niet hebben gedownload. Alle deelnemers in de PhoNo-groep, zelfs al downloadden ze de app niet, kregen meer berichten (vooral om ze te motiveren de PhoNo-app te downloaden en te gebruiken) dan de deelnemers in de controlegroep. Het is echter onduidelijk of deze extra berichten een invloed hebben gehad. Wat ook kan meespelen is dat de deelnemers in de PhoNo-groep zich meer bewust waren van het doel van het onderzoek en het onderzoek mogelijk hebben willen helpen door in de nameting aan te geven minder de smartphone op de fiets te zijn gaan gebruiken.

Dat er geen consistent beeld wordt verkregen van de werkzaamheid van de PhoNo-app heeft een aantal mogelijke oorzaken. Er was sprake van uitval van bijna 70% van de deelnemers in deze studie, waardoor er uiteindelijk minder gegevens beschikbaar waren dan er nodig zijn om een gemiddeld effect voldoende betrouwbaar te kunnen vaststellen. Daarnaast maakte de studie gebruik van ‘zelfrapportage’, die afhankelijk is van het geheugen van een respondent en van de bereidheid om smartphonegebruik tijdens het fietsen toe te geven.

Relatie tussen psychologische gedragsdeterminanten, PhoNo-app en smartphonegebruik

De vragenlijsten bevatten ook vragen over psychologische gedragsdeterminanten (zoals attitudes, gewoontegedrag, risicoperceptie en intenties) die in eerder onderzoek gerelateerd bleken aan smartphonegebruik op de fiets. Uit de vragenlijst vooraf (voormeting) bleek dat attitude en intentie om de telefoon minder vaak te gebruiken tijdens het fietsen gerelateerd waren aan het feitelijke telefoongebruik op de fiets (gemeten als het percentage ritten waarop deelnemers aangaven de smartphone op de fiets te gebruiken). Dat betekent dat naarmate jongeren positiever waren over het smartphonegebruik op de fiets, ze vaker hun telefoon tijdens het fietsen gebruikten. Ook gebruikten jongeren hun smartphone vaker tijdens het fietsen naarmate ze minder de intentie om hun smartphonegebruik te verminderen. Verder bleek ook dat de gemeten psychologische gedragsdeterminanten niet werden beïnvloed door de PhoNo-app en dat de daling in het aantal ritten met smartphonegebruik in de PhoNo-groep niet verklaard kon worden uit de gemeten psychologische determinanten. Mogelijk zijn bij jongeren andere factoren (bijvoorbeeld impulsiviteit, sociale druk en gevoeligheid voor beloningen) in het spel. Vervolgonderzoek hiernaar is aan te bevelen.

Conclusie

Deze studie biedt, voor zover ons bekend, de eerste wetenschappelijke evaluatie van een maatregel tegen afleiding bij fietsers. Deze maatregel betreft de introductie van een app die aangezet kan worden vóór het fietsen. Wanneer gebruikers de smartphone niet gebruiken tijdens deze periode, kunnen ze punten sparen voor een goed doel. Dergelijke maatregelen zijn belangrijk, aangezien afleiding door smartphonegebruik een belangrijke risicofactor vormt in het verkeer. Het huidige onderzoek laat zien dat de smartphone nog steeds veelvuldig wordt gebruikt door fietsers (zowel handheld als handsfree), ondanks het wettelijke verbod op het gebruik van de smartphone in de hand tijdens het fietsen.

De PhoNo-app wordt positief beoordeeld door de deelnemers. De resultaten van deze studie geven echter geen eenduidig beeld van het effect van de PhoNo-app op het smartphonegebruik op de fiets. Wel zijn er enkele aanwijzingen dat de PhoNo-app een positief effect heeft op het zelfgerapporteerd smartphonegebruik. De bevindingen zijn echter niet consistent en soms lastig te interpreteren. Sommige effecten doen zich bijvoorbeeld in gelijke mate voor bij de deelnemers die de app wel en die de app niet hebben gebruikt.

Dat er geen consistent beeld wordt verkregen van de werkzaamheid van de PhoNo-app, heeft een aantal mogelijke oorzaken. De uitval in deze studie was groter dan voorzien, waardoor de statistische power van sommige toetsen mogelijk te laag was om significante verschillen tussen de PhoNo- en de controlegroep te vinden. Daarnaast kan er sprake zijn geweest van sociale wenselijkheid in de antwoorden, waardoor de deelnemers de frequentie van hun gebruik van de smartphone op de fiets lager rapporteerden dan deze in werkelijkheid was.

Print this page
report

Report number

R-2019-27

Pages

76

Publisher

SWOV, Den Haag