Publication

Diepteonderzoek naar de invloedsfactoren van verkeersongevallen

Samenvatting en evaluatie van de resultaten van de pilotstudie diepteonderzoek 2008-2011

Author(s)

Davidse, R.J.

Year

2012

Download

PDF icon pdf (625 KB)

Dit rapport behandelt de evaluatie van de pilotstudie diepteonderzoek. Met die pilotstudie onderzocht de SWOV de meerwaarde van Nederlands diepteonderzoek voor het Nederlandse verkeersveiligheidsbeleid. De pilot is uitgevoerd in de periode 2008-2011 en bestond uit het opzetten en uitvoeren van twee dieptestudies naar verkeersongevallen, gevolgd door deze evaluatie. Bij een dieptestudie naar verkeersongevallen wordt zo veel mogelijk informatie verzameld over alle aspecten van het ongeval: de verkeerssituatie, de directe omgeving, de betrokken verkeersdeelnemers, hun voertuigen en de letsels van de inzittenden. Een belangrijk uitgangspunt van de SWOV-dieptestudies is dat ze gericht zijn op een specifiek type verkeersongeval. Bij elke SWOV-dieptestudie bestudeert een multidisciplinair onderzoeksteam een homogene groep ongevallen. Vervolgens gaat het team na welke factoren en omstandigheden hebben bijgedragen aan het ontstaan van deze ongevallen en de letsels die daaruit zijn voortgekomen. Met deze kennis kunnen vervolgens maatregelen worden geselecteerd waarmee vergelijkbare ongevallen in de toekomst kunnen worden voorkomen of waarmee de letselernst van deze ongevallen kan worden teruggedrongen. Tijdens de pilotstudie zijn twee typen ongevallen bestudeerd: bermongevallen en ongevallen met bestelauto’s. Als eerste stap in de evaluatie van de pilotstudie zijn de resultaten van deze dieptestudies geëvalueerd aan de hand van de volgende twee vragen: 1. Hebben de afzonderlijke dieptestudies meer en nieuwe inzichten gegeven in de factoren en omstandigheden die van invloed zijn op het ontstaan van de onderzochte typen verkeersongevallen en de ernst van hun afloop dan reeds bekend was uit regulier ongevallenonderzoek, zoals de analyse van het Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland (BRON) of de analyse van processen-verbaal, of dan bekend was uit buitenlands diepteonderzoek? 2. Hebben de verkregen inzichten aanknopingspunten gegeven voor maatregelen om vergelijkbare ongevallen in de toekomst te voorkomen of de ernst ervan te verlagen? Daarnaast is een brainstormbijeenkomst gehouden met SWOV-experts op het terrein van infrastructuur, gedrag en gegevensbestanden, die niet betrokken waren bij de uitvoering van de dieptestudies. Tijdens die brainstorm is gediscussieerd over de sterke en zwakke punten van diepteonderzoek naar verkeersongevallen in het algemeen en van SWOV-diepteonderzoek in het bijzonder. De conclusie van de evaluatie en de brainstormdiscussie is dat SWOV-diepteonderzoek een nuttige bijdrage levert aan het verkrijgen van nieuwe inzichten in factoren die bijdragen aan het ontstaan van ongevallen en factoren die samenhangen met de ernst van de afloop. De resultaten bieden bovendien aanknopingspunten voor maatregelen om het betreffende ongevalstype te voorkomen. Uit nader onderzoek moet vervolgens blijken of die maatregelen daadwerkelijk effectief zijn. Een belangrijke uitkomst van de dieptestudie naar bermongevallen, is bijvoorbeeld dat een groot deel van de ongevalslocaties niet bleek te voldoen aan de richtlijnen voor een veilige berm. Ook de voorgeschreven bebakening en markering van krappe bogen en het gebruik van botsvriendelijke lichtmasten bleken niet goed te worden nageleefd. Deze bevindingen hebben nieuwe aanwijzingen gegeven voor het belang van kwaliteitszorg. De dieptestudie naar bestelauto-ongevallen heeft onder meer gewezen op een subtype van bestelauto-ongevallen dat een zeer ernstige afloop kent. In reguliere Nederlandse ongevallenstudies naar bestelauto-ongevallen is dit subtype niet eerder gerapporteerd. Het betreffende subtype ontstaat als een bestelautochauffeur achteruitrijdt en tegen een, voor hem niet zichtbare, voetganger botst die achter zijn voertuig loopt. Deze voetganger valt en komt vervolgens onder de bestelauto terecht. Dit leidt tot ernstig letsel (MAIS 4) of overlijden. De gedetailleerde informatie uit de dieptestudie heeft verschillende aanknopingspunten opgeleverd voor een pakket van maatregelen waarmee deze ongevallen in de toekomst voorkomen kunnen worden. De evaluatie en de brainstormdiscussie hebben verder tot de conclusie geleid dat diepteonderzoek inderdaad geschikt is om oorzaken te identificeren van ongevallen waarover nog weinig bekend is, zoals enkelvoudige ongevallen. Daarnaast is naar voren gekomen dat diepteonderzoek vooral geschikt is om onderzoeksvragen te beantwoorden die inzicht vergen in het ongevalsproces en in de details van de omstandigheden ten tijde van het ongeval. Voorbeelden van dergelijke details zijn de gemoedstoestand van de weggebruiker, diens ervaring met het voertuig en/of de situatie ter plaatse, de kenmerken van de weg op de ongevalslocatie en eventuele afwijkingen ten opzichte van de route die de weggebruiker daarvóór heeft afgelegd. De SWOV-methodiek voor diepteonderzoek kan nog op diverse punten worden verbeterd of aangescherpt, vooral op punten die samenhangen met de objectiviteit en representativiteit van de data. Wat praktisch, juridisch en financieel haalbaar is, moet verder nagegaan worden. Voorbeelden van wenselijke verbeteringen zijn: - de medewerking van ongevalsbetrokken verkeersdeelnemers aan interviews (respons) verbeteren; - waar mogelijk ook objectieve gegevens over rijgedrag gebruiken, zoals de gegevens die in het voertuig zelf worden opgeslagen voor uitwisseling tussen elektronische systemen, gegevens uit navigatiesystemen en de resultaten van een ‘formele’ reconstructie voor betrouwbare data over rij- en impactsnelheid (PC-Crash of vergelijkbare software); - de expertise van het SWOV-team verder verbreden en ontwikkelen, onder andere door meer kennis op te doen over voertuigveiligheid, de relatie met letsel, en ongevalsreconstructie met behulp van softwareprogramma’s; - checklists en officiële richtlijnen voor weg- en voertuiginspecties blijven gebruiken en verder ontwikkelen.

In-depth research into the influence factors of road crashes; Summary and evaluation of the results of the pilot study in-depth research 2008-2011 This report discusses the evaluation of the pilot study in-depth research. SWOV carried out the pilot study to investigate the added value for Dutch road safety policy of in-depth research in the Netherlands. The pilot was carried out during the period 2008-2011 and consisted of designing and carrying out two in-depth studies into road crashes, followed by the present evaluation. In an in-depth study of road crashes, all possible information is gathered about all aspects of the crash: the traffic situation, the immediate surroundings, the road users involved, their vehicles, and the injuries of the people involved. An important starting point of the SWOV-in-depth studies is that they focus on a specific type of road crash. In each SWOV-in-depth study a multidisciplinary research team investigates a homogeneous set of crashes. Next, the team examines which factors and circumstances influenced the occurrence and the outcome of these crashes. This knowledge can then be used to select measures to prevent similar crashes in the future or to reduce injury severity as a consequence of such crashes. During the pilot study, two types of crashes were studied: run-off-road crashes and crashes involving delivery vehicles. As a first step in the evaluation of the pilot study, the results of these in-depth studies were evaluated by answering the following two questions: 1. Have the separate in-depth studies provided additional and new insight into the factors and circumstances that have an influence on the investigated crash types occurring and the severity of their outcome than was already available from regular crash studies like analysis of the database of registered crashes in the Netherlands (BRON), or the analysis of police reports, or than was known from in-depth research that was carried out in other countries? 2. Did the new insights provide starting points for measures that can be taken to prevent similar crashes in the future or to reduce the severity of their outcome? Second, a brainstorm session was organized with SWOV experts in the area of infrastructure, behaviour and crash data, who were not involved in the execution of the in-depth studies. During this brainstorm session, the strong and the weak points of in-depth research into road crashes in general, and of SWOV in-depth research in particular were discussed. The evaluation and the brainstorm discussion have led to the conclusion that SWOV in-depth research provides useful input for acquiring new insights into factors that contribute to crashes occurring and factors that are related to the severity of the outcome. Furthermore, the results provide starting points for measures that can prevent the types of crashes that were studied. Further research will then have to ascertain whether or not these measures are indeed effective. An important finding of the in-depth study into run-off-road crashes, for example, was that many of the crash locations did not comply with the guidelines for safe roadsides. In addition, guidelines with regard to the prescribed marking and signposting of tight bends and the use of crash-friendly lighting poles were not always complied with. These findings provided new evidence to support the importance of quality assurance. The in-depth study into crashes with delivery vehicles has, among other things, drawn the attention to a subtype of delivery vehicle crashes that has a very serious outcome. Regular Dutch crash studies into delivery vehicle crashes, have never reported this subtype. The subtype in question occurs when the driver of a delivery vehicle reverses and crashes into a pedestrian who is walking behind the delivery vehicle. The pedestrian falls and then ends up under the delivery vehicle; this results in serious injury (MAIS 4) or death. The detailed information from the in-depth study has provided various leads for a set of measures to prevent these crashes in the future. The evaluation and the brainstorm discussion have also led to the conclusion that in-depth research is indeed suitable for identifying causes of crashes about which little information is yet available, such as single vehicle crashes. Furthermore, it turns out that in-depth research is particularly suitable for answering research questions that require insight into the crash process and in the details of the circumstances at the time of the crash. Examples of such details are the road user’s state of mind, his familiarity with the vehicle or the local situation, the road characteristics at the crash location and possible changes in comparison to the route the road user travelled. The SWOV method for in-depth research can still be improved or refined on certain points, especially those in relation with the objectivity and representativeness of the data. Further investigation is required of what is practically, legally and financially feasible. Examples of possible improvements are: - improve the response to interviews of road users who have been involved in a crash; - increase the use of objective data about driving behaviour, for example by using the data that are stored in the vehicle itself for the exchange between electronic systems, data from navigation systems, and the results from an ‘official’ reconstruction for reliable data about driving speed and impact speed (PC-Crash or similar software); - further broaden and develop the expertise of the SWOV team, among others by acquiring more knowledge about vehicle safety, the relation with injury, and crash reconstruction by means of software programmes; - continue the use of checklists and official guidelines for road and vehicle inspections and improve them.

Print this page