Publication

'In-depth'-onderzoek van verkeersongevallen

Een literatuurstudie

Author(s)

Kampen, Ir. L.T.B. van ; Harris, S. MA

Year

1998

Download

PDF icon pdf (1.32 MB)

In dit onderzoek is nagegaan wat de (meer)waarde is van ongevallenonderzoek door middel van de zogenoemde ‘in-depth'-methode ten opzichte van andere onderzoeksmethoden. Onder de ‘in-depth'-methode wordt een aanpak verstaan waarbij van verkeersongevallen gegevens worden verzameld die een volledige reconstructie mogelijk maken. Hetonderzoek is gebaseerd op de internationale literatuur over ongevallenonderzoek, aangevuld met bij de SWOV bestaande kennis ter zake van ‘in-depth'-onderzoek. In Nederland is in de jaren zeventig beperkte ervaring met in-depth-onderzoek opgedaan. Uiteindelijk is toch niet gekozen voor uitgebreide toepassing. In plaats daarvan is een sluitende registratie van verkeersongevallen ontwikkeld op basis van een stelsel van statistische (vooral medisch georiënteerde) gegevensbronnen. Sommige elementen van deze registratie zijn overigens nog volop in ontwikkeling. De basis voor ongevallenonderzoek in Nederland is en blijft de Verkeersongevallenregistratie van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van Rijkswaterstaat (zogenoemde VOR-gegevens). In ons omringende landen (met name Duitsland, Engeland en Frankrijk) wordt in-depth-onderzoek, gericht op de afloop van botsingen, systematisch toegepast. Deze kennis wordt vooral aangewend ter verbetering van de voertuigconstructie, opdat bij botsingen letsel zoveel mogelijk wordt voorkomen. Wanneer ook in Nederland diepergaande ‘crash'/‘postcrash'- en ‘pre-crash'-gegevens beschikbaar zouden zijn, zou dit een welkome aanvulling betekenen op de bestaande gegevensbronnen. Wat de eerstgenoemde soort gegevens betreft zou echter beter gewacht kunnen worden tot er ook betrouwbare botsernst-gegevens beschikbaar komen, die bij de huidige stand van kennis nog achteraf moeten worden gereconstrueerd met behulp van globale modellen. Door algemene toepassing van de zogenaamde ‘black box' in voertuigen zou dat belangrijke gegeven van de botsernst veel eenduidiger vastgesteld kunnen worden. Een mogelijk interessante tussenweg is het gebruiken van (schade)gegevens die in het kader van de individuele afhandeling van autoschades centraal worden opgeslagen in het zogenaamde AUDATEX-systeem; onderzoek naar de bruikbaarheid van dit soort gegevens wordt geadviseerd. Wat ‘pre-crash'-gegevens betreft zou Nederland het internationale gegevenspotentieel kunnen versterken met eigen in-depth-onderzoek naar de oorzaken van verkeersongevallen. Men zou dergelijk onderzoek met name kunnen richten op specifieke probleemgebieden zoals mistongevallen, spookrijders en fietsongevallen, die in het buitenland minder vaak voorkomen. Voor zover bekend wordt diepgaand onderzoek op het terrein van ‘pre-crash' alleen in Finland verricht. Een dergelijke uitbreiding van het Nederlands onderzoek naar ongevallen zou tevens beantwoorden aan een wens van de Nederlandse Transportongevallenraad (TOR). Deze organisatie heeft te kennen gegeven dat men systematisch onderzoek van bepaalde typen ongevallen nodig acht

In-depth investigation into road traffic accidents: a literature study This study examined the possible added value, compared to other research methods, of conducting accident investigation by means of the in-depth method. The in-depth method is an approach in which sufficient data concerning road traffic accidents is collected so as to enable complete reconstructions. This study was based on international literature about accident investigation, supplemented by specific information known to the SWOV Institute for Road Safety Research in regard to in-depth investigations. A limited amount of in-depth investigation was conducted in the Netherlands during the 1970s. Ultimately, however, this method was not selected for extensive application. What was chosen instead was the development of an accurate registration of road traffic accidents based on a system of statistical data sources which are predominantly medically oriented. For that matter, some elements of this registration are still being developed. The basis for accident investigation in the Netherlands is still the National Register on Road Traffic Accidents of the Directorate-General of Public Works (the ‘VOR data'). Countries surrounding the Netherlands (particularly Germany, England and France) systematically apply in-depth investigation, their studies focusing on the seriousness of the injuries sustained in collisions. The information collected is mainly used to improve vehicle construction for the purpose of minimising injuries. More in-depth crash, post-crash and pre-crash data in the Netherlands would be a welcome supplement to the existing sources of data. In regard to in-depth crash data, however, it might be better to wait until reliable data regarding the seriousness of injuries caused by collisions become available. With the current level of knowledge this kind of data still has to be reconstructed after the accident has occurred using global models. The common use of ‘black boxes' in vehicles would enable a much clearer determination of that important piece of data involving the seriousness of injuries caused by collisions. A possible interesting middle course, however, would be the use of damage data that is being stored at a central location in the AUDATEX system as part of the individual settlement of car damages; a study into the usefulness of this kind of data is recommended. As far as pre-crash data are concerned, the Netherlands could reinforce the international data potential by conducting its own in-depth investigations into the causes of road traffic accidents. This type of research should then focus on specific problem areas that occur less commonly in other countries such as accidents involving fog, motorists driving against the traffic on motorways, and bicycles. At this point, the only known in-depth ‘pre-crash' investigation is being conducted in Finland. Conducting this kind of research in the Netherlands would also comply with the wishes of the Dutch Transportation Safety Board. This organisation has indicated that systematic research into certain types of accidents is required

Print this page
report

Report number

R-98-20

Pages

23

Publisher

SWOV, Leidschendam