Publication

Een kader voor verkeerseducatie

Inventarisatie van ontwikkelingen in en rond verkeerseducatie in het voortgezet onderwijs

Author(s)

Twisk, Drs. D.A.M. ; Levelt, Dr. P.B.M

Year

1999

Dit rapport geeft de stand van zaken van verkeerseducatie in het voortgezet onderwijs (VO) weer. Het beschrijft achtereenvolgens de beleidsinitiatieven, de ondersteuningsstructuur, de leermiddelen en leerplannen, en behandelt de resultaten van enkele evaluatiestudies. Het heeft tot doel een kader te scheppen voor studies op het terrein van ‘Verkeerseducatie en Voortgezet Onderwijs': studies die erop zijn gericht de leerdoelen, het onderwijsaanbod en de resultaten hiervan vast te stellen. Een groot aantal impulsen heeft bijgedragen aan de verkeerseducatie in het VO. Uit de inventarisatie blijkt dat er belangstelling is voor verkeerseducatie in het VO, maar dat er weinig lijn is in het beleid, en dat niet duidelijk is welke initiatieven van de grond zijn gekomen en wat de resultaten zijn bij de leerlingen. Veel knelpunten zijn bekend. Voor het goed functioneren van verkeerseducatie is een stevige ondersteuningsstructuur nodig, temeer daar veel sociaal-maatschappelijke problemen op het onderwijs afkomen. Maar zelfs een goede ondersteuningsstructuur biedt nog geen garantie voor goed onderwijs. Goede educatieprogramma's ‘van hoger hand' aangereikt zijn ook niet voldoende. Er moet worden uitgegaan van de behoefte van de scholen. Het VEVO-project (Verkeerseducatie in het Voortgezet Onderwijs) lijkt er in te slagen een effectieve steun te bieden. Intermediairen zijn het Regionaal Orgaan voor de Verkeersveiligheid (ROV) en de gemeente. Aanspreekpunt op school is een verkeerscoördinator. Er worden afspraken gemaakt die ook financiële bijdragen inhouden. Toch lijkt ook een goede ondersteuningsstructuur pas te werken als verkeersonderwijs in kerndoelen is vastgelegd. In de huidige kerndoelen voor de basisvorming, en in de eindtermen (examenprogramma) van een aantal vakken van de 2e fase van het VO zijn passages te vinden die betrekking hebben op verkeerseducatie. De ontwikkeling van leerdoelen op dit gebied wordt beschreven. Daaruit blijkt dat de thema's ‘verkeer en vervoer' en ‘toepassing van natuurkundige begrippen op beweging en botsing in het verkeer' een sterke positie hebben gekregen, maar dat verkeersveilige houding en gedrag, en kennis van regels nog maar weinig aan de orde is. Dit geldt nog sterker voor de eindexamenprogramma's van de tweede fase. Er blijken veel leermiddelen en projectmaterialen ontwikkeld te zijn, en er is een tendens dat scholen eigen materiaal ontwikkelen. Of het oude materiaal nog voldoet gezien de nieuwe kerndoelen en eindexamenprogramma's is niet duidelijk. Met name voor de 2e fase lijkt er onvoldoende materiaal te zijn. De diverse evaluaties maken niet duidelijk hoeveel verkeerseducatie, en met name hoeveel verkeersveiligheidseducatie gegeven wordt. Het lijkt echter of ontwikkelingen in verschillende provincies tot een toename leiden. Of onderwijsinspanningen ook tot resultaten leiden is ook niet bekend. Het rapport eindigt met aanbevelingen. Kerndoelen en eindtermen zullen opnieuw kritisch bekeken moeten worden om ervoor te zorgen dat ze in de toekomst een nog betere basis bieden aan structurele verankering van het verkeersonderwijs in het voortgezet onderwijs, en omdat verkeersgedrag en houding weinig aan bod komen en verkeersregels ten onrechte uit de kerndoelen verdwenen zijn. Educatieaanbod en resultaten bij leerlingen zullen vastgesteld moeten worden, omdat het ontbreken van kennis beleid onmogelijk maakt. De resultaten hiervan moeten consequenties hebben voor de ontwikkeling van eindtermen en kerndoelen, voor de ontwikkeling van lesmateriaal en voor het stimuleringsbeleid van de Ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en van Verkeer en Waterstaat. Ontwikkeling van lesmateriaal voor de basisvorming is minder urgent dan voor de 2e fase. Intussen moet de discussie doorgaan over de positie van verkeersonderwijs: moet het gekoppeld worden aan vakken, moet het een apart vak zijn, en/of moeten er projecten aangeboden worden

A framework for traffic education This report describes the present state of affairs of traffic education in secondary education. In succession it describes the policy initiatives, the support structure, the educational tools, and the plans. It also deals with the results of a number of evaluation studies. Its purpose is to create a framework for studies concerning ‘Traffic Education and Secondary Education'. These are studies aimed at determining the education goals, the education supply, and their results. A great number of impulses have contributed to traffic education in secondary schools. From an inventory, there appeared to be interest in such education, but there was not a clear direction in the policy. It was also not clear what the initiatives have been, nor what their effects on the pupils have been. Many bottlenecks are familiar. A strong support structure is essential for traffic education to succeed; the more so because many problems in society confront the teachers. Even a well-structured support is no guarantee for good education. Good education programmes handed out ‘from higher up' are not sufficient. What is important is what schools want. The Traffic Education in Secondary Schools project appears to provide an effective support. The intermediaries are the Regional Safety Boards and the local authorities. The contact person in schools is a traffic coordinator. Matters are agreed on including financial ones. However, a good support structure only appears to work if traffic education is determined in terms of ‘core goals'. In the present core goals for the first 2 or 3 years at secondary school, and in final exams (examination programme) of a number of subjects of the 2nd phase (the next few years), paragraphs can be found concerning traffic education. The development of core goals for this are then described. Here it would appear that the themes ‘traffic and transport' and ‘application of scientific terms in traffic movement and collision' have obtained a strong position. However, safe attitudes and behaviour, and knowledge of traffic laws, do not get much attention. This applies even more so to the final exam programmes of the 2nd phase. Many education tools and project materials seem to have been developed, and there is a tendency for schools to develop their own materials. It remains to be seen if the old materials are still adequate, seeing the new core goals and final exam programmes. Especially the 2nd phase seems to have insufficient material. The various studies do not show clearly how much traffic education, and especially road safety education, is being given. It would however seem that developments in various provinces is leading to an increase. It is also not clear whether the education efforts are having any results. The report closes with recommendations. Core goals and final exams should again be examined critically to ensure that, in the future, they provide an even better basis for the structural anchoring of traffic education in secondary schools. This is because of the fact that traffic attitudes and behaviour do not get much attention, and have mistakenly disappeared from the core goals. Education supply and pupils' results should be recorded because absence of such knowledge makes policy impossible. These results should have consequences for a) the development of core goals and final exams, b) the development of educational tools, and c) the stimulation policy of the Ministries of Education and Transport. Developing educational tools for the first 2 or 3 years is less urgent than for the 2nd phase. In the meantime, the discussion must continue about the position of traffic education; should it be linked to subjects, should it be a separate subject, and/or should specific projects be offered

Print this page
report

Report number

R-99-32

Pages

47

Publisher

SWOV, Leidschendam