Publication

Eerste verkenning naar de effectiviteit van het beginnersrijbewijs in Nederland

Author(s)

Vlakveld, W.P.; Stipdonk, H.L.

Year

2009

Gedurende de eerste vijf jaar van het rijbewijsbezit geldt een eenvoudig puntensysteem. Dit zogeheten beginnersrijbewijs is ingevoerd op 30 maart 2002. In dit rapport is nagegaan of na invoering van het beginnersrijbewijs het aantal ernstige ongevallen sterker is afgenomen bij de groep van jonge bestuurders (waarvan er veel een beginnersrijbewijs hebben) dan bij een groep van iets oudere bestuurders (waarvan maar een klein percentage een beginnersrijbewijs heeft). Het aantal ernstige ongevallen per 1.000 rijbewijsbezitters is bij de jongere groep niet sterker afgenomen dan bij de oudere groep bestuurders. Dit maakt het onwaarschijnlijk dat het beginnersrijbewijs zoals deze nu is uitgevoerd, een gunstig effect heeft gehad op de ongevalsbetrokkenheid van beginnende bestuurders. Ook is in dit rapport nagegaan of op basis van gegevens over het aantal bestuurders met 0, 1, 2, en 3 punten, geconcludeerd mag worden dat beginners na het oplopen van een punt zich beter aan de verkeersregels gaan houden. Wanneer verondersteld wordt dat bestuurders hun gedrag niet aanpassen, en de kans op een tweede of derde punt gelijk blijft aan de kans op het eerste punt, dan zijn de met behulp van kansrekening berekende aantallen bestuurders met 2 en 3 punten lager dan de feitelijke aantallen. Anders gezegd: in werkelijkheid hebben beginnende bestuurders meer punten opgelopen dan het geval zou zijn wanneer het puntensysteem geen gedragseffect zou hebben en een puur stochastisch proces zou zijn. Uit het feit dat er veel minder bestuurders met 2 punten dan met 1 punt zijn, en nog weer veel minder bestuurders met 3 punten dan met 2 punten, mag dus niet worden geconcludeerd dat bestuurders die een punt hebben gekregen, zich beter aan de verkeersregels houden. Op basis van de waargenomen puntenverdelingen (de aantallen met 1, 2 en 3 punten zoals die op verschillende momenten in de media genoemd zijn), mag dus niet geconcludeerd worden dat van het beginnersrijbewijs zoals deze nu is uitgevoerd, een afschrikkend effect is uitgegaan nadat men een punt heeft opgelopen. Noch uit het verloop van het aantal ongevallen, noch uit de aantallen beginners met 1, 2 of 3 punten, kan worden afgeleid dat het beginnersrijbewijs zoals deze is uitgevoerd, een effectieve maatregel is geweest. Hiermee is niet onomstotelijk aangetoond dat het beginnersrijbewijs geen effect heeft gehad. Wat wel gebleken is, is dat het effect niet zichtbaar gemaakt kan worden met behulp van de ongevallendata (van zes jaar vóór tot vijf jaar ná de invoering van het beginnersrijbewijs). Ook is aangetoond dat uit de puntenverdelingen die in de media zijn genoemd, niet kan worden opgemaakt dat het beginnersrijbewijs een afschrikkend effect heeft gehad.

Effectiveness of the Dutch licence on probation A simple demerit point system is used in the Netherlands during the first five years after having obtained the driving licence. This licence on probation (the Dutch 'beginner's licence') was introduced on 30 March 2002. In this report it has been investigated whether, after introduction, the number of severe crashes among young drivers (many of whom have a licence on probation) has seen a larger decrease than the number of crashes among a group of somewhat older drivers (of whom only a small percentage has a licence on probation). The number of severe crashes per 1.000 driving licence holders did not decrease more for the younger group than for the group of somewhat older drivers. This indicates that it is improbable that the licence on probation, as it has been applied, has had a positive effect on the novice driver's involvement in crashes. It has also been investigated whether the data about the number of drivers who have incurred 0, 1, 2, or 3 demerit points offers sufficient ground to conclude that beginners put more effort into obeying the traffic rules after having incurred a demerit point. Taking as a premise that drivers don't change their behaviour and that the chance of incurring a second or third demerit point is equal to the chance of incurring the first point, a calculation of probability indicates that the numbers of drivers with 2 and with 3 demerit points are lower than the actual numbers. In other words: in reality novice drivers have incurred more demerit points than would be the case if the demerit point system were to have no behavioural effect and would be a purely stochastic process. The fact that there are far fewer drivers with 2 demerit points than drivers with 1 point, and even fewer drivers with 3 demerit points than with 2 points, is no basis to conclude that drivers obey the traffic rules better when they have incurred a demerit point. Therefore, on the basis of the observed distribution of demerit points (the numbers of drivers with 1, 2 and 3 demerit points that were reported in the media at different moments in time) it should not be concluded that the licence on probation, as it has been applied, has had a deterrent effect after a demerit point has been incurred. Neither the development of the number of crashes, nor the numbers of novice drivers with 1, 2 or 3 points, are reason to believe that the licence on probation, as it has been applied, has been an effective measure. This is no conclusive evidence that the licence on probation has had no effect. It has, however, become evident that the effect cannot be made visible using the crash data (of six years before until five years after the introduction of the licence on probation). It has also been demonstrated that the distribution of points that has been reported in the media is no evidence for the licence on probation having had a deterrent effect.

Print this page
report

Report number

D-2009-2

Pages

18 + 3

Publisher

SWOV, Leidschendam